<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2018:14847</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-12T11:41:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-12-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-08-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/541002 / HA ZA 17-1072</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>ERF-Updates.nl 2019-0005</rdf:li>
          <rdf:li>Jurisprudentie Erfrecht 2018/462</rdf:li>
          <rdf:li>JERF Actueel 2018/462</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2018:14847">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2018:14847</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-12-17T13:23:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-12-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2018:14847 Rechtbank Den Haag , 15-08-2018 / C/09/541002 / HA ZA 17-1072</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2018:14847:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Uitleg "vergeten" testament uit 1978. Erflater heeft bedoeld zijn toenmalige echtgenote te onterven en toenmalige partner tot erfgename te benoemen. Voormalig partner kan geen aanspraak maken op nalatenschap, echtgenote geldt als wettig erfgename.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2018:14847:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="3b014cbc-3465-4d36-973b-3cd7c0ad6633" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="157c505f-6dcf-4fcb-8801-7293d618f1bd" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/09/541002 / HA ZA 17-1072</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 15 augustus 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>advocaat mr. S.L. Raphaël te Leiden,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. V.K.S. Budhu Lall te 's-Gravenhage.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna “ [eiseres] ” en “ [gedaagde] ” worden genoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 4 oktober 2017 met producties 1 t/m 7;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 21 februari 2018, waarin een comparitie van partijen is bepaald;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte overlegging producties van de zijde van [eiseres] met producties 8 t/m 10;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van comparitie van 19 juli 2018 en de daarin genoemde stukken, waaronder de brief van de zijde van [gedaagde] van 5 juli 2018 met producties 1 t/m 3.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ter terechtzitting hebben partijen de rechtbank verzocht de zaak aan te houden voor onderling overleg. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Bij brief van 3 augustus 2018 hebben partijen de rechtbank bericht dat zij tot overeenstemming zijn gekomen. Zij hebben de rechtbank verzocht haar (ter zitting in een voorlopig oordeel geformuleerde) beslissing ten aanzien van de vordering van [eiseres] in een vonnis op te nemen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil en de beoordeling daarvan</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Deze zaak heeft betrekking op de nalatenschap van de heer [A] , overleden op [datum] te [plaats] (hierna: erflater). Erflater heeft bij testament van 12 december 1978 over zijn nalatenschap beschikt. Daarbij heeft hij zijn toenmalige echtgenote onterfd en [gedaagde] , die destijds zijn partner was en met wie hij zou gaan samenwonen, benoemd tot enig erfgename. De relatie tussen erflater en [gedaagde] is kort nadien geëindigd. Erflater is op 11 mei 1995 getrouwd met [eiseres] . Dit huwelijk is ontbonden door het overlijden van erflater. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft in deze procedure – samengevat – een verklaring voor recht gevorderd dat [gedaagde] geen rechten kan ontlenen aan het testament van erflater van 12 december 1978 en dat [eiseres] dientengevolge de erfgenaam is van erflater. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Ter comparitie heeft de rechtbank een voorlopig oordeel gegeven, inhoudend dat [gedaagde] geen aanspraak kan maken op de nalatenschap van erflater. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat het op 12 december 1978 door erflater opgemaakte testament niet anders kan worden begrepen dan dat hij heeft gewild dat zijn toenmalige partner werd onterfd en dat [gedaagde] , die toen zijn partner was, zijn erfgename zou worden. Diezelfde uitleg brengt met zich dat erflater niet heeft gewild dat [gedaagde] ook na het einde van hun relatie nog van hem zou erven. Tot slot heeft de rechtbank overwogen dat analoge toepassing van artikel 4:52 BW tot dezelfde uitkomst leidt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Uit de brief van partijen van 3 augustus 2018 begrijpt de rechtbank dat tussen partijen niet langer ter discussie staat dat [gedaagde] geen rechten kan ontlenen aan het testament van erflater. De daartoe strekkende verklaring voor recht van [eiseres] zal daarom worden afgegeven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Voor het overige zijn partijen, blijkens hun brief van 3 augustus 2018, met elkaar het volgende overeengekomen:</para>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>ieder van hen draagt de eigen proceskosten;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>partijen zien af van hoger beroep;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [eiseres] zal aan [gedaagde] ter zake van de nalatenschap van erflater een bedrag van € 1.500 betalen op de rekening [nummer] t.n.v. [Advocatenkantoor] ;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>na uitvoering van deze afspraken verlenen partijen elkaar over en weer finale kwijting.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para>Deze afspraken lenen zich bij gebreke van een daartoe strekkende vordering niet voor opname in het dictum, maar de rechtbank gaat ervan uit dat partijen hun afspraken gestand zullen doen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <parablock>
        <para>Een en ander leidt tot de volgende beslissing.</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">3.	De beslissing</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verklaart voor recht dat [gedaagde] geen rechten kan ontlenen aan het testament van erflater van 12 december 1978, dat de uiterste wilsbeschikking in die zin is vervallen en dat [eiseres] dientengevolge van rechtswege de erfgenaam is van erflater,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J. Brandt en in het openbaar uitgesproken op 15 augustus 2018.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>