<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2018:1939</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-02-21T10:42:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-02-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-02-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/546338/ KG RK 18/62</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2018:1939">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2018:1939</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-02-21T10:39:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-02-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2018:1939 Rechtbank Den Haag , 05-02-2018 / C/09/546338/ KG RK 18/62</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2018:1939:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Te laat ingediend wrakingsverzoek. Het verzoek is niet-ontvankelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2018:1939:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="dbdb57f7-7698-4de1-b99e-47a07b7060e3" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="a10fbca4-15bf-4d41-a736-9d764aea554a" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beslissing</para>
    <bridgehead role="bold">WRAKINGSKAMER VAN DE RECHTBANK DEN HAAG </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Meervoudige wrakingskamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Wrakingnummer 2018/2</emphasis>
      </para>
      <para>zaak-/rekestnummer: C/09/546338/ KG RK 18/62</para>
      <para>Rolnummer hoofdzaak: 6215952 / RL EXP 17-19661 	</para>
      <para>datum beschikking: 5 februari 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BESLISSING</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het schriftelijke verzoek tot wraking ingevolge artikel 37 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [verzoeker 1] ,</title>
    <para>wonende [woonplaats] ,</para>
    <bridgehead role="bold">2. [verzoeker 2] ,</bridgehead>
    <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
    <bridgehead role="bold">3. [verzoeker 3] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verzoekers,</para>
      <para>gemachtigde in de hoofdzaak: mr. J.H. Pelle</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot wraking van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. C.D.W. Bom,</emphasis>
      </para>
      <para>kantonrechter in de rechtbank Den Haag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbende in deze zaak is:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">De vennootschap naar buitenlands recht Grand Fly Establishment</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Schaan (Liechtenstein),</para>
      <para>gemachtigde: deurwaarder B.E.J. Caminada</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>De voorgeschiedenis en het procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hoofdzaak betreft een huurgeschil over een winkelpand en een daarboven gelegen woning. Op  24 november 2017 heeft een comparitie plaatsgevonden. Bij gelegenheid van die comparitie heeft de gemachtigde van verzoekers verzocht de zitting uit te stellen. De kantonrechter heeft dit verzoek afgewezen. De zaak is ter comparitie besproken, waarna de zaak is verwezen naar de rolzitting van 19 december 2017 voor conclusiewisseling. Tevens is bepaald dat op 16 januari 2018 vonnis zou worden gewezen. Na de comparitie hebben beide partijen op 19 december 2017 aktes genomen. Op 15 januari 2018 hebben verzoekers de kantonrechter gewraakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 22 januari 2018, kort voor aanvang van de behandeling van het wrakingsverzoek ter zitting van de wrakingskamer, hebben verzoekers via een e-mail de leden van de wrakingskamer gewraakt. </para>
      <para>De wrakingskamer heeft dit verzoek aangemerkt als misbruik van het wrakingsmiddel en is daaraan dan ook voorbij gegaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer heeft het verzoek tot wraking van de kantonrechter op 22 januari 2018 ter zitting van deze wrakingskamer behandeld. Belanghebbende heeft zich laten vertegenwoordigen door de heer. R. van Leeuwen, optredend namens de gemachtigde. Verzoekers zijn niet verschenen, hun gemachtigde evenmin. De kantonrechter is, met bericht, niet verschenen doch heeft zijn standpunt tevoren schriftelijk aan de wrakingskamer doen toekomen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het standpunt van verzoekers</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank leidt uit het wrakingsverzoek af dat daaraan de volgende stellingen ten grondslag worden gelegd:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>De kantonrechter is partijdig omdat hij al eerder diverse zaken tegen één van de verzoekers heeft behandeld en nu op dezelfde wijze te werk gaat;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De kantonrechter heeft ten onrechte de comparitie niet aangehouden teneinde verzoekers hun verhaal te laten doen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De kantonrechter heeft tijdens de zitting uitlatingen en aannames gedaan zonder dat verzoekers in de gelegenheid zijn geweest zich daarover uit te laten;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Het was verzoekers niet bekend dat op 16 januari 2018 in de zaak vonnis zou worden gewezen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het standpunt van de kantonrechter</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter berust niet in de wraking. De kantonrechter stelt primair dat het wrakingsverzoek te laat is ingediend. Subsidiair betwist hij dat hij partijdigheid aan de dag heeft gelegd.  	</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Uitgangspunt bij de beoordeling van de vraag of een wrakingsverzoek tijdig is gedaan is artikel 37, eerste lid, Rv, waarin het volgende is bepaald: <emphasis role="italic">“Het verzoek wordt gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan verzoeker bekend zijn geworden.”</emphasis></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Gemeten naar de in dat artikel genoemde maatstaf, is het verzoek te laat ingediend. Daartoe is het volgende redengevend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>De griffie van de rechtbank heeft op 27 oktober 2017  aan verzoekers meegedeeld dat de gewraakte kantonrechter de zaak zou behandelen. Tussen die datum en 15 januari 2018, de dag waarop het wrakingsverzoek bij de rechtbank is binnengekomen, ligt een termijn van tweeënhalve maand. Tussen hetgeen is voorgevallen op de zitting van 24 november 2017 en het wrakingsverzoek zijn ruim zeven weken verstreken. Op die zitting is bovendien aan de gemachtigden van verzoekers kenbaar geworden dat op 16 januari 2018 vonnis zou worden gewezen. Dat betekent dat alle omstandigheden waarop verzoekers zich beroepen zich tenminste ruim zeven weken voor de indiening van het wrakingsverzoek hebben voorgedaan. Die termijn is te lang om het verzoek nog te kunnen aanmerken als tijdig in de zin van voormelde bepaling. Het karakter van het instituut wraking, dat immers is bedoeld om onmiddellijk een gesignaleerde partijdigheid dan wel de schijn daarvan aan de orde te kunnen stellen, verdraagt zich daar niet mee. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>Het voorgaande leidt tot het oordeel dat verzoekers niet in hun wrakingsverzoek kunnen worden ontvangen. Aan een inhoudelijke behandeling van het verzoek komt de wrakingskamer dan ook niet toe. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoek tot wraking;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat het proces wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek;</para>
    <para />
    <para>- beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 39, derde lid, Rv wordt toegezonden aan: </para>
    <parablock>
      <para>		•	de verzoekers;</para>
      <para>•	de gemachtigde van verzoekers in de hoofdzaak, mr. J.H. Pelle;</para>
      <para>•	de belanghebbende p/a zijn gemachtigde R. van Leeuwen;</para>
      <para>•	de kantonrechter mr. C.W.D. Bom.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. J.W. du Pon, voorzitter, mrs. S.W.E. de Ruiter en</para>
      <para>R. Cats, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.E. Stikvoort-Ydema als griffier en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>