<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2018:10858</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-05T15:19:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-09-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-08-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL18.14589</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RVS:2018:3084" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#niet bevoegd">Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2018:3084, Niet bevoegd</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JV 2018/177</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2018:10858">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2018:10858</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-09-10T12:59:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-09-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2018:10858 Rechtbank Den Haag , 22-08-2018 / NL18.14589</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2018:10858:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tegen verlengingsbesluit artikel 59b, derde lid, Vw staat beroep open, maar artikel 59b, eerste vijfde en zesde lid, Vw zijn niet van toepassing. Toepassing artikel 94, vijfde lid, Vw naar analogie.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2018:10858:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="underline">uitspraak </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK  DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: NLlS.14589</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser], eiser (gemachtigde: mr. Y. Tamer),</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, </emphasis>verweerder (gemachtigde: mr. J.W. van Deel).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft op 7 augustus 2018 beroep ingesteld tegen het besluit tot verlenging van de bewaring van 27 juli 2018. Het beroep strekt tevens tot een verzoek om toekenning van schadevergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 augustus 2018. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Het beroep is gericht tegen het besluit van verweerder  van 27 juli 2018  waarbij de  bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b van de Vw 2000 met ten hoogste drie maanden is verlengd met toepassing van artikel 59b, derde lid van de Vw 2000. Dit besluit is onderdeel  van een meeromvattende asielbeschikking, waarbij eisers  asielaanvraag met toepassing  van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d van de Vw 2000  niet ontvankelijk  is verklaard.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 93, eerste lid van de Vw 2000 - voor zover hier van belang- wordt een ingevolge hoofdstuk 5 van deze wet genomen maatregel strekkende tot vrijheidsbeperking of vrijheidsontneming voor de toepassing van artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gelijkgesteld met een besluit. Tegen het onderdeel van de meeromvattende beschikking waarbij de bewaring met drie maanden is verlengd, staat daarom beroep open.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 94, zevende lid van de Vw 2000 - voor zover hier van belang - zijn het eerste, vijfde en zesde lid van dat artikel van overeenkomstige toepassing op een besluit tot verlenging van een vrijheidsontnemende maatregel als bedoeld in artikel 59, zesde lid, of</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>artikel 59b, vijfde lid. In afwijking van artikel 8:57 van de Awb kan de rechtbank ook zonder toestemming van partijen bepalen dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft.</para>
      <para>Omdat artikel 59b, derde lid van de Vw 2000 in deze bepaling niet wordt genoemd, zijn op een dergelijk verlengingsbesluit de leden een, vijf en zes van artikel 94, zevende lid van de Vw niet van toepassing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dat betekent dat tegen een verlengingsbesluit als bedoeld in artikel 59b, derde lid van de Vw 2000 beroep kan worden ingesteld, met dien verstande dat het beroep niet tevens strekt tot een verzoek om schadevergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dat zou voorts betekenen dat niet binnen zeven dagen na de sluiting van het onderzoek schriftelijke uitspraak hoeft worden gedaan en dat de termijnen genoemd in artikel 8:66 van de Awb van toepassing zouden zijn. Omdat het gaat om vrijheidsontneming acht de rechtbank dat onwenselijk, en zal zij artikel 94, vijfde lid van de Vw 2000 analoog toepassen op een verlengingsbesluit als bedoeld in artikel 59b, derde lid van de Vw.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dat betekent ten slotte dat de rechtbank niet - in afwijking van artikel 8:57 van de Awb - zonder toestemming van partijen kan bepalen dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Eiser stelt dat hij ten onrechte voorafgaand aan het nemen van het verlengingsbesluit niet is gehoord.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het in dit geval niet gaat om voortzetting van een maatregel op een andere grondslag, maar om het voortduren van een reeds opgelegde maatregel (vergelijk in dat verband de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 17 januari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:133), zij het dat daartoe een verlengingsbesluit moet worden genomen. Anders dan in het geval dat heeft geleid tot de uitspraak van de Afdeling van 3 augustus 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX4823, zijn aan het nemen van een verlengingsbesluit als bedoeld in artikel 59b, derde lid van de Vw geen andere voorwaarden verbonden dan aan het opleggen van de maatregel. Onder die omstandigheden, mede in aanmerking genomen dat een verlengingsbesluit als hier bedoeld uiterlijk 6 weken na het opleggen van de maatregel wordt genomen, ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder eiser voorafgaand aan het nemen van het verlengingsbesluit had moeten horen.</para>
      <para>De beroepsgrond faalt daarom.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Het beroep  is ongegrond.</para>
    <para />
    <para>4. Voor  een  proceskostenveroordeling bestaat  geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
      <para>- verklaart het beroep tegen de maatregel ongegrond;</para>
      <para>- wijst het verzoek om schadevergoeding af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze  uitspraak  is gedaan door mr. J.F.M.J. Bouwman,  rechter,  in aanwezigheid van</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">M.N.A. </emphasis>IJsselstijn, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken o.p· . <emphasis role="bold">2 2 AUG 2018</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <inlinemediaobject>
          <imageobject>
            <imagedata align="center" scale="100" fileref="67e6062e-a1ab-43e6-bdb4-253f5ac58f49" depth="54" width="232" format="image/png" />
          </imageobject>
        </inlinemediaobject>griffier</para>
      <para>De rechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.</para>
      <para>rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Afschrift verzonden  aan partijen op:Z 2 AUG 2018</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak staat geen  hoger beroep   open.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>