<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2017:14290</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T06:05:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-12-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-11-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/17/413 F</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verzet">Verzet</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;artikel=1&amp;g=2005-12-01">Faillissementswet 1</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2017/6372</rdf:li>
          <rdf:li>JOR 2018/56 met annotatie van mr. G.G. Boeve</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2017:14290">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2017:14290</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-12-05T13:11:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-12-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2017:14290 Rechtbank Den Haag , 30-11-2017 / C/09/17/413 F</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2017:14290:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzet tegen uitgesproken faillissement wordt gegrond verklaard, ook al is hoofdvordering niet geheel voldaan. Partijen hebben een betalingsregeling afgesproken waardoor gefailleerde niet langer in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2017:14290:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="4e89451a-028f-43be-8ac7-339de70493c0" depth="2" width="13" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="2ffc286b-8340-481a-8e11-8eb51fc69c93" depth="2" width="523" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>vonnis</para>
  <section>
    <title>RECHTBANK DEN HAAG</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Insolventies – enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>insolventienummer:  C/09/17/000 F</para>
      <para>uitspraakdatum      :  30 november 2017</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het faillissement van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">[schuldenaar],</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats],</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">wonende [postcode, woonplaats en adres],</emphasis>
        <?linebreak?>advocaat mr. H.F.C. Hoogendoorn</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
  </section>
  <para />
  <para>[verzoeker],</para>
  <para>wonende te [woonplaats],</para>
  <para>advocaat: mr. R.W.F. Heijmeriks.</para>
  <section>
    <title>
      <emphasis role="bold" />
    </title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna worden aangeduid als ‘[schuldenaar]’ en ‘[aanvrager]’. </para>
      <para>
        <?linebreak?>[Schuldenaar] heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend strekkende tot vernietiging van het vonnis van 14 november 2017, waarbij hij in staat van faillissement werd verklaard met benoeming van mr. R. Cats tot rechter-commissaris en aanstelling van mr. A.W. van Meegdenburg, advocaat te Delft, als curator.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzet is tijdig ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek is op 28 november 2017 ter terechtzitting behandeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij deze behandeling zijn verschenen:</para>
    </parablock>
    <para>-	[ schuldenaar];</para>
    <para>- mr. H.F.C. Hoogendoorn, advocaat van [schuldenaar];</para>
    <para>- mr. A.W. van Meegdenburg, curator;</para>
    <para>- mr. R.W.F. Heijmeriks, advocaat van de aanvrager van het faillissement.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Stellingen van partijen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Schuldenaar] heeft de rechtbank bij faxbericht van 28 november 2017 - samengevat weergegeven - bericht dat met de aanvrager van het faillissement ([Aanvrage]) overeenstemming is bereikt over de voorwaarden waaronder het faillissement kan worden vernietigd. Die voorwaarden houden in dat per ommegaande na vernietiging van het faillissement met geld afkomstig van een derde, een deelbetaling aan [aanvrager] wordt verricht. Dat geld is beschikbaar op de derdenrekening van mr. Hoogendoorn. Ten aanzien van de restantvordering is afgesproken dat deze vordering gedurende zeven dagen na vernietiging van het faillissement niet opeisbaar zal zijn in afwachting van een nog te treffen betalingsregeling. [Aanvrager] heeft hier op 28 november 2017 mee ingestemd. Met de curator is een soortgelijke regeling getroffen voor zijn boedelvordering. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onder verwijzing naar HR 5 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1473 en de noot van mr. G.G. Boeve bij Rb. Zeeland-West-Brabant, 31 mei 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:3724 stellen zowel [schuldenaar] als [aanvrager] zich op het standpunt dat het faillissement kan worden vernietigd op grond van voornoemde betalingsregeling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De beoordeling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De schuldenaar tegen wie het verzoek tot faillietverklaring is gericht, verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen indien de schuldenaar meerdere schuldeisers heeft en de schuldenaar is opgehouden met betalen. Bij de behandeling van het verzet dient de rechtbank de vraag of de schuldenaar verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen te beoordelen aan de hand van gegevens die thans gelden. Er vindt derhalve een toetsing ex nunc plaats, HR 5 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1473. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De faillissementsaanvraag heeft zich ontwikkeld tot een geducht incassomiddel. Dat brengt met zich dat onder omstandigheden tijdens de faillissementszitting tussen partijen een betalingsregeling getroffen kan worden, zodat het faillissement alsnog kan worden afgewend. In de onderhavige zaak zijn partijen een betalingsregeling overeengekomen. Omdat de rechtbank in verzet opnieuw heeft te beoordelen of de schuldenaar in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, betrekt de rechtbank de overeengekomen betalingsregeling ook in haar oordeel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu ten aanzien van de hoofdvordering een betalingsregeling is getroffen, verkeert [schuldenaar] naar het oordeel van de rechtbank niet in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen. Aan dit oordeel ligt mede ten grondslag dat de aanvrager en de curator hebben ingestemd met de betalingsregeling.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat voldoende is gebleken van het bestaan van feiten en omstandigheden welke aantonen dat [schuldenaar] in staat is zijn betalingen te hervatten zodat hij niet langer in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen. Het verzoek tot vernietiging van het faillissement dient derhalve gegrond te worden geacht en het faillissement van 14 november 2017 dient te worden vernietigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na vaststelling van het salaris van de curator en het bedrag van de door deze gemaakte kosten, zal de rechtbank deze kosten alsmede de kosten van de aanvraag van het faillissement ten laste brengen van [schuldenaar].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart het verzet gegrond;</para>
    <para />
    <para>- vernietigt het op 14 november 2017 uitgesproken faillissement van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>		[schuldenaar]<emphasis role="italic">,</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">		geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats],</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">		woonadres:  [postcode woonplaats, adres],</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- stelt het salaris van de curator mr. A.W. van Meegdenburg vast op € 1.373,76 exclusief de verschuldigde omzetbelasting;</para>
    <para />
    <para>- stelt het bedrag van de faillissementskosten, vast op € 54,95 exclusief de verschuldigde omzetbelasting;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat de kosten van het salaris van de curator en het bedrag van de faillissementskosten, alsmede de kosten van de aanvraag van het faillissement ten laste komen van [schuldenaar].</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gewezen door mr. M.M.F. Holtrop en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 november 2017 in aanwezigheid van mr. F.M. Verburg, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof te Den Haag.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>