<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2017:16608</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-08-07T08:28:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-08-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/503372 / HA ZA 16-61</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2017:16608">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2017:16608</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-26T16:12:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-08-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2017:16608 Rechtbank Den Haag , 30-08-2017 / C/09/503372 / HA ZA 16-61</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2017:16608:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>T2; Aanhouding ivm nadere uitlating partijen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2017:16608:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="86e07d21-bf6b-4dd3-bd01-0ff40b9aa5ef" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="3c420d9b-178e-4533-ba01-6b2d5121a7eb" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/09/503372 / HA ZA 16-61</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 30 augustus 2017</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>,</para>
      <para>voorheen geheten [naam],</para>
      <para>wonende te [woonplaats 1],</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>advocaat mr. S.W. van Zijll te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 2], Estland,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. M. Verhagen te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het vonnis van 30 november 2016, met de daarin genoemde producties;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte van gedaagde, met producties;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte van eiseres;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de antwoordakte van gedaagde;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de antwoordakte van eiseres.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is de datum voor het tussenvonnis bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Gedaagde heeft bij genoemde akte als productie 2 een afschrift van het vonnis van het Harju County Court ingediend, voorzien van een certificaat krachtens artikel 53/54 van de (herschikte) EEX-verordening 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken. De afschriften en bijbehorende certificaten van de vonnissen van het Tallinn Circuit Court en het Supreme Court ontbreken echter.  Zonder de betreffende stukken kan de rechtbank niet vaststellen dat aan het vonnis in eerste aanleg van het Harju County Court gezag van gewijsde toekomt. De enkele mededeling van de correspondent van gedaagde volstaat daartoe niet. Voor de toepassing van het stelsel van de EEX-verordening – waar gedaagde zich op beroept – zijn de ontbrekende stukken noodzakelijk. Hij wordt daarom bevolen de ontbrekende stukken alsnog in het geding te brengen. Gedaagde dient verder zijn stellingen nog nader aan te vullen en te zetten in de sleutel van de verordening. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Eiseres mag hierop nog reageren en mag desgewenst haar stellingname ook nader aanvullen en (nog meer) in de sleutel van de verordening zetten (vgl. m.n. art 45 ev.).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Gedaagde mag op een eventuele aanvulling van de stellingname van eiseres nog reageren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing, waaronder ook betreffende de vraag of nog vragen aan het IJI moeten worden gesteld, wordt aangehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van woensdag 22 november 2017 voor akte aan de zijde van gedaagde als bedoeld in rov. 2.1.;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>bepaalt dat eiseres daarop ter rolle van woensdag 20 december 2017 bij akte als bedoeld in 2.2 mag reageren:</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>in het geval eiseres haar stellingen nader aanvult als hiervoor bedoeld, mag gedaagde daarop als bedoeld in 2.3 bij akte reageren;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Alt-van Endt en in het openbaar uitgesproken op 30 augustus 2017.<footnote-ref linkend="_a33b75c5-594e-45c5-9377-1317a9a7156b" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_a33b75c5-594e-45c5-9377-1317a9a7156b" label="1">
    <para>type: 2008</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>