<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2017:8399</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-19T09:48:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-07-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-07-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 16 _ 7071 en AWB - 16 _ 7069</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2017:8399">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2017:8399</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-15T14:01:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2017:8399 Rechtbank Den Haag , 26-07-2017 / AWB - 16 _ 7071 en AWB - 16 _ 7069</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2017:8399:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>deelname aan deelraad Participatie</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2017:8399:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: SGR 16/7071 en SGR 16/7069</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 juli 2017 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , te [woonplaats] , eiser</bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>, te [woonplaats] , eiseres,</para>
      <para>hierna tezamen aangeduid als eisers,</para>
      <para>(gemachtigde: drs. E.C. Roetering),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. C.C. van Battum).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 18 april 2016 heeft verweerder aan eisers medegedeeld dat het voor hen niet mogelijk is om deel te nemen aan de deelraad Participatie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 26 juli 2016 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eisers niet-ontvankelijk verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en de rechtbank verzocht om een gevoegde behandeling. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met toestemming van partijen is het onderzoek ter zitting achterwege gebleven. De rechtbank heeft in het beroep van eiseres het onderzoek gesloten op 14 juni 2017 en in het beroep van eiser het onderzoek gesloten op 19 juli 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eisers hebben zich bij brief van 25 maart 2016 aangemeld voor de deelraad Participatie. Verweerder heeft bij brief van 18 april 2016 hierop gereageerd en eisers medegedeeld dat het voor hen niet mogelijk is om deel te nemen aan de deelraad Participatie.</para>
    <para />
    <para>2. Eisers hebben tegen de brief van 18 april 2017 bezwaarschriften ingediend. Verweerder heeft deze bezwaarschriften bij het bestreden besluit niet-ontvankelijk verklaard, op de grond dat geen beroep open staat tegen een besluit om een bepaalde persoon niet te benoemen als lid van de deelraad Participatie.</para>
    <para />
    <para>3. Eisers kunnen zich niet verenigen met het bestreden besluit en hebben beroep ingesteld. Zij hebben de rechtbank verzocht om een gevoegde behandeling.</para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank stelt vast dat in geschil is de vraag of eisers ontvankelijk zijn in het bezwaar tegen de brief van 18 april 2016. De rechtbank overweegt als volgt.</para>
    <para />
    <para>5. In artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat onder een besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.</para>
    <parablock>
      <para>In artikel 1:3, tweede lid, van de Awb is bepaald dat onder beschikking wordt verstaan: een besluit dat niet van algemene strekking is, met inbegrip van de afwijzing van een aanvraag daarvan.</para>
      <para>In artikel 1:3, derde lid, van de Awb is bepaald dat onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een belanghebbende, een besluit te nemen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In artikel 7:1, eerste lid, van de Awb is, voor zover relevant, bepaald dat degene aan wie het recht is toegekend beroep bij een bestuursrechter in te stellen, alvorens beroep in te stellen bezwaar dient te maken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In artikel 8:1, van de Awb is bepaald dat een belanghebbende tegen een besluit beroep kan instellen bij de bestuursrechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In artikel 8:4, derde lid, aanhef en onder a, van de Awb is, voor zover relevant, bepaald dat geen beroep kan worden ingesteld tegen een besluit tot benoeming of aanstelling, tenzij beroep wordt ingesteld door een ambtenaar als zodanig. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. De rechtbank is van oordeel dat de brief van 18 april 2016 moet worden aangemerkt als een beschikking in de zin van artikel 1:3, tweede lid van de Awb, aangezien dit een afwijzing van een aanvraag tot benoeming van eisers in de deelraad Participatie betreft. De rechtbank is voorts van oordeel dat geen beroep, en dus geen bezwaar, kan worden ingesteld tegen dit besluit van 18 april 2016. Dit besluit is immers een besluit tot afwijzing van verzoeken tot benoeming en valt derhalve onder de reikwijdte van artikel 8:4, derde lid, aanhef en onder a, van de Awb. De rechtbank is niet gebleken dat eisers ambtenaar zijn als bedoeld in artikel 8:4, derde lid, aanhef en onder a, van de Awb zodat zij niet tot de ingevolge die bepaling uitgezonderde kring van personen behoren. Gelet hierop staat er geen beroep open tegen dit besluit en ingevolge artikel 7:1, eerste lid, van de Awb ook geen bezwaar. Dit brengt met zich mee dat verweerder de bezwaarschriften terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.</para>
    <para />
    <para>7. De beroepen zijn ongegrond.</para>
    <para />
    <para>8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meessen, rechter, in aanwezigheid van mr. F.M.E. Schulmer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 juli 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>