<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2017:11632</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T23:31:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-10-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBDHA:2017:11634</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-08-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/532791 / FT RK 17/955</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Prg. 2017/332</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2017:11632">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2017:11632</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-10-12T12:37:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-10-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2017:11632 Rechtbank Den Haag , 22-08-2017 / C/09/532791 / FT RK 17/955</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2017:11632:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art. 287a Fw. Eén schuldeiser. Essentieel voor het karakter van een akkoord is dat er, naast de schuldenaar, meer dan één schuldeiser bij betrokken is. Dit blijkt uit het systeem van de Faillissementswet. In elk van de daarin opgenomen insolventieregelingen is sprake van meerderheden van schuldeisers die minderheden tot instemming kunnen dwingen. Een akkoord is niet een vaststellingsovereenkomst die partijen ter beëindiging van hun geschil in volle vrijheid met elkaar kunnen aangaan. In het onderhavige geval is de Belastingdienst de enige schuldeiser van verzoekster. Het is aan beide partijen of zij met elkaar een vaststellingsovereenkomst sluiten over deze vordering. Ons recht kent het algemene beginsel van contractsvrijheid. Artikel 287a Fw. vormt een uitzondering op dat beginsel. Dat noopt tot een beperkte uitleg van de reikwijdte van dat wetsartikel.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2017:11632:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="fa9aec35-2bc0-4bd6-9829-f789a0a8789b" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="6abcfb30-329c-46fe-a8f0-3141de7fe14f" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold smallcaps">DEN HAAG</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team insolventies – enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>rekestnummer: C/09/XXXXX / FT RK XX/XXX</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vonnis van 22 augustus 2017</para>
      <para>
        <?linebreak?>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[verzoekster]</emphasis>,</para>
      <para>wonende te [straatnaam en huisnummer]</para>
      <para>[postcode en woonplaats],</para>
      <para>verzoekster,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Belastingdienst</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Heerlen,</para>
      <para>verweerster.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Op 23 mei 2017 is door verzoekster tegelijk met het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling een verzoek ingediend tot het bevelen in te stemmen met een door haar aangeboden schuldregeling als bedoeld in artikel 287a Faillissementswet (Fw).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Ter terechtzitting van 15 augustus 2017 is verzoekster, vergezeld van haar zoon, M.W.T. Houben en H.P.C.J. Hoogeland (beiden ISD Bollenstreek), hierover gehoord.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Verweerster is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen ter terechtzitting. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>De uitspraak is bepaald op heden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para>De rechtbank gaat uit van de volgende vaststaande feiten.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Verzoekster heeft blijkens de verklaring ex artikel 285 lid 1 onder a Fw een totale schuld van € 53.325,00 aan één schuldeiser. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De vorderingen van verweerster op verzoekster bedragen in totaal € 53.325,00, zijnde 100% van de totale schuldenlast.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Namens verzoekster is bij brief van 11 januari 2017 een schuldregeling aangeboden, inhoudende dat aan de preferente en concurrente schuldeiser een uitkering wordt gedaan van respectievelijk 7,88% en 3,94% tegen finale kwijting van het restant van haar vorderingen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Standpunt van de partijen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Verzoekster stelt dat verweerster in redelijkheid niet heeft kunnen komen tot een weigering van de medewerking aan de schuldregeling die zij heeft aangeboden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Verweerster is niet ter zitting verschenen en heeft evenmin haar bezwaren op andere 	wijze aan de rechtbank kenbaar gemaakt.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Artikel 287a Fw. maakt het mogelijk dat de rechter een buitengerechtelijk, onderhands 	akkoord oplegt door de weigerende schuldeiser(s) te bevelen in te stemmen. Essentieel 	voor het karakter van een akkoord is dat er, naast de schuldenaar, meer dan één 	schuldeiser bij betrokken is. Dit blijkt uit het systeem van de Faillissementswet. In elk 	van de daarin opgenomen insolventieregelingen is sprake van meerderheden van 	schuldeisers die minderheden tot instemming kunnen dwingen. Dit blijkt ook aan de 	overvloed van jurisprudentie (voornamelijk in kort geding) over het afdwingen van 	minnelijke akkoorden waarin steevast sprake is van een ‘dwarsliggende’ minderheid van 	de schuldeisers die volgens de eisende schuldenaar tot een andere opstelling moet 	worden gebracht. Een akkoord is niet een vaststellingsovereenkomst die partijen ter 	beëindiging van hun geschil in volle vrijheid met elkaar kunnen aangaan. In het 	onderhavige geval is de Belastingdienst de enige schuldeiser van verzoekster. Het is aan 	beide partijen of zij met elkaar een vaststellingsovereenkomst sluiten over deze 	vordering; geen andere partij is daarbij betrokken. Ons recht kent het algemene beginsel 	van contractsvrijheid. Artikel 287a Fw. vormt een uitzondering op dat beginsel. Dat 	noopt tot een beperkte uitleg van de reikwijdte van dat wetsartikel. Het wetsartikel ziet 	op schuldregelingen (akkoorden), waartoe niet behoort de vaststellingsovereenkomst 	tussen één schuldenaar en diens enige schuldeiser. Het verzoek van verzoekster kan 	daardoor niet op artikel 287a Fw. worden gegrond. Bij gebreke van enige andere 	wettelijke grondslag, is zij in dat verzoek niet-ontvankelijk.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Op het toelatingsverzoek zal afzonderlijk vonnis worden gewezen. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- verklaart [verzoekster] niet-ontvankelijk in haar verzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gewezen door mr. M.M.F. Holtrop, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 augustus 2017 in tegenwoordigheid van F.J. Knaap LL.B., griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen de schuldeisers die het verzoek betrof gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak in hoger beroep komen, in te stellen door een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof te Den Haag.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>