<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2018:13736</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-11-20T16:19:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-11-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-11-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL18.18550</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorzieningbodemzaak">Voorlopige voorziening+bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2018:13736">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2018:13736</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-11-20T08:58:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-11-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2018:13736 Rechtbank Den Haag , 08-11-2018 / NL18.18550</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2018:13736:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Dublin Italië, beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2018:13736:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL18.18550</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [naam] , eiser</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. D. de Heuvel),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. N.H.T. Jansen).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 8 oktober 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter gevraagd een voorziening te treffen ter voorkoming van overdracht gedurende zijn beroepsprocedure (NL18.18551).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek op zitting heeft, samen met de behandeling van de voorlopige voorziening, plaatsgevonden op 8 november 2018. Eiser en zijn advocaat zijn, met bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. In de Dublinverordening<footnote-ref linkend="_79bb334d-d1fc-4807-936c-6cda7c9c87f3" /> is geregeld dat na het verstrijken van de reactietermijn de verantwoordelijkheid van een lidstaat automatisch ontstaat<footnote-ref linkend="_444bba6a-2ae3-4708-b285-458eba1bf87d" />. Voor zover eiser heeft betoogd dat het niet tijdig reageren door de Italiaanse autoriteiten betekent dat niet van hun verantwoordelijkheid voor de behandeling van eisers asielaanvraag uitgegaan kan worden, oordeelt de rechtbank dan ook dat deze grond faalt. </para>
    <para />
    <para>2. Eiser heeft verder aangevoerd dat de problemen in Italië voor asielzoekers zodanig ernstig zijn dat niet langer van het interstatelijk vertrouwen uitgegaan kan worden. Volgens recente jurisprudentie van de Afdeling mag verweerder ten opzichte van Italië echter nog steeds uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel<footnote-ref linkend="_478df90d-46cd-49ec-a9e2-a788bddd634d" />. De situatie is nog steeds niet rooskleurig, maar ook niet zodanig dat sprake is van ernstige tekortkomingen in de asielprocedure en opvangvoorzieningen. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat dit niet meer kan. Eiser heeft zijn stelling niet nader onderbouwd en is daarin dan ook niet geslaagd. </para>
    <para />
    <para>3. Ook eisers beroep op het Salvini-decreet<footnote-ref linkend="_1cf3ebf5-364b-4789-9012-705ed1e12a0a" /> slaagt niet. Allereerst is dit decreet voor zover bekend nog niet omgezet in een wet. Het decreet behelst onder meer een beperking van de doelgroep voor wie SPRAR-opvang geldt. Eiser is als alleenstaande mannelijke asielzoeker echter geen kwetsbare asielzoeker die tot dusver in aanmerking zou komen voor opvang in de SPRAR. Het decreet verandert de situatie voor eiser dus niet. Dat in het decreet ook gesproken wordt over het afschaffen van het verlenen van een verblijfsstatus op grond van humanitaire gronden, betekent niet dat Italië zich hiermee niet langer houdt aan zijn internationale verplichtingen. Dit is immers geen status die de Italiaanse autoriteiten op grond van internationale verdragen verplicht is te verlenen maar een vergunning op grond van nationaal recht. </para>
    <para />
    <para>4. Het beroep is ongegrond. </para>
    <para />
    <para>5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is in het openbaar uitgesproken door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van S.A.K. Kurvink, griffier, op 8 november 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit proces-verbaal is digitaal ondertekend en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_79bb334d-d1fc-4807-936c-6cda7c9c87f3" label="1">
    <para> Verordening (EU) nr. 604/2013</para>
  </footnote>
  <footnote id="_444bba6a-2ae3-4708-b285-458eba1bf87d" label="2">
    <para> Artikel 22, zevende lid, van de Dublinverordening</para>
  </footnote>
  <footnote id="_478df90d-46cd-49ec-a9e2-a788bddd634d" label="3">
    <para> Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 10 oktober 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:3246)</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1cf3ebf5-364b-4789-9012-705ed1e12a0a" label="4">
    <para> wetsdecreet nr. 113/2018</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>