<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2018:11726</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-10-03T09:34:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-09-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL18.15374 en NL18.15376</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorzieningbodemzaak">Voorlopige voorziening+bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2018:11726">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2018:11726</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-10-02T08:05:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2018:11726 Rechtbank Den Haag , 17-09-2018 / NL18.15374 en NL18.15376</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2018:11726:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Dublin België. Beroep ongegrond. Mondelinge uitspraak</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2018:11726:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: NL18.15374 en NL18.15376</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [naam] , eiser, en</bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam 5]
        </emphasis>, eiseres, hierna te noemen eisers,</para>
      <para>mede namens hun minderjarige kinderen:</para>
      <para>
        [naam 1] , </para>
      <para>
        [naam 2] , </para>
      <para>
        [naam 3] , en,</para>
      <para>
        [naam 4] ,</para>
      <para>(gemachtigde: mr. D. de Heuvel),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. N.H.T. Jansen).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij twee afzonderlijke besluiten van 20 augustus 2018 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van eisers niet in behandeling genomen op de grond dat België verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvragen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eisers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter gevraagd een voorziening te treffen in afwachting van hun beroepsprocedures (NL18.15375 en NL18.15377).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek op zitting heeft, samen met de behandeling van de voorlopige voorzieningen, plaatsgevonden op 13 september 2018. Eisers zijn verschenen bij mr. H.E. Visscher, kantoorgenoot van hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de behandeling van de zaak op zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eisers hebben in beroep niet bestreden dat België op grond van de Dublinverordening<footnote-ref linkend="_1ef99245-0197-4aa7-b1a4-593adae6e249" /> in beginsel verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvragen van eisers omdat zij eerder in dat land asiel hebben aangevraagd. </para>
    <para />
    <para>2. De stelling van eisers dat zij in België niet in de gelegenheid zijn gesteld om een herhaalde asielaanvraag in te dienen en zij op straat hebben moeten leven, is in het geheel niet onderbouwd. Verweerder heeft daar terecht op gewezen. Daarnaast heeft verweerder terecht tegengeworpen dat eisers hebben nagelaten zich over deze gestelde gang van zaken te beklagen bij de Belgische autoriteiten. Eisers hebben niet aannemelijk gemaakt dat dit voor hen niet mogelijk of zinloos was. Daarbij hebben de autoriteiten van België de terugname van eisers geaccepteerd op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder d, van de Dublinverordening. Uit dit akkoord mag worden afgeleid dat België garandeert de asielaanvragen van eisers in behandeling te nemen, zodat geen kans is op indirect refoulement. Zelfs als deze aanvraag wederom leidt tot een afwijzing, moet daaraan toetsing aan de relevante verdragen<footnote-ref linkend="_7ad8aef2-d965-42d7-9695-c9f6f538bf31" /> zijn voorafgegaan. Ook dan kan niet gesproken worden van indirect refoulement.</para>
    <para />
    <para>3. Uit de toelichting ter zitting leidt de rechtbank af eisers niet hebben willen betogen dat ten aanzien van België niet meer kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eiser hebben uitsluitend een beroep willen doen op de humanitaire clausule van artikel 17 van de Dublinverordening.</para>
    <para />
    <para>4. Eisers hebben de in dit verband gestelde feiten en omstandigheden in het geheel niet onderbouwd. Los daarvan heeft verweerder deze niet dusdanig bijzonder hoeven achten dat toepassing van de humanitaire clausule aangewezen was. Verweerder heeft geen toepassing hoeven geven aan artikel 17 van de Dublinverordening. </para>
    <para />
    <para>5. De beroepen zijn ongegrond.</para>
    <para />
    <para>6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is in het openbaar uitgesproken door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van S.A.K. Kurvink, griffier, op 13 september 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit proces-verbaal is digitaal ondertekend en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_1ef99245-0197-4aa7-b1a4-593adae6e249" label="1">
    <para> Verordening (EU) nr. 604/2013</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7ad8aef2-d965-42d7-9695-c9f6f538bf31" label="2">
    <para> Vluchtelingenverdrag, Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, Richtlijn 2011/95/EU.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>