<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2017:7938</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-07-24T16:43:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-07-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-07-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL17.3382</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2017:7938">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2017:7938</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-07-17T16:28:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-07-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2017:7938 Rechtbank Den Haag , 06-07-2017 / NL17.3382</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2017:7938:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Mondelinge uitspraak. Dublin Duitsland. Beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2017:7938:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL17.3382</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 6 juli 2017 in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser], eiser</bridgehead>
    <para>gemachtigde: mr. S. Zwiers,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder</bridgehead>
    <para>gemachtigde: mr. L. Verheijen.</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 19 juni 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit (NL17.3382) en de voorzieningenrechter verzocht een voorziening te treffen om overdracht hangende het beroep te voorkomen (NL17.3383).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL17.3383, plaatsgevonden op 6 juli 2017. Eiser en zijn gemachtigde zijn met bericht van verhindering niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Ter zitting is het onderzoek gesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank doet na afloop van het onderzoek ter zitting direct mondeling uitspraak. De rechtbank oordeelt als volgt. </para>
    <para />
    <para>2. Eiser heeft de Marokkaanse nationaliteit. Hij is geboren op [geboortedatum]. Op 8 mei 2017 heeft eiser een asielaanvraag ingediend. Uit Eurodac is gebleken dat eiser eerder, op 25 januari 2016, in Duitsland heeft verzocht om internationale bescherming. Gelet hierop heeft verweerder de Duitse autoriteiten gevraagd eiser terug te nemen op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder d, van de Dublinverordening. De Duitse autoriteiten hebben hier op 18 mei 2017 mee ingestemd.</para>
    <para />
    <para>3. Verweerder heeft zich naar het oordeel van de rechtbank terecht op het standpunt gesteld dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van eisers asielaanvraag. Uit Eurodac blijkt immers dat eiser eerst in Duitsland asiel heeft aangevraagd. </para>
    <para />
    <para>4. De beroepsgrond dat eiser niet terug kan naar Duitsland omdat zijn eerdere aanvraag in Duitsland is afgewezen en eiser door de Duitse autoriteiten zal worden teruggestuurd naar Marokko slaagt niet. Nu Duitsland het terugnameverzoek heeft geaccepteerd moet worden aangenomen dat Duitsland de asielaanvraag van eiser zal behandelen met inachtneming van de Europese asielrichtlijnen.</para>
    <para />
    <para>5. Tot slot heeft verweerder de door eiser aangevoerde humanitaire feiten en omstandigheden niet zodanig bijzonder hoeven achten dat toepassing van de humanitaire clausule van artikel 17 van de Dublinverordening aangewezen was. </para>
    <para />
    <para>6. Het beroep is ongegrond.</para>
    <para />
    <para>7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <?linebreak?>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. C. van Boven-Hartogh, rechter, in aanwezigheid van S.A.K. Kurvink, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen een week na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>