<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2018:2298</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-02-15T09:32:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-02-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-01-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 17 _ 5327</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2018:2298">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2018:2298</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-02-15T09:31:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-02-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2018:2298 Rechtbank Den Haag , 30-01-2018 / AWB - 17 _ 5327</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2018:2298:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2018:2298:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team belastingrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: SGR 17/5327</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 januari 2018 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres], wonende te [plaats], eiseres,</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Belastingdienst/Toeslagen, kantoor [plaats], verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft bij beschikking van 3 juli 2015 het voorschot huurtoeslag voor het berekeningsjaar 2014 definitief berekend op een bedrag van € 1.900.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft een bezwaarschrift ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vervolgens heeft eiseres bij brief, ontvangen door de rechtbank op 28 juli 2017, beroep  ingediend bij de rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en heeft bij brief van 13 december 2017 de rechtbank bericht dat nog geen beslissing op bezwaar is genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 januari 2018. </para>
      <para>Eiseres is verschenen. Namens verweerder is [X]. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Feiten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>1. Aan eiseres is met dagtekening 27 december 2013 een voorschot huurtoeslag over het berekeningsjaar 2014 toegekend van € 3.253.</para>
    <para />
    <para>2. Bij beschikking van 3 juli 2015 is de huurtoeslag 2014 definitief berekend op een bedrag van € 1.900. Eiseres dient een bedrag van € 1.353 aan huurtoeslag terug te betalen.</para>
    <para />
    <para>3. Eiseres heeft hiertegen bij verweerder een bezwaarschrift ingediend. </para>
    <para />
    <para>4. Eiseres heeft bij brief, met als briefhoofd ‘bezwaar tegen huurtoeslag 2014’ een beroepschrift ingediend tegen de definitieve berekening huurtoeslag 2014. Dit gedingstuk is op 28 juli 2017 ontvangen door de rechtbank.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Geschil</emphasis>
        <?linebreak?>5.	In geschil is of eiseres ontvankelijk is in haar beroep. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. Eiseres stelt dat zij het terug te betalen bedrag aan huurtoeslag niet kan betalen.</para>
    <para />
    <para>7. Verweerder verzoekt de rechtbank de zaak terug te verwijzen aangezien er nog geen beslissing op bezwaar in deze zaak is genomen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling van het geschil</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>8. Alvorens het beroep inhoudelijk te beoordelen dient de rechtbank na te gaan of er sprake is van een ontvankelijk beroep.</para>
    <para />
    <para>9. Ingevolge artikel 8:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een belanghebbende tegen een besluit beroep instellen bij de rechtbank.</para>
    <para />
    <para>10. In artikel 7:1 van de Awb is bepaald dat beroep pas kan worden ingesteld als er een beslissing op bezwaar is genomen.</para>
    <para />
    <para>11. Het beroepschrift van eiseres is gericht tegen de definitieve berekening huurtoeslag 2014 van 3 juli 2015. Nu verweerder nog geen beslissing op bezwaar heeft genomen, is beroep in de zin van artikel 8:1 van de Awb nog niet mogelijk. Het beroep moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.</para>
    <para />
    <para>12. Van omstandigheden als bedoeld in artikel 6:10 van de Awb is de rechtbank niet gebleken. De rechtbank zal de zaak, conform het verzoek van verweerder, terugverwijzen ter verdere behandeling.</para>
    <para />
    <para>13. Voor de goede orde merkt de rechtbank op dat ter zitting is vastgesteld dat de vordering huurtoeslag over het berekeningsjaar 2014 door eiseres geheel is voldaan.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Proceskosten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>14. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.	</para>
    <para />
    <para>15. In de gang van zaken ziet de rechtbank aanleiding om het griffierecht aan eiseres te retourneren.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep niet-ontvankelijk;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>draagt de zaak aan verweerder over om een beslissing op bezwaar te nemen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. E.I. Batelaan-Boomsma, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. B. van Eeuwijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op </para>
      <para>30 januari 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier							rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, </para>
      <para>2500 EA [plaats]. (Nadere informatie www.raadvanstate.nl)</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>