<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2018:4572</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-05-07T10:54:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-04-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-03-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL18.5373</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorzieningbodemzaak">Voorlopige voorziening+bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2018:4572">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2018:4572</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-04-18T16:47:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-04-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2018:4572 Rechtbank Den Haag , 29-03-2018 / NL18.5373</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2018:4572:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>artikel 30a, eerste lid, onder a van de Vw; internationale bescherming in Italië, interstatelijk vertrouwensbeginsel, banden, integratie, veilig derde land</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2018:4572:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: NL18.5373 en NL18.5374</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter van 29 maart 2018 in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [naam] , eiser en verzoeker, hierna: ‘eiser’,</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. J.C.A. Koen),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 16 maart 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Tevens is een voorlopige voorziening verzocht ter voorkoming van uitzetting hangende het beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zitting heeft plaatsgevonden op 29 maart 2018. Eiser is verschenen bij zijn gemachtigde. Verweerder is na voorafgaand bericht niet verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank in de zaak NL18.5373: verklaart het beroep ongegrond.</para>
      <para>De voorzieningenrechter in de zaak NL18.5374: wijst het verzoek af.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Vaststaat dat eiser internationale bescherming geniet in Italië en daar een vergunning heeft die geldig is tot 6 juli 2022.   </para>
    <para />
    <para>2. Verweerder heeft zich daarom op het standpunt kunnen stellen dat eiser sterke(re) banden met Italië heeft. Weliswaar stelt eiser dat hij familie (vader) hier te lande heeft, maar deze stelling is in het geheel niet onderbouwd. Van banden met Nederland is dus niet gebleken. </para>
    <para />
    <para>3. Verweerder heeft terecht overwogen dat volgens de heersende rechtspraak ten aanzien van Italië uitgegaan mag worden van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De door eiser aangehaalde uitspraak van de Afdeling<footnote-ref linkend="_728e0e92-5478-4203-876d-92727ff8aeb2" /> heeft betrekking op de vraag of Rusland als veilig derde land mag worden aangemerkt. Deze uitspraak is in de zaak van eiser, die internationale bescherming heeft gekregen in Italië, een lidstaat van de Europese Unie, niet van belang. Bovendien gaat het hier om de toepassing van een andere bepaling<footnote-ref linkend="_be7f1e94-8d4e-4cf8-9449-d3e5ad9f20ec" />.</para>
    <para />
    <para>4. Eiser heeft niet verklaard dat Italië voor hem niet veilig is. Eiser heeft meermalen verklaard dat hij Italië heeft verlaten omdat hij familie heeft in Nederland. Ook blijkt uit zijn verklaringen dat hij opvang, eten en medische zorg heeft gekregen in Italië. Anders dan eiser heeft betoogd, blijkt uit het bestreden besluit dat verweerder wel de door eiser gestelde moeilijkheden op het gebied van integratie in de beoordeling heeft betrokken. Hieruit volgt niet dat Italië haar internationale verplichtingen jegens eiser niet nakomt, nu van enige inspanning van eiser op dat vlak niet is gebleken. Daarbij geldt dat eiser bij problemen de hulp in kan roepen van de Italiaanse autoriteiten en ook bij deze autoriteiten kan klagen. Derhalve bestond er, anders dan eiser heeft betoogd, geen aanleiding voor verweerder om onderzoek te doen naar de situatie in Italië.</para>
    <para />
    <para>5. Het beroep is ongegrond. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. </para>
    <para />
    <para>6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter en voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. van der Hell, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 maart 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter en voorzieningenrechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van verzending van het proces-verbaal van deze uitspraak of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_728e0e92-5478-4203-876d-92727ff8aeb2" label="1">
    <para> Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 13 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3378.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_be7f1e94-8d4e-4cf8-9449-d3e5ad9f20ec" label="2">
    <para> Niet 30a, eerste lid, aanhef en onder c (veilig derde land), maar 30a, eerste lid, aanhef en onder a (bescherming in een andere lidstaat van de Europese Unie), van de Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>