<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2018:11736</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T18:20:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-10-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">FT RK 18/1334</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;artikel=1&amp;g=2005-12-01">Faillissementswet 1</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJF 2018/637</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2018:11736">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2018:11736</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-10-02T13:46:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2018:11736 Rechtbank Den Haag , 02-10-2018 / FT RK 18/1334</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2018:11736:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing faillissement. Een faillissement(saanvraag) is niet bedoeld om een (verdelings-)geschil tussen ex-echtelieden op te lossen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2018:11736:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="717d9ccb-169a-426f-98b0-0a23fa6e55e6" depth="2" width="13" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="512bc3f7-20a7-4ad4-8aa1-eacb411d9c0b" depth="2" width="523" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>beschikking</para>
  <section>
    <title>RECHTBANK DEN HAAG</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Insolventies – enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>rekestnummer:  C/09/557838 / FT RK 18/1334</para>
      <para>uitspraakdatum: 2 oktober 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>[verzoekster]</para>
      <para>hierna: [verzoekster],</para>
      <para>verzoekster,</para>
      <para>advocaat: mr. S.H. Broeseliske,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend strekkende tot faillietverklaring van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verweerder],</para>
      <para>hierna: [verweerder],</para>
      <para>verweerder,</para>
      <para>advocaat: mr. N.P.O. Ruysch.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoekschrift is op 4 september 2018 behandeld in raadkamer. Bij die gelegenheid zijn verschenen en gehoord:</para>
    </parablock>
    <para>- [ verzoekster], bijgestaan door mr. El Hadouchi, namens mr. Broeseliske;</para>
    <para>- mr. N.P.O. Ryusch namens [verweerder].</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het verzoekschrift is op 25 september 2018 in raadkamer voortgezet. Bij die gelegenheid zijn verschenen en gehoord:</para>
    </parablock>
    <para>- [ verzoekster], bijgestaan door mr. Broeseliske;</para>
    <para>- [ verweerder], bijgestaan door mr. N.P.O. Ruysch.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verzoekster] stelt dat zij ter zake van achterstallige kinderalimentatie een bedrag van € 17.637,84 van [verweerder] te vorderen heeft. Dit wordt op zichzelf niet door [verweerder] betwist. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verzoekster] stelt dat zij daarnaast een vordering op [verweerder] heeft uit hoofde van betaalde hypotheek en premies levensverzekering met betrekking tot de woning die partijen in gezamenlijke eigendom hebben. Omtrent de hoogte van die vordering heeft [verzoekster] niets gesteld, zodat de rechtbank die vordering in het kader van het onderhavige verzoek buiten beschouwing laat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zijn ex-echtelieden en hebben nog een gezamenlijke woning. Zij verschillen van mening omtrent de waarde van die woning en daarmee over de hoogte van de overwaarde. De waarde van de woning bedraagt volgens [verzoekster] € 456.000,- – volgens [verweerder] is die waarde hoger – en de hypotheekschuld bedraagt volgens haar € 400.000,-. Bij deze door [verzoekster] gestelde bedragen is er derhalve sprake van een overwaarde van € 56.000,- die voor de helft aan [verweerder] toekomt (in deze berekening € 28.000,-). [verzoekster] wenst klaarblijkelijk in de woning te blijven en zal daartoe de helft van de overwaarde van de woning aan Boerma moeten vergoeden. [Verweerder] heeft te kennen dat hij er mee instemt dat het bedrag van € 17.637,84 aan door hem verschuldigde kinderalimentatie bij wege van verrekening in mindering wordt gebracht op de hem toekomende helft van de overwaarde van de woning. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De effectuering van een verrekening laat op zich wachten door het geschil tussen partijen omtrent (de wijze van) de verdeling van de woning waarbij kennelijk ook het geschil omtrent de hoogte van de waarde een rol speelt. Dienaangaande is er een procedure aanhangig en die zaak staat (na een tweetal aanhoudingen) 17 oktober aanstaande voor vonnis. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Niet is gebleken dat een vertraging van de effectuering van een verrekening hoofdzakelijk aan één van partijen is toe te rekenen. Evenmin is gebleken waarom van [verzoekster] niet kan worden gevergd dat zij de uitkomst van voornoemde procedure afwacht, dan wel dat zij haar medewerking verleent aan een  minnelijk oplossing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vorenstaande maakt dat de rechtbank van oordeel is dat [verzoekster] thans geen, dan wel onvoldoende, belang heeft bij het onderhavige verzoek. Haar stelling dat in geval van faillissement de curator onderzoek kan doen naar de inkomstenbronnen van [verweerder] overtuigt niet. Immers, [verweerder] biedt voldoende verhaal voor de onderhavige vordering en het tempo waarin die vordering (door middel van verrekening) kan worden voldaan, kan mede door [verzoekster] worden bepaald. Bovendien heeft [verzoekster] niet weersproken dat [verweerder] in de procedure die tot de beschikking van 31 mei 2017 heeft geleid voldoende openheid van zaken heeft gegeven omtrent zijn inkomsten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdeling van (de overwaarde) van de woning zal derhalve kunnen leiden tot betaling van de alimentatievordering van [verzoekster], nu [verweerder] het er mee eens is dat de vordering van [verzoekster] wordt voldaan uit de hem toekomende helft van de overwaarde waarvan thans kan worden aangenomen dat die hoger is dan de vordering van [verzoekster]. Omtrent de verdeling van (de overwaarde van) de woning is een uitspraak aanstaande. Niet is gebleken waarom die uitspraak niet door [verzoekster] kan worden afgewacht. Een faillissement(saanvraag) is niet bedoeld om een (verdelings-)geschil tussen ex-echtelieden op te lossen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek van [verzoekster] zal dan ook worden afgewezen nu niet is gebleken dat [verzoekster] (voldoende) belang heeft bij een dergelijk verzoek dat voor [verweerder]n verstrekkende gevolgen kan hebben.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- wijst af het verzoek tot faillietverklaring van [verweerder], voornoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gegeven door mr. R. Cats en uitgesproken op 2 oktober 2018, in tegenwoordigheid van C.R. Cortenbach-van der Lek LL.B., griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>