<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2017:971</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-02-14T16:02:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-02-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-02-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">17/1251 en 17/1252</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2017:971">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2017:971</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-02-06T13:52:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-02-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2017:971 Rechtbank Den Haag , 02-02-2017 / 17/1251 en 17/1252</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2017:971:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>- Geen procesbelang</para>
        <para>- Eiser met onbekende bestemming vertrokken</para>
        <para>- Beroep niet-ontvankelijk</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2017:971:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummers: AWB 17/1251 (beroep) en AWB 17/1252 (verzoek)</para>
      <para>V-nummer: [nummer]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter voor vreemdelingenzaken van 2 februari 2017 in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser], eiser en verzoeker, hierna: eiser</bridgehead>
    <para>gemachtigde: mr. M. Erik,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder.</bridgehead>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 17 januari 2017 (het bestreden besluit) waarbij zijn asielaanvraag niet in behandeling is genomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen om overdracht te voorkomen tot op zijn beroep is beslist. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van eiser heeft bij schrijven van 23 januari 2017 meegedeeld dat eiser noch zijn gemachtigde aanwezig zullen zijn ter zitting van 2 februari 2017. Met schriftelijke toestemming van verweerder van 1 februari 2017 is het onderzoek vervolgens zonder zitting gesloten. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Allereerst is aan de orde de vraag of nog procesbelang bestaat. </para>
    <para />
    <para>2. Bij het bestreden besluit is de door eiser ingediende asielaanvraag niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor behandeling daarvan. Verder is vermeld dat eiser op of omstreeks 21 december 2016 met onbekende bestemming is vertrokken. </para>
    <para />
    <para>3. Gemachtigde van eiser heeft in reactie op het bestreden besluit bij schrijven van 23 januari 2017 en 27 januari 2017 uitsluitend verwezen naar wat in de zienswijze is aangevoerd en gemeld dat het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) hem heeft meegedeeld dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. </para>
    <para />
    <para>4. Nu eiser met onbekende bestemming is vertrokken zonder contact te onderhouden met zijn gemachtigde en de gemachtigde van eiser in reactie op een uitnodiging voor de zitting heeft gemeld dat hij en zijn cliënt niet zullen verschijnen omdat het COa hem heeft meegedeeld dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken, gaat de rechtbank ervan uit dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op een inhoudelijke beoordeling van de door hem tegen het bestreden besluit ingestelde rechtsmiddelen. Gelet daarop heeft eiser geen rechtens te beschermen belang bij een inhoudelijke beoordeling van het door hem ingestelde beroep. De rechtbank verwijst naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 14 oktober 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1594.</para>
    <para />
    <para>5. Omdat het procesbelang is komen te ontvallen, zal het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard. </para>
    <para />
    <para>6. Nu in de hoofdzaak is beslist zal het verzoek worden afgewezen.</para>
    <para />
    <para>7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank, in de zaak met nummer AWB 17/1251:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter, in de zaak met nummer AWB 17/1252:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. P.M. van Dijk-de Keuning, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van S.A.K. Kurvink, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kan, voor zover deze ziet op het beroep, binnen één week na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>