<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2017:11461</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-10-13T12:05:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-10-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-10-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">09/817574-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2017:11461">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2017:11461</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-10-13T12:02:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-10-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2017:11461 Rechtbank Den Haag , 09-10-2017 / 09/817574-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2017:11461:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte heeft met kracht een mes gegooid in de richting van het slachtoffer. De rechtbank heeft voorwaardelijk opzet aangenomen en verdachte veroordeeld voor een poging tot doodslag.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2017:11461:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Meervoudige strafkamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer:	09/817574-17</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak:	3 oktober 2017</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">(Promisvonnis)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>	geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ( [geboorteplaats] ),</para>
      <para>thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting “ [detentieadres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 23 juni 2017 (pro-forma) en 19 september 2017 (inhoudelijk).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie </para>
      <para>mr. K.J.R. van Halderen en van hetgeen door de raadsvrouw van verdachte </para>
      <para>mr. V.J.H.M.Y. van Haaster, advocaat te Haarlem, en door verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij op of omstreeks 18 maart 2017 te Zoetermeer ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een persoon [slachtoffer 1] van het leven te beroven, opzettelijk een (groot) mes (met kracht) naar en/of in de richting van (de zich in zijn, verdachte's, nabijheid bevindende) [slachtoffer 1] heeft gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 18 maart 2017 te Zoetermeer ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen een mes (met kracht) naar en/of in de richting van die (zich in zijn, verdachte's, nabijheid bevindende) [slachtoffer 1] heeft gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>hij op of omstreeks 18 maart 2017 te Zoetermeer [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers is/heeft verdachte opzettelijk dreigend met een mes op die [slachtoffer 1] af gelopen en/of voor die [slachtoffer 1] gestaan en/of (daarbij) (een) steekbeweging(en) gemaakt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
      <para>hij op of omstreeks 18 maart 2017 te Zoetermeer [slachtoffer 2] heeft mishandeld door haar tegen de buik te schoppen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Bewijsoverwegingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Het standpunt van de officier van justitie</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank verdachte zal vrijspreken van de hem onder 1 primair ten laste gelegde poging tot doodslag en dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat verdachte de hem onder 1 subsidiair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling heeft gepleegd alsmede de onder 2 en 3 respectievelijk ten laste gelegde bedreiging en mishandeling. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Het standpunt van de verdediging</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw heeft vrijspraak van de ten laste gelegde feiten bepleit wegens, kort samengevat, het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs op basis waarvan kan worden geconcludeerd dat verdachte deze feiten heeft gepleegd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>De beoordeling van de tenlastelegging</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feiten en omstandigheden</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_caefab2c-8805-495a-b1a1-0bd5daa9a5df" />
        </para>
        <para>Op 18 maart 2017 omstreeks 01:48 uur kreeg de politie een oproep om te gaan naar het [plaats delict] , alwaar een man en een vrouw (meldster) ruzie zouden hebben. Ter plaatse troffen de verbalisanten een man aan die voldeed aan het door de meldster opgegeven signalement. Deze man, naar later bleek verdachte, was bij aantreffen onvast ter been en rook naar alcohol.<footnote-ref linkend="_1faea2d8-076b-48a5-8a4f-824eab10a544" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Na aankomst heeft de politie vrijwel direct [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] gelijktijdig doch separaat gehoord.<footnote-ref linkend="_fedd2322-c45d-4f16-a047-c3546a3ac3a6" /> [slachtoffer 2] verklaarde dat verdachte die nacht rond 01:00 uur was thuisgekomen en dronken bleek te zijn. Op dat moment was [slachtoffer 1] (de vriend van [slachtoffer 2] ) bij haar thuis. Verdachte reageerde jaloers. Hij ging op de bank zitten en toen [slachtoffer 2] langs hem wilde lopen, schopte hij haar in haar buik. Vervolgens is verdachte opgestaan en heeft hij in de keuken een mes gepakt. Met het mes is verdachte op [slachtoffer 1] afgelopen en zei hij in het Bulgaars: “Jij moet vertrekken want anders ga ik jou dood maken.” [slachtoffer 1] heeft daarop de woning verlaten. Toen hij in de hal stond, heeft verdachte het mes naar zijn hoofd gegooid. Het mes bleef in de deur van de buren steken.<footnote-ref linkend="_40ca5e10-7a47-497a-be73-20d6e0f0487c" /></para>
        <para>
          [slachtoffer 1] verklaarde eveneens dat verdachte dronken thuiskwam. Hij was agressief en riep iets in het Bulgaars naar [slachtoffer 1] . [slachtoffer 2] probeerde hem te kalmeren, maar dat lukte niet en er ontstond een worsteling tussen [slachtoffer 2] en verdachte. [slachtoffer 1] zag dat verdachte daarbij [slachtoffer 2] in haar maagstreek schopte. Vervolgens liep verdachte naar de keuken en pakte daar een mes met een lemmet van ongeveer 30 centimeter lang. Verdachte liep met dit mes op [slachtoffer 1] af en ging met het mes voor hem staan. [slachtoffer 1] was bang en heeft op een gegeven moment de woning verlaten en is richting het trappenhuis gelopen. Even later zag hij het mes langs hem vliegen.<footnote-ref linkend="_238b7ec4-0b35-4432-ab0b-bee287ae0b46" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De volgende dag heeft de politie beide aangevers aanvullend gehoord. [slachtoffer 2] verklaarde nogmaals dat zij had gezien dat verdachte het mes achter [slachtoffer 1] aan gooide en dat het mes in de deur bleef steken.<footnote-ref linkend="_24531163-b367-4165-9404-2a992f56b441" /> [slachtoffer 1] verklaarde in aanvulling op zijn aangifte dat het mes op ongeveer 20 centimeter langs hem is gegaan, terwijl het daar niet breed is, en op ongeveer kniehoogte met een klap in de deur is geëindigd.<footnote-ref linkend="_aa935c3f-60aa-42a2-80c3-707c33b1d54f" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In de voordeur aan het einde van de inpandige galerij heeft een verbalisant op ongeveer 15 centimeter van de grond een langwerpig gat van ongeveer 1,5 à 2 centimeter <?linebreak?>– overeenkomend met de punt van het lemmet van een mes – gezien. Het zag eruit als verse schade. De afstand tot de deur van de woning van aangeefster [slachtoffer 2] was ongeveer 15 à 20 meter.<footnote-ref linkend="_b8469e56-5674-466c-8d59-ee0de13a5085" /> Blijkens het sporenonderzoek had het (door aangeefster [slachtoffer 2] aan de politie overhandigde) mes een totale lengte van ongeveer 32 centimeter. Uit sporenonderzoek is voorts  gebleken dat de verfpartikels die zijn aangetroffen op het inbeslaggenomen mes visueel overeenkomen met de verfpartikels van voornoemde deur. Tevens bleken het indrukspoor enerzijds en de vorm en breedte van het snijvlak van het mes anderzijds overeen te komen. Op grond hiervan wordt in het sporenonderzoek geconcludeerd dat het mes in aanmerking komt als sporenveroorzaker van de het gevormde indrukspoor. <footnote-ref linkend="_7182cab1-59eb-470c-a3b3-d18904ae489e" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op verzoek van de verdediging is aangeefster [slachtoffer 2] op 12 juli 2017 gehoord door de rechter-commissaris. [slachtoffer 2] heeft daar opnieuw verklaard dat verdachte boos was, een mes heeft gepakt en dit mes (bovenhands) heeft gegooid voor de ingang van haar woning. Het mes kwam, aldus [slachtoffer 2] , terecht in de deur van de buren.<footnote-ref linkend="_ade67a10-4584-4156-8f9c-f22f02f3ccce" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte ontkent de hem ten laste gelegde feiten. Tevens heeft verdachte zich op het standpunt gesteld dat hij het mes niet gegooid kan hebben vanwege zijn fysieke gesteldheid – verdachte is gediagnosticeerd met spierdystrofie. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tussenconclusie</emphasis>
        </para>
        <para>Aangevers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] hebben beiden heldere en consistente verklaringen afgelegd, welke grotendeels gelijkluidend zijn. De rechtbank ziet geen reden om te twijfelen aan de inhoud van deze verklaringen, nu [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] vrijwel direct na het voorval zijn gehoord en zij los van elkaar hebben verklaard over de agressieve houding van verdachte. Verder verklaarden zij beiden dat verdachte een mes heeft gepakt, met het mes heeft gedreigd en (vervolgens) het mes heeft gegooid in de richting van [slachtoffer 1] , terwijl hij van de woning van [slachtoffer 2] vandaan liep. [slachtoffer 2] heeft deze lezing op hoofdpunten bevestigd tijdens het verhoor bij de rechter-commissaris. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op voornoemde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte [slachtoffer 2] heeft mishandeld door haar tegen de buik te schoppen (feit 2) en [slachtoffer 1] heeft bedreigd door met een mes op hem af te lopen en voor hem te gaan staan (feit 3). </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank leidt uit voornoemde bewijsmiddelen tevens af dat verdachte een mes heeft gegooid in de richting van aangever [slachtoffer 1] .</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voorts ziet de rechtbank zich gesteld voor de vraag of verdachte opzet – al dan niet in voorwaardelijke vorm – had op de dood van [slachtoffer 1] , waarmee sprake zou zijn van een poging tot doodslag. Als dat niet zo is, moet de vraag worden beantwoord of verdachte opzet had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(Voorwaardelijk) opzet van verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg is aanwezig indien verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardt dat dat gevolg zal intreden. Voorts is van belang dat naar vaste rechtspraak bepaalde handelingen naar hun uiterlijke verschijningsvorm kunnen worden aangemerkt als zozeer gericht op een bepaald gevolg dat het niet anders kan dan dat degene die die handelingen verricht de aanmerkelijke kans op dat gevolg bewust heeft aanvaard.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat verdachte, terwijl hij onder invloed van alcohol was en zich agressief gedroeg richting beide aangevers, een mes met een lengte van ruim 30 centimeter heeft gepakt. Op het moment dat [slachtoffer 1] zijn rug naar verdachte had gekeerd, door de smalle gang van verdachte wegliep en verdachte niet zag, heeft verdachte het mes in de richting van die [slachtoffer 1] gegooid. Het mes is rakelings langs [slachtoffer 1] gegaan en vervolgens in een deur blijven steken. Uit het feit dat het mes, nadat het een afstand van 15 à 20 meter had afgelegd, in de deur aan de overzijde van de galerij is blijven steken, volgt dat verdachte het mes met kracht heeft gegooid. Voornoemde handelingen, het ongecontroleerde karakter ervan, de kracht waarmee het gepaard ging en de plaats van het lichaam van aangever waar het mes terecht had kunnen komen (de rug of achterzijde van de benen) in combinatie met de grootte van het mes, maken dat de rechtbank van oordeel is dat verdachte met deze handelingen de aanmerkelijke kans dat [slachtoffer 1] hierdoor zou komen te overlijden in het leven heeft geroepen en hij deze kans ook bewust heeft aanvaard. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verklaring van verdachte dat hij niet (met kracht) het mes heeft kunnen gooien vanwege zijn ziektebeeld is naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk geworden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank concludeert derhalve dat opzet op het toebrengen van dodelijk letsel in de zin van voorwaardelijk opzet aanwezig is geweest en dat de primair ten laste gelegde poging tot doodslag wettig en overtuigend bewezen kan worden. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>De bewezenverklaring</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank verklaart bewezen dat: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>1. primair</para>
        <para>hij op 18 maart 2017 te Zoetermeer ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een persoon [slachtoffer 1] van het leven te beroven, opzettelijk een groot mes met kracht naar en in de richting van de zich in zijn, verdachtes, nabijheid bevindende [slachtoffer 1] heeft gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2.</para>
        <para>hij op 18 maart 2017 te Zoetermeer [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers is/heeft verdachte opzettelijk dreigend met een mes op die [slachtoffer 1] af gelopen en voor die [slachtoffer 1] gestaan;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>3.</para>
        <para>hij op 18 maart 2017 te Zoetermeer [slachtoffer 2] heeft mishandeld door haar tegen de buik te schoppen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafoplegging</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <para>De vordering van de officier van justitie</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <para>Het standpunt van de verdediging</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Door de verdediging zijn geen opmerkingen gemaakt ten aanzien van de strafmaat. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <para>Het oordeel van de rechtbank</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag, een bedreiging en een mishandeling. Nadat hij aangeefster in de buik had getrapt en aangever had bedreigd met een mes, heeft verdachte, terwijl aangever wegliep, hem een mes achterna gegooid dat aangever rakelings is gepasseerd. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij onder invloed van alcohol zich schuldig heeft gemaakt aan deze ernstige geweldsmisdrijven. Over het motief van deze daden kan slechts worden gespeculeerd; mogelijk was verdachte jaloers op de relatie tussen de twee aangevers. Verdachte heeft een inbreuk gemaakt op de persoonlijke integriteit van beiden. Daarnaast heeft hij hen met zijn handelen angst aangejaagd. Het feit dat [slachtoffer 1] niet is geraakt met het mes en geen ernstig, in potentie dodelijk, letsel aan de achterzijde van het lichaam heeft opgelopen is een omstandigheid die niet aan verdachte is te danken. Op deze feiten dient te worden gereageerd met oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, zulks temeer omdat de ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke misdrijven veelal een langdurige nasleep van het gebeuren ondervinden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft gelet op een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie, gedateerd 20 maart 2017. Daaruit blijkt dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het voorgaande acht de rechtbank oplegging een gevangenisstraf van hierna te noemen duur passend en geboden. Deze straf is hoger dan door de officier van justitie geëist en geboden omdat de rechtbank, anders dan de officier van justitie, een poging doodslag  bewezen acht. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De toepasselijke wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:</para>
      <para>-	45, 57, 285, 287, 300 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 primair, 2 en 3 tenlastegelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">ten aanzien van feit 1 primair:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">poging tot doodslag;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">ten aanzien van feit 2:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">ten aanzien van feit 3:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">mishandeling;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het bewezen verklaarde en verdachte deswege strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt verdachte tot:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>een gevangenisstraf voor de duur van <emphasis role="bold">1 (één) JAAR</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door</para>
      <para>mr.	W.G. de Boer,						voorzitter,</para>
      <para>mr.	J.E. Bierling,						rechter,</para>
      <para>mr.	E.C. Kole,						rechter,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. J.L.D. Timmermans,		griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 3 oktober 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_caefab2c-8805-495a-b1a1-0bd5daa9a5df" label="1">
    <para> Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2017074885, van de politie eenheid Den Haag, district Zoetermeer – Leidschendam/Voorburg, met bijlagen (doorgenummerd blz. 1 t/m 66, hierna PV I) en de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2017074885, van de politie eenheid Den Haag, district Zoetermeer – Leidschendam/Voorburg, met bijlagen (doorgenummerd blz. 1 t/m 63, hierna PV II).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1faea2d8-076b-48a5-8a4f-824eab10a544" label="2">
    <para> Proces-verbaal van aanhouding, p. 40 PV I.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fedd2322-c45d-4f16-a047-c3546a3ac3a6" label="3">
    <para> Verklaring [slachtoffer 2] bij de rechter-commissaris, afgelegd op 12 juli 2017, punt 33.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_40ca5e10-7a47-497a-be73-20d6e0f0487c" label="4">
    <para> Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] , p. 5 PV I.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_238b7ec4-0b35-4432-ab0b-bee287ae0b46" label="5">
    <para> Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] , p. 14-15 PV I.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_24531163-b367-4165-9404-2a992f56b441" label="6">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van aangever, p. 10-11 PV I.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_aa935c3f-60aa-42a2-80c3-707c33b1d54f" label="7">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van aangever, p. 20 PV I.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b8469e56-5674-466c-8d59-ee0de13a5085" label="8">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. 29 PV I.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7182cab1-59eb-470c-a3b3-d18904ae489e" label="9">
    <para> Proces-verbaal sporenonderzoek, p. 6 t/m 8 PV II en proces-verbaal rapport uitslag sporenonderzoek, p. 18 t/m 21 PV II.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ade67a10-4584-4156-8f9c-f22f02f3ccce" label="10">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 2] bij de rechter-commissaris, d.d. 12 juli 2017, punten 21, 24 en 25.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>