<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2017:6561</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-06-20T11:25:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-06-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-05-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 17/4301</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2017:6561">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2017:6561</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-06-19T10:21:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-06-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2017:6561 Rechtbank Den Haag , 30-05-2017 / AWB 17/4301</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2017:6561:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>- Aanvraag regulier overige humanitaire redenen</para>
        <para>- Onvoldoende meegewerkt aan vertrek</para>
        <para>- Paspoortvereiste kon worden tegengeworpen</para>
        <para>- Beroep ongegrond</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2017:6561:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AWB 17/4301</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 30 mei 2017 in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser], eiser,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [nummer],</para>
      <para>gemachtigde: mr. M.C. Heijnneman,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,</bridgehead>
    <para>gemachtigde: mr. M.M.E. Jasper.</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 9 februari 2017 (bestreden besluit) en tweemaal gronden ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 mei 2017. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Ter zitting is het onderzoek gesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Mauritaanse nationaliteit te bezitten. Eiser verblijft sinds november 2001 in Nederland. Sindsdien heeft hij aanvragen ingediend om verlening van verblijfsvergunningen asiel, regulier ‘buiten schuld’ (tweemaal) en regulier ‘discretionair’. Die aanvragen zijn afgewezen en de afwijzingen staan in rechte vast. Deze procedure draait om de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier onder de beperking ‘overige humanitaire redenen’ die op 20 juni 2016 door eiser is ingediend (hierna: aanvraag). Eiser heeft aan de aanvraag ten grondslag gelegd dat hij meent dat Nederland in zijn verblijf dient te berusten, nu er reeds vijftien jaar geen reële kans op terugkeer naar zijn land van herkomst is geweest en hij volledig is geïntegreerd.</para>
    <para />
    <para>2. Verweerder heeft de aanvraag bij besluit van 9 augustus 2016 (primair besluit) afgewezen en aan eiser een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd. Bij het bestreden besluit is het daartegen op 19 augustus 2016 door eiser gemaakte bezwaar kennelijk ongegrond verklaard.</para>
    <para>3. In beroep voert eiser aan dat verweerder hem ten onrechte het paspoortvereiste en het vereiste dat hij over een machtiging tot voorlopig verblijf moet beschikken (mvv-vereiste) tegenwerpt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank oordeelt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Op grond van artikel 16, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw), voor zover hier van belang, kan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd worden afgewezen indien:</para>
    <para>a. de vreemdeling niet beschikt over een geldige mvv die overeenkomt met het verblijfsdoel waarvoor de verblijfsvergunning is aangevraagd;</para>
    <para>b. de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding.</para>
    <para />
    <para>5. Niet in geschil is dat elk van de in dit artikellid genoemde gronden op zichzelf een afwijzing kunnen dragen. De rechtbank zal allereerst ingaan op het onder b genoemde paspoortvereiste.</para>
    <para />
    <para>6. Op grond van artikel 3.72 van het Vreemdelingenbesluit 2000 wordt een aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet op grond van artikel 16, eerste lid, onder b, van de Vw afgewezen, indien de vreemdeling naar het oordeel van Onze Minister heeft aangetoond dat hij vanwege de regering van het land waarvan hij onderdaan is, niet of niet meer in het bezit van een geldig document voor grensoverschrijding kan worden gesteld.</para>
    <para />
    <para>7. Gelet op de bewoordingen van dit artikel komt verweerder beoordelingsruimte toe bij de vraag of eiser heeft aangetoond dat hij niet (meer) in het bezit kan worden gesteld van een paspoort. De rechtbank kan daarom slechts terughoudend toetsen. De rechtbank ziet zich dan ook gesteld voor de vraag of verweerder in redelijkheid het paspoortvereiste aan eiser heeft kunnen tegenwerpen. </para>
    <para />
    <para>8. Deze vraag beantwoordt de rechtbank bevestigend. Het staat voldoende vast dat eiser in november 2009 geweigerd heeft mee te werken aan vertrek naar zijn land van herkomst. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij sindsdien het nodige in het werk heeft gesteld om alsnog in het bezit te komen van een geldig document voor grensoverschrijding. Mede gelet op het tijdsverloop kan eiser niet worden gevolgd in zijn stelling dat dit geen kans van slagen zou hebben. De omstandigheid dat uit de door eiser overgelegde uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 14 januari 2013 met zaaknummer AWB 12/40079 is gebleken dat de Mauritaanse autoriteiten in de periode 2010 - 2012 geen laissez-passers afgaven, maakt dat niet anders. </para>
    <para />
    <para>9. Aldus heeft verweerder het paspoortvereiste aan eiser kunnen tegenwerpen. De rechtbank komt niet toe aan de vraag of ook het mvv-vereiste kon worden tegengeworpen. De beroepsgronden die daarop betrekking hebben, kunnen reeds daarom geen doel treffen.</para>
    <para />
    <para>10. Het beroep is ongegrond. </para>
    <para />
    <para>11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 mei 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>