<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2018:11867</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-10-04T13:48:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-09-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL18.15410</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorzieningbodemzaak">Voorlopige voorziening+bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2018:11867">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2018:11867</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-10-04T09:15:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2018:11867 Rechtbank Den Haag , 17-09-2018 / NL18.15410</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2018:11867:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Mondelinge uitspraak. Beroep ongegrond. Dublin Italië. Veilig land van herkomst. Tunesië</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2018:11867:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL18.15410</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [naam] , eiser</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. H.K. Westerhof),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. N.H.T. Jansen).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop <?linebreak?>Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 21 augustus 2018 (het bestreden besluit).</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL18.15411, plaatsgevonden op 13 september 2018. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht vooraf niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>
      <?linebreak?>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond omdat eiser afkomstig is uit een veilig land van herkomst<footnote-ref linkend="_1b14f248-abb2-4177-9740-fd519fee720d" />.</para>
    <para />
    <para>2. Eiser heeft in beroep bestreden dat Tunesië, zijn land van herkomst, in het algemeen een veilig land van herkomst is. Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 20 oktober 2017 blijkt dat verweerder er in beginsel van uit mag gaan dat Tunesië een veilig land van herkomst is.<footnote-ref linkend="_4f46cee4-11cf-4f6a-9efe-db4ce71cd67b" /> Eiser heeft ter onderbouwing van zijn betoog verwezen naar een passage uit een landenrapport van het United States Department of State (USDOS), waaruit blijkt dat Tunesië te kampen heeft met veel corruptie waartegen niet adequaat wordt opgetreden.<footnote-ref linkend="_1b3d54da-0049-46d7-92bc-3d9ed90cea70" /> Naar aanleiding van een herbeoordeling veilig land van herkomst heeft verweerder op 11 juni 2018 besloten dat de aanwijzing van Tunesië als veilig land van herkomst wordt voortgezet.<footnote-ref linkend="_e4dc7014-095f-478e-8d46-f5166c8ab1ff" /> Deze herbeoordeling is mede op basis van het landenrapport van USDOS tot stand gekomen en hierom slaagt de grond van eiser niet.</para>
    <para />
    <para>3. Eiser heeft in zijn relaas geen specifieke persoonlijke omstandigheden naar voren gebracht waaruit zou moeten blijken dat Tunesië in zijn specifieke geval geen veilig land van herkomst is. De beroepsgrond dat aangifte of beklag wegens het incident in 2017 zinloos is, mist dan ook feitelijke grondslag.</para>
    <para />
    <para>4. Dit betekent dat verweerder de asielaanvraag van eiser terecht heeft afgewezen als kennelijk ongegrond. Dit is ook de grondslag voor het onthouden van een vertrektermijn, alsmede voor het opleggen van een inreisverbod<footnote-ref linkend="_ea9dd12d-038c-450a-9463-32105a97ca81" />. In eisers stelling dat hij geen gevaar vormt voor de samenleving, hoefde verweerder geen aanleiding te zien om wegens humanitaire of andere redenen<footnote-ref linkend="_24bbaa47-d7c9-4d7f-9c2b-391b11dafdb5" /> af te zien van het opleggen van het inreisverbod. </para>
    <para />
    <para>5. Het beroep is ongegrond.</para>
    <para />
    <para>6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is in het openbaar uitgesproken door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, op 13 september 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit proces-verbaal is digitaal ondertekend en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening. </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_1b14f248-abb2-4177-9740-fd519fee720d" label="1">
    <para> Artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) </para>
  </footnote>
  <footnote id="_4f46cee4-11cf-4f6a-9efe-db4ce71cd67b" label="2">
    <para> Afdeling 20 oktober 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2781</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1b3d54da-0049-46d7-92bc-3d9ed90cea70" label="3">
    <para>
      <emphasis role="italic">Tunisia 2017 Human Rights Report, </emphasis>United States Department of State – Bureau of Democracy, Human Rights and Labor, 2018</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e4dc7014-095f-478e-8d46-f5166c8ab1ff" label="4">
    <para> Vreemdelingenbeleid, <emphasis role="italic">Kamerstukken II </emphasis>19637, nr. 2392</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ea9dd12d-038c-450a-9463-32105a97ca81" label="5">
    <para> Artikel 62, tweede lid, aanhef en onder b, gelezen in samenhang met artikel 66a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw</para>
  </footnote>
  <footnote id="_24bbaa47-d7c9-4d7f-9c2b-391b11dafdb5" label="6">
    <para> Artikel 66a, achtste lid, van de Vw</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>