<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2017:16574</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-09T12:32:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-06-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/531899 KG ZA 17/562</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2017:16574">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2017:16574</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-09T12:25:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2017:16574 Rechtbank Den Haag , 01-06-2017 / C/09/531899 KG ZA 17/562</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2017:16574:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>KG - voorlopige omgangsregeling</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2017:16574:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank den haag</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel - voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak- / rolnummer: C/09/531899 / KG ZA 17/562</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 1 juni 2017</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>advocaat mr. M. Kalle te Middelburg,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. M. Odink te Den Haag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘ [eiser] ’ en ‘ [gedaagde] ’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 12 mei 2017, met producties;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord in conventie tevens voorwaardelijke eis in reconventie;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het door eiser overgelegde verzoekschrift tot vervangende toestemming voor erkenning en vaststelling omgangsregeling/zorgregeling met benoeming bijzondere curator.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ter zitting is vonnis bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. Uit deze relatie zijn twee op dit moment minderjarige kinderen geboren:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] .</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft de minderjarigen niet erkend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft vanaf begin mei 2015 tot en met heden geen contact met de minderjarigen gehad.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft op 26 mei 2017 genoemd verzoekschrift tot vervangende toestemming voor erkenning en vaststelling omgangsregeling/zorgregeling met benoeming bijzondere curator ingediend bij de rechtbank Den Haag.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil in conventie en reconventie</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert in conventie – kort weergegeven – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, een voorlopige omgangsregeling vast te stellen in afwachting van de bodemprocedure, met een dwangsom, kosten rechtens. Daartoe wordt samengevat het volgende aangevoerd. Tussen de minderjarigen en [eiser] bestaat een nauwe persoonlijke betrekking. Inmiddels is er twee jaar geen contact geweest tussen [eiser] en de minderjarigen. Het contact moet zo snel mogelijk worden herstelt, omdat elke dag dat contact tussen [eiser] en de minderjarigen uitblijft schadelijk voor hen is. De gevorderde omgangsregeling is in het belang van de minderjarigen en [gedaagde] moet aan de uitvoering daarvan meewerken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert gemotiveerd verweer, dat hierna voor zover nodig zal worden besproken. Zij vordert in reconventie – voorwaardelijk – een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming te gelasten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [eiser] voert geen verweer tegen de vordering in reconventie. Ter zitting heeft hij verklaard dat als de vordering in conventie wordt afgewezen, hij wil dat de voorzieningenrechter ten behoeve van de bodemprocedure een raadsonderzoek gelast.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De vorderingen in conventie en reconventie zijn zodanig met elkaar verweven, dat zij gezamenlijk worden behandeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Vast staat dat [eiser] in de afgelopen twee jaar geen poging heeft ondernomen om in contact te komen met de minderjarigen. In het licht hiervan en ook gezien het verweer van [gedaagde] , heeft hij onvoldoende toegelicht waaruit het spoedeisend belang bij de vaststelling van een voorlopige omgangsregeling bestaat. Niet is gebleken waarom de al ingestelde bodemprocedure – die binnen afzienbare tijd inhoudelijk zal worden behandeld – niet kan worden afgewacht. Daarbij wordt ook betrokken dat [eiser] ter zitting heeft erkend dat het uiteengaan van partijen problematisch was. Er moet daarom eerst worden onderzocht of en in hoeverre een omgangsregeling in het belang van de minderjarigen is. Op dit moment is er, mede gelet op de aard en complexiteit van de zaak, onvoldoende informatie om deze vraag te kunnen beoordelen. Dit is echter geen aanleiding om nu vooruitlopend op de bodemprocedure een raadsonderzoek te gelasten. Het is aan de bodemrechter te beslissen of hij het voor de beoordeling van genoemd verzoekschrift – waarin ook een geschil over de erkenning van de minderjarigen speelt – noodzakelijk acht dat een raadsonderzoek wordt gelast. Daarvoor is in dit kort geding geen plaats, waarbij ook in aanmerking wordt genomen dat er onvoldoende informatie is om ten behoeve van de bodemprocedure een afdoende vraagstelling aan de Raad te formuleren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Het voorgaande leidt tot afwijzing van de vordering in conventie. De vordering in reconventie wordt ook afgewezen, nu de door [gedaagde] gestelde voorwaarde niet is ingetreden en de voorzieningenrechter ook niet ambtshalve aanleiding ziet nu een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming te gelasten.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>In de omstandigheid dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, wordt aanleiding gevonden te bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen in conventie en reconventie af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. K.M. Braun en in het openbaar uitgesproken op 1 juni 2017. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>RASV</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>