<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2018:1088</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-02-05T09:53:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-02-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-01-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/544104</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2018:1088">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2018:1088</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-02-05T09:53:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-02-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2018:1088 Rechtbank Den Haag , 19-01-2018 / C/09/544104</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2018:1088:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzen verzoek toepassing schuldsaneringsregeling. Art. 288 Fw. Inkomsten uit arbeid en daarnaast uitkering ontvangen. Terugvordering uitkering door UWV. CJIB. Strafbeschikking. Geen goede trouw verzoeker.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2018:1088:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <bridgehead>vonnis</bridgehead>
  <section>
    <title>RECHTBANK DEN HAAG</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team insolventies – enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>rekestnummer: 	   C/XX/XXXXXX / FT RK XX/XXXX</para>
      <para>nummer verklaring: CDSXXXXXXXXXX</para>
      <para>uitspraakdatum: 	   19 januari 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verzoeker],</para>
      <para>wonende te [straatnaam en huisnummer]</para>
      <para>[postcode en woonplaats],</para>
      <para>verzoeker,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>heeft op 4 december 2017 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoekschrift is op 5 januari 2018 behandeld. De verzoeker is gehoord. Ook zijn verschenen: mevrouw E.H. van der Velden, bewindvoerder van Stichting CAV, met een collega, de heer V.G.G.J. van Bers.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge artikel 288 lid 1 sub b van de Faillissementswet wordt het verzoek slechts toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat de verzoeker ten aanzien van het ontstaan en/of onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, te goeder trouw is geweest. Deze goede trouw is een gedragsmaatstaf waaraan de verzoeker dient te voldoen. Bij de beoordeling daarvan kan de rechtbank rekening houden met alle omstandigheden, zoals de aard en de omvang van de vorderingen, het tijdstip waarop de schulden zijn ontstaan, de mate waarin de verzoeker een verwijt gemaakt kan worden dat de schulden zijn ontstaan en/of onbetaald gelaten, het gedrag van de verzoeker wat betreft zijn inspanningen de schulden te voldoen of acties zijnerzijds om verhaal door de schuldeisers te frustreren en dergelijke.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens de schuldenlijst bij het verzoekschrift heeft verzoeker een totale schuldenlast van </para>
      <para>€ 50.822,79. Een van de schulden is een vordering van het UWV van € 27.234,91 in totaal. </para>
      <para>Uit de stukken blijkt dat het hierbij feitelijk om meerdere – tenminste vijf – vorderingen gaat. </para>
      <para>Het gaat daarbij om uitkeringsbedragen die worden teruggevorderd omdat verzoeker inkomsten uit arbeid had, alsmede om een opgelegde boete vanwege het niet doorgeven van wijzigingen in de inkomstensituatie. Deze vorderingen zouden in de periode 2010 – 2017 zijn ontstaan. Dit maakt dat de rechtbank er van uitgaat dat verzoeker bij herhaling inkomsten uit arbeid heeft gehad terwijl hij een uitkering ontving en hij het UWV niet (tijdig) over die inkomsten uit arbeid heeft geïnformeerd. Ter terechtzitting heeft verzoeker desgevraagd meegedeeld dat hij wist dat hij geen recht had op een uitkering in de periodes dat hij werkte. Niet gebleken is dat verzoeker de ten onrechte ontvangen bedragen heeft gereserveerd. Dit alles maakt dat naar het oordeel van de rechtbank dat niet aannemelijk is (gemaakt) dat verzoeker te goeder trouw is geweest ten aanzien van het ontstaan van de schulden bij het UWV. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een andere schuld betreft op een schuld aan het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) ten bedrage van € 11.536,76 in totaal. Gebleken is dat het hierbij gaat om een strafbeschikking geldboete en 17 Wahv-boetes. Die (verkeers-)boetes zijn veroorzaakt met negen verschillende motorvoertuigen. Ter terechtzitting heeft verzoeker meegedeeld dat de boetes in de periode 2011 tot en met 2017 zijn veroorzaakt. Het veroorzaken van één van die boetes heeft verzoeker medio 2017 zijn baan gekost. Ook ten aanzien van deze schulden kan er niet van worden uitgegaan dat verzoeker te goeder trouw is geweest ten aanzien van het ontstaan daarvan. Het aantal boetes en het totaalbedrag waar het hier om gaat brengt de rechtbank eerder tot het oordeel dat niet kan worden uitgegaan van de goede trouw van verzoeker. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen hiervoor is overwogen maakt dat het verzoek zal worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- wijst af het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verzoeker], </para>
      <para>geboren op [geboortedatum en plaats],</para>
      <para>wonende te [straatnaam en huisnummer],</para>
      <para>[postcode en woonplaats].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Gewezen door mr. R. Cats, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 januari 2018 in tegenwoordigheid van A. van Groningen Schinkel, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>