<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2017:11027</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-10-04T09:18:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-09-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-09-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL17.7008</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2017:11027">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2017:11027</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-09-27T16:28:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-10-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2017:11027 Rechtbank Den Haag , 07-09-2017 / NL17.7008</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2017:11027:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>- Dublin Duitsland</para>
        <para>- eerder asielaanvraag als minderjarige in Nederland</para>
        <para>- bekendmaking besluit</para>
        <para>- 3:41 Awb </para>
        <para>- MOB</para>
        <para>- halfzus</para>
        <para>- ongegrond</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2017:11027:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL17.7008</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 september 2017 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres], eiseres</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. H.A.C. Klein Hesselink),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. N.H.T. Jansen).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 15 augustus 2017 (het bestreden besluit). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep is samen met het door eiseres ingediende verzoek om een voorlopige voorziening (NL17.7009) ter zitting behandeld op 31 augustus 2017. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen N.H. Idris. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiseres is geboren op [geboortedatum] en van Somalische nationaliteit. In 2014 heeft - de destijds minderjarige - eiseres een asielaanvraag in Nederland ingediend. Die is afgewezen omdat eiseres met onbekende bestemming was vertrokken alvorens op de aanvraag was beslist. Op 15 juni 2017 heeft eiseres - mede namens haar twee minderjarige kinderen - opnieuw een aanvraag in Nederland tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend (de aanvraag).</para>
    <para />
    <para>2. Het verzoek aan Duitsland om eiseres over te nemen is op 20 juli 2017 geaccepteerd op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder d, van de Verordening EU nr. 604/2013 (de Dublinverordening). </para>
    <para />
    <para>3. Verweerder heeft de aanvraag bij het bestreden besluit niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw), omdat Duitsland verantwoordelijk is voor behandeling daarvan.  </para>
    <para />
    <para>4. Eiseres heeft daartegen het volgende aangevoerd. Verweerder heeft de beslissing op de door haar in 2014 ingediende asielaanvraag - door toezending aan de gemachtigde van eiseres - niet op de juiste wijze bekend heeft gemaakt, zodat die aanvraag nog openligt en daarop moet worden beslist. Eiseres is na indiening van haar eerste asielaanvraag in 2014 door haar man tegen haar wil naar Duitsland gevoerd, zodat zij nooit heeft kennisgenomen van het besluit. Uit de bij het beroepschrift gevoegde bijlagen blijkt dat eiseres destijds tegen haar wil bij haar man moest verblijven. Verder is het bestreden besluit onzorgvuldig voorbereid, nu niet is gevraagd naar de omstandigheden waaronder eiseres naar Duitsland is gebracht. Deze omstandigheden en het feit dat de halfzus van eiseres (sinds 2008) in Nederland woont, maken dat Nederland de aanvraag aan zich zou moeten trekken. </para>
    <para />
    <para>5. De rechtbank overweegt als volgt. Een besluit treedt niet in werking voordat het is bekendgemaakt. Ingevolge artikel 3:41, eerste, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geschiedt de bekendmaking van besluiten die tot een of meer belanghebbenden zijn gericht, door toezending of uitreiking aan hen. Indien dat niet mogelijk is, geschiedt bekendmaking volgens het tweede lid op een andere geschikte wijze. Niet in geschil is dat uitreiking van de beslissing op de eerdere asielaanvraag van eiseres niet mogelijk was door toezending of uitreiking aan eiseres. Bekendmaking kon in dat geval plaatsvinden op andere wijze. Met toezending aan de gemachtigde van eiseres is het besluit naar het oordeel van de rechtbank behoorlijk bekendgemaakt. De grond dat op de aanvraag uit 2014 nog moet worden beslist, faalt dan ook. </para>
    <para />
    <para>6. Gelet op het claimakkoord met Duitsland is Duitsland verantwoordelijk voor de aanvraag. Niet gebleken is dat de Duitse autoriteiten eiseres zonodig niet kunnen of willen beschermen tegen de gestelde problemen. Eiseres heeft geen zodanig bijzondere individuele omstandigheden aangevoerd dat overdracht aan Duitsland van een onevenredige hardheid getuigt. Met de overgelegde stukken is niet aannemelijk geworden dat eiseres onder dwang naar Duitsland is gevoerd en daar drie jaar tegen haar wil verbleef. Daarnaast is gesteld noch gebleken dat sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen eiseres en haar halfzus. Verweerder heeft daarom in redelijkheid de asielaanvraag niet krachtens artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening aan zich getrokken.</para>
    <para />
    <para>7. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. P.M. van Dijk-de Keuning, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. M. Valk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 september 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>Rechtsmiddel<?linebreak?>Tegen deze uitspraak kan binnen één week na de dag van verzending daarvan of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.</bridgehead>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>