<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2017:16229</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T19:32:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-01-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-12-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 16 _ 9904</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2018/464</rdf:li>
          <rdf:li>NLF 2018/0579 met annotatie van </rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2017:16229">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2017:16229</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-03-01T09:25:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-03-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2017:16229 Rechtbank Den Haag , 22-12-2017 / AWB - 16 _ 9904</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2017:16229:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>In geschil is of de navorderingsaanslag terecht aan eiser is opgelegd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2017:16229:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team belastingrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: SGR 16/9904</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de meervoudige kamer van 22 december 2017 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser], wonende te [woonplaats], eiser,</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de inspecteur van de Belastingdienst/Belastingen, kantoor [plaats], verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 2008 een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 15.895. Daarbij is heffingsrente in berekend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 16 november 2016 de navorderingsaanslag verminderd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft daartegen beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft voor de zitting nadere stukken ingediend. </para>
      <para>Het eerste onderzoek ter zitting voor de enkelvoudige kamer heeft plaatsgevonden op </para>
      <para>25 april 2017. </para>
      <para>Eiser is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Namens verweerder zijn verschenen [persoon 1], [persoon 2] en [persoon 3].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de rechtbank het onderzoek gesloten. Na de zitting heeft de rechtbank het onderzoek heropend en de zaak verwezen naar een meervoudige kamer. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben voor de zitting van de meervoudige kamer nadere stukken ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting voor de meervoudige kamer heeft plaatsgevonden op <?linebreak?>24 oktober 2017. </para>
      <para>Eiser is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Namens verweerder zijn verschenen [persoon 1], [persoon 2], [persoon 4] en [persoon 3].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting is onderhavige zaak gevoegd behandeld met de beroepen van eiser met zaaknummers SGR 16/8292, SGR 16/9903, SGR 16/9905, SGR 16/10131, SGR 16/10132 en SGR 16/10134.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <bridgehead role="underline">Feiten</bridgehead>
    <para>1. De navorderingsaanslag is opgelegd om de verrekening van het door eiser aangegeven verlies uit werk en woning voor het jaar 2009, met het inkomen uit werk en woning van het jaar 2008, terug te nemen. Het belastbare inkomen uit werk en woning over 2008 is daarbij als volgt vastgesteld:</para>
    <parablock>
      <para>Vastgesteld belastbaar inkomen uit werk en woning		€ 13.327</para>
      <para>terugnemen verliesverrekening 2009				<emphasis role="underline">€   2.568</emphasis></para>
      <para>Nieuw vastgesteld belastbaar inkomen uit werk en woning	€ 15.895</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Eiser heeft in bezwaar het terugnemen van de verliesverrekening betwist. </para>
    <para />
    <para>3. Bij uitspraak op bezwaar heeft verweerder het bezwaar gegrond verklaard. Verweerder heeft daarbij het terugnemen van de verliesverrekening gehandhaafd maar  alsnog rekening gehouden met aftrek van de scholingsuitgaven van de partner van eiser van € 1.650. Het belastbare inkomen uit werk en woning is daarom nader vastgesteld op € 14.245 (€ 15.895 -/- € 1.650).</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Geschil <?linebreak?>4. In geschil is of de navorderingsaanslag terecht aan eiser is opgelegd.</title>
    <para />
    <para>5. Eiser stelt zich op het standpunt dat de verliesbeschikking over 2009 ten onrechte is herzien en dat derhalve de navorderingsaanslag ten onrechte aan hem is opgelegd.</para>
    <para />
    <para>6. Verweerder stelt dat de navorderingsaanslag terecht is opgelegd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling van het geschil</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>7. Bij uitspraak van heden heeft deze rechtbank het beroep van eiser gericht tegen de verliesvaststellingsbeschikking waarbij het eerder over het jaar 2009 vastgestelde verlies van € 2.568 is herzien naar nihil, ongegrond verklaard (zaak SGR 16/9905). Daarvan uitgaande is er geen verlies uit het jaar 2009 dat kan worden verrekend met het inkomen uit werk en woning van het jaar 2008. Door verweerder is daarom terecht de verrekening van het verlies uit 2009 met het inkomen uit werk en woning van 2008 teruggenomen door middel van het opleggen van de onderhavige navorderingsaanslag. </para>
    <para />
    <para>8. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar alsnog rekening gehouden met de scholingsuitgaven van de partner van eiser en het belastbaar inkomen uit werk en woning nader vastgesteld op € 14.245. Ter zitting heeft verweerder toegezegd dat de hierbij behorende verminderingsbeschikking alsnog zal worden gegeven.</para>
    <para />
    <para>9. Gelet op wat hiervoor is overwogen dient het beroep ongegrond te worden verklaard.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Proceskosten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.	</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Kouwenhoven, voorzitter, en mr. E.I. Batelaan-Boomsma en mr. R.C.H.M. Lips, leden, in aanwezigheid van mr. B. van Eeuwijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 december 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht), Postbus 20302, </para>
      <para>2500 EH Den Haag.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>