<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2018:1236</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-05-14T11:47:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-02-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-01-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL17.15257</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2018:1236">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2018:1236</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-02-07T11:32:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-02-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2018:1236 Rechtbank Den Haag , 04-01-2018 / NL17.15257</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2018:1236:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Dublin-Italië, interstatelijk vertrouwensbeginsel, beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2018:1236:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL17.15257</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 januari 2018 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser], eiser</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. J.J. Bronsveld),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. A. Hadfy-Kovacs).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 19 december 2017 (het bestreden besluit). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL17.15258, plaatsgevonden op 3 januari 2018. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.R. Klaver, kantoorgenoot van zijn gemachtigde. Verweerder is, met voorafgaand bericht, niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>Eiser is van Ivoriaanse nationaliteit. Hij is geboren op [geboortedatum]. Op 19 september 2017 heeft hij een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. <?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Bij het bestreden besluit heeft verweerder de aanvraag niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Verweerder heeft op 4 oktober 2017 een terugnameverzoek aan Italië gedaan op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder b, van de Dublinverordening. Italië is op 16 oktober 2017 met dit verzoek akkoord gegaan. <?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Eiser heeft in beroep betoogd dat ten aanzien van Italië niet langer uitgegaan kan worden van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De jurisprudentie waar verweerder in het bestreden besluit naar verwijst is verouderd en verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd gereageerd op de bij zienswijze aangevoerde rapporten, onder meer de Update 2016 van AIDA, het jaarrapport 2016 van Amnesty International en de Swiss Refugee Council. Uit deze rapporten en uit het relaas van eiser blijkt dat vele asielzoekers in Italië niet of nauwelijks toegang hebben tot de asielprocedure en hulporganisaties. Ook ontbreekt het aan tolken en rechtsbijstand, zodat van hen niet verwacht kan worden dat zij hun beklag doen bij de Italiaanse autoriteiten. <?linebreak?>De rechtbank oordeelt als volgt. <?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Niet in geschil is dat Italië in beginsel verantwoordelijk is voor de behandeling van eisers asielverzoek. In geschil is of verweerder ten aanzien van Italië nog mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. <?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De rechtbank stelt voorop dat uit bestendige jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens blijkt dat hoewel er problemen zijn in de opvang van asielzoekers in Italië, de situatie niet vergelijkbaar is met die in Griekenland ten tijde van het arrest M.S.S. tegen België en Griekenland (onder meer het arrest M.O.S.H. tegen Nederland, nr. 63469/09) zodat ondanks bedoelde problemen verweerder nog steeds mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Ook de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) volgt deze lijn (zie de door verweerder aangehaalde uitspraak van 10 augustus 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2278, en meer recent de uitspraak van 30 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1454). <?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Niet alle door eiser genoemde rapporten zijn besproken in de door verweerder genoemde uitspraak van de Afdeling. Er blijkt uit deze rapporten echter niet van een wezenlijk andere situatie, die zou moeten leiden tot een ander oordeel. Daarbij komt dat er vanuit mag worden gegaan dat eiser, ten aanzien van wie Italië de claim heeft geaccepteerd, als Dublinclaimant voor opvang in aanmerking komt. In zoverre heeft hij niet dezelfde positie als elke willekeurige asielzoeker die in Italië aankomt. Ten aanzien van de asielprocedure acht de rechtbank de in de bronnen beschreven problemen niet zodanig ernstig dat eiser geen deugdelijke beslissing kan krijgen op zijn asielaanvraag en dat hij geen deugdelijk rechtsmiddel heeft als de aanvraag wordt afgewezen. De slotsom is dat verweerder nog steeds mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië. Verweerder heeft daarom de verantwoordelijkheid voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser niet aan zich hoeven trekken.<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Het beroep is ongegrond.<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.L. Holierhoek, rechter, in aanwezigheid van mr. A.A. Dijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 januari 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>Rechtsmiddel<?linebreak?>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van verzending van deze uitspraak of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.</bridgehead>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>