<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2017:16262</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-05-14T11:58:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-02-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-12-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL17.7136</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2017:16262">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2017:16262</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-02-02T12:39:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-02-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2017:16262 Rechtbank Den Haag , 21-12-2017 / NL17.7136</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2017:16262:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Syrische. Asielaanvraag afgewezen. Beschermingsalternatief Venezuela. Daadwerkelijk bezit van nationaliteit. Daadwerkelijk verkrijgen van bescherming. Kan in redelijkheid worden verwacht dat de vreemdeling zich onder bescherming van het desbetreffende land stelt? Bewijslast bij verweerder. Ingaan op alle feiten en omstandigheden. Beroep gegrond. Terugverwijzing.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2017:16262:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL17.7136</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 december 2017 in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres], eiseres, mede namens haar minderjarige kind [kind]</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. D.J. Merhottein),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid</emphasis>, daaronder mede begrepen diens rechtsvoorgangers, verweerder</para>
      <para>(gemachtigde: mr. P. van Zijl).</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <?linebreak?>Procesverloop <?linebreak?>Bij besluit van 21 juli 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond. </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en tweemaal aanvullende gronden ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft door de rechtbank verzochte vertalingen ingediend.</para>
      <para>
        <?linebreak?>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 december 2017. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen Z. Hanina. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beslissing</title>
    <para>
      <?linebreak?>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart het beroep gegrond;</para>
      <para> vernietigt het bestreden besluit;</para>
      <para> draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op de asielaanvraag van eiseres met inachtneming van deze uitspraak;</para>
      <para> veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 990,- (negenhonderdnegentig euro).</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">Overwegingen</bridgehead>
    <para />
    <para>1. In geschil is de vraag of verweerder de asielaanvraag van eiseres terecht heeft afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31 van de Vreemdelingenwet 2000 omdat zij naast de Syrische tevens de Venezolaanse nationaliteit heeft en om die reden in Venezuela bescherming kan krijgen. </para>
    <para />
    <para>2. De rechtbank stelt allereerst vast dat er op grond van de Venezolaanse nationaliteitwetgeving waarop verweerder zich heeft beroepen vanuit mocht worden gegaan dat eiseres de Venezolaanse nationaliteit heeft. Dit geldt echter niet voor haar minderjarige zoon. Voor hem geldt dat hij de Venezolaanse nationaliteit desgevraagd zou kunnen verkrijgen.</para>
    <para />
    <para>3. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft in bestendige jurisprudentie uiteengezet wat het te hanteren toetsingskader is bij het tegenwerpen van een beschermingsalternatief als het onderhavige. Daarbij verwijst de rechtbank naar de uitspraken van de Afdeling van 18 juli 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2815, 11 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2954 en 28 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1240. Vereist is dat de vreemdeling de nationaliteit van het desbetreffende land op het moment van tegenwerping daadwerkelijk heeft en de bescherming van dat land kan krijgen. Tevens is vereist dat van de vreemdeling in redelijkheid kan worden verwacht dat hij zich onder de bescherming van de autoriteiten van het desbetreffende land stelt. Daarbij rust de bewijslast op verweerder en is verweerder gehouden om in te gaan op alle door de vreemdeling aangevoerde feiten en omstandigheden.</para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in dit geval niet heeft voldaan aan de op hem rustende bewijslast. Verweerder is ruim onvoldoende ingegaan op de door eiseres aangevoerde feiten en omstandigheden. Zo heeft verweerder geen aandacht besteed aan de stellingen van eiseres dat zij reeds vóór haar eerste verjaardag uit Venezuela is vertrokken; dat zij de taal niet spreekt; dat zij er geen familie heeft; dat haar echtgenoot en kinderen de Venezolaanse nationaliteit niet bezitten en in Syrië, oorlogsgebied verblijven en dat het in Venezuela niet veilig is. Het bestreden besluit is dan ook niet deugdelijk gemotiveerd.</para>
    <para />
    <para>5. Het bestreden besluit dient te worden vernietigd. Nu verweerder nader onderzoek zal moeten doen naar diverse aspecten van het bestreden besluit, ziet de rechtbank geen aanleiding om de bestuurlijke lus toe te passen zoals ter zitting door verweerder verzocht, noch om anderszins tot een definitieve beslechting van het geschil te komen.</para>
    <para />
    <para>6. De rechtbank zal verweerder veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 990,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 495,- en een wegingsfactor 1). Omdat aan eisers een toevoeging is verleend, moet verweerder de proceskostenvergoeding betalen aan de rechtsbijstandverlener.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. C. van Boven-Hartogh, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, op 21 december 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <bridgehead>Rechtsmiddel<?linebreak?>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van verzending van het proces-verbaal van deze uitspraak of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.</bridgehead>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>