<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2016:909</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T05:57:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-02-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-02-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/488996 / FA RK 15-3822</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Module Burgerlijke stand en landeninformatie 2016/4937</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2016:909">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2016:909</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-02-09T09:19:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-02-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2016:909 Rechtbank Den Haag , 01-02-2016 / C/09/488996 / FA RK 15-3822</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2016:909:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>aanvulling akte register burgerlijke stand; afstamming; toepassing art.10:92 BW, 10:17 BW.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2016:909:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Rekestnummer: FA RK 15-3822</para>
    <para>Zaaknummer: C/09/488996</para>
    <para>Datum beschikking: 1 februari 2016</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Aanvulling akte van een register burgerlijke stand </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking</emphasis> op het op 21 mei 2015 ingekomen verzoek van de officier van justitie in het arrondissement Den Haag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als belanghebbenden worden aangemerkt:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [de vrouw] ,</title>
    <parablock>
      <para>de vrouw,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>advocaat: mr. A. van Eijck te Gouda,</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [de man] ,</title>
    <parablock>
      <para>de man,</para>
      <para>zonder bekende woon- of verblijfplaats,</para>
      <para>advocaat: --,					</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND VAN DE GEMEENTE GOUDA, </title>
    <parablock>
      <para>zetelend te Gouda, </para>
      <para>de ambtenaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Procedure</title>
    <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:</para>
    <para>- het verzoekschrift;</para>
    <para>- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoekschrift;</para>
    <para>- de brief d.d. 1 juni 2015 van de zijde van de ambtenaar;</para>
    <para>- de fax d.d. 2 juli 2015 van de vrouw;</para>
    <para>- brief van 4 augustus 2015 van de officier van justitie, mr. S.R.C. Polderman dat er geen behoefte bestaat tot het bijwonen van de zitting;</para>
    <para>- de fax d.d. 19 november 2015 van de vrouw.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 30 november 2015 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw, bijgestaan door een tolk, de heer [naam] , en de advocaat van de vrouw. Namens de ambtenaar was mevrouw [naam] en mevrouw [naam] aanwezig. De man is openbaar opgeroepen door middel van een advertentie in de Staatscourant van <?linebreak?>[datum] , nr [nummer] . De man is niet ter terechtzitting verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na de terechtzitting heeft de rechtbank ontvangen:</para>
    </parablock>
    <para>- de fax d.d. 20 januari 2016 van de zijde van de vrouw, met bijlagen.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verzoek en verweer</title>
    <para>Het verzoek strekt tot verbetering/aanvulling van de geboorteakte nummer [nummer] van het jaar 2013, ingeschreven in het register van geboorten van de gemeente Gouda op [datum] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vrouw voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. </para>
      <para>Tevens verzoekt de vrouw zelfstandig – naar de rechtbank begrijpt voor de situatie dat het verzoek van de ambtenaar wordt toegewezen:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het door het huwelijk tussen partijen ontstane vaderschap van de man met betrekking tot de minderjarige te ontkennen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>indien voornoemd verzoek wordt toegewezen: het vaderschap van de heer [de biologische vader] met betrekking tot de minderjarige vast te stellen en diens geboorteakte dienovereenkomstig te verbeteren;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een bijzonder curator te benoemen die het verzoek ten aanzien van de ontkenning van het vaderschap namens de minderjarige kan overnemen en diens belangen kan behartigen ten aanzien van het verzoek tot het vaststellen van het vaderschap van de heer [de biologische vader] ;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feiten </title>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Uit de vrouw is geboren de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] .</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Op de geboorteakte van de minderjarige staat als ouder alleen de vrouw vermeld. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Op [datum] hebben de vrouw en de man in het kader van artikel 36 van de de Wet Basisregistratie personen (hierna: Brp) een verklaring onder ede afgelegd dat zij sinds 6 februari 2006 gehuwd zijn en dat zij in Mogadishu, Somalië, zijn gehuwd. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Bij beschikking van deze rechtbank van [datum] is tussen partijen de echtscheiding uitgesproken.  </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Uit de uittreksels Brp blijkt dat de man, de vrouw en de minderjarige een onbekende nationaliteit hebben.  </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De vrouw heeft vanaf 22 oktober 2009 een verblijfstatus “asiel bepaalde tijd” en vanaf 22 oktober 2014 een verblijfsstatus “asiel onbepaalde tijd”. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Rechtsmacht en toepasselijk recht</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de Nederlandse rechter op grond van artikel 3 sub a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering rechtsmacht toekomt. Nu het verzoek strekt tot verbetering van een Nederlandse akte, is Nederlands recht van toepassing op het verzoek tot verbetering van de geboorteakte. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Aanvulling van de geboorteakte</emphasis>
      </para>
      <para>Ingevolge artikel 1:24, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan aanvulling van een register van de burgerlijke stand met een daarin ontbrekende akte of latere vermelding, doorhaling van een daarin ten onrechte voorkomende akte of latere vermelding, of verbetering van een daarin voorkomende akte of latere vermelding die onvolledig is of een misslag bevat, op verzoek van belanghebbenden of van het openbaar ministerie worden gelast door de rechtbank. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De ambtenaar verzoekt de geboorteakte van de minderjarige te verbeteren in die zin dat de vadergegevens in de geboorteakte van de minderjarige worden aangevuld. De reden van dit verzoek van de ambtenaar is gelegen in het feit dat de minderjarige staande het huwelijk van de vrouw en de man is geboren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vrouw verzoekt dit verzoek van de ambtenaar af te wijzen, omdat toewijzing van het verzoek niet in het belang van de minderjarige is. De vrouw acht het niet in zijn belang indien de juridische werkelijkheid afwijkt van de feitelijke werkelijkheid. De vrouw heeft aangegeven dat de man niet de biologische vader van de minderjarige is, maar dat dit de thans in Groot-Brittannië wonende [de biologische vader] is. De minderjarige heeft op basis van artikel 7 IVRK recht op en belang bij duidelijkheid over zijn identiteit, aldus de vrouw.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Teneinde te kunnen beoordelen of er aanleiding is de geboorteakte van de minderjarige te verbeteren, dient de rechtbank eerst een oordeel te geven over de vraag of de man de juridische vader is van de minderjarige. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge artikel 10:92 BW wordt de vraag of een kind door geboorte in familierechtelijke betrekking komt te staan tot de vrouw uit wie het is geboren en de met haar gehuwde man, bepaald door het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van de man en de vrouw of, indien dit ontbreekt, door het recht van de staat waar de vrouw en de man elk hun gewone verblijfplaats hebben, of, indien dit ook ontbreekt, door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind. Er wordt hierbij aangeknoopt bij het moment van de geboorte van het kind.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de overgelegde uittreksels Brp blijkt dat de vrouw en de minderjarige een onbekende nationaliteit hebben. De man heeft eveneens een onbekende nationaliteit. De rechtbank is ermee bekend dat de nationaliteit van personen als onbekend wordt geregistreerd indien een brondocument waaruit de nationaliteit blijkt, ontbreekt. De rechtbank houdt het er echter voor dat de vrouw en de man, zoals ook ter terechtzitting is gesteld, de Somalische nationaliteit hebben. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat de man en de vrouw naar zeggen van de vrouw en volgens de gegevens in de Brp in Somalië zijn geboren en dat zij – blijkens de overgelegde verklaring onder ede van de man en de vrouw – zijn gehuwd in Somalië. De rechtbank stelt voorts vast dat de vrouw (uit de fax van 20 januari 2016 blijkt reeds ten tijde van de geboorte van de minderjarige) de asielstatus (verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd) heeft.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 10:17 lid 1 BW wordt de persoonlijke staat van een vreemdeling aan wie een verblijfsvergunning asiel (on)bepaalde tijd is verleend, beheerst door het recht van zijn woonplaats, of, indien hij geen woonplaats heeft, door het recht van zijn verblijfplaats. </para>
      <para>Gelet hierop hadden de vrouw en de man ten tijde van de geboorte van de minderjarige niet de zelfde nationaliteit. Nu de vrouw en de man niet dezelfde woonplaats hebben wordt het recht bepaald door de gewone verblijfplaats van het kind derhalve door het Nederlandse recht.</para>
      <para>Echter het tweede lid van voormeld artikel 10:17 BW bepaalt dat de rechten welke deze vreemdeling vroeger heeft verkregen en welke uit de persoonlijke staat voortvloeien, in het bijzonder de rechten voortvloeiende uit het huwelijk, worden geëerbiedigd.   </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank dient dan ook te beoordelen of de door de vrouw vroeger – naar Somalisch recht – uit het huwelijk verkregen rechten, welke rechten uit de persoonlijke staat voortvloeien, dienen te worden geëerbiedigd.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit artikel 54 van het Somalisch personeel statuut volgt dat indien er gedurende een langere periode dan twaalf maanden geen contact tussen de echtgenoten is geweest, het vermoeden van vaderschap (van de man met betrekking tot het kind) ontkracht is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vrouw heeft gesteld dat zij in augustus 2010 is gevestigd in Nederland en dat zij enige tijd na haar komst in Nederland een affectieve relatie heeft gehad met [de biologische vader] uit welke relatie de minderjarige is geboren. Voorts heeft de vrouw gesteld dat de man pas in januari 2014 in Nederland is gevestigd en dat zij de man sinds haar verblijf in Nederland niet meer heeft gezien. </para>
      <para>Gelet op het voorgaande, hetgeen bevestiging vindt in de gegevens zoals opgenomen in het systeem ingevolge de Wet Brp, stelt de rechtbank vast dat het huwelijksleven van de vrouw en de man gedurende ten minste twaalf maanden voorafgaande aan de geboorte van de minderjarige in 2013 is verhinderd. Naar Somalisch recht is bij de geboorte van de minderjarige geen familierechtelijke betrekking ontstaan tussen de man en de minderjarige. Hieruit volgt dat de man naar Somalisch recht niet de juridische vader van de minderjarige is. De rechtbank is dan ook van oordeel dat er gelet op het bepaalde in het tweede lid van voormeld artikel 10:17 BW, geen aanleiding is de geboorteakte te verbeteren en aan te vullen met de vadergegevens nu zij het niet ontstaan van familierechtelijke banden tussen de (inmiddels ex-)echtgenoot van de vrouw en het kind aanmerkt als een recht dat de vrouw heeft verkregen dat dient te worden geëerbiedigd. Naar het oordeel van de rechtbank brengt het belang van het kind niet mee om anders te beslissen aangezien het kind bekend kan zijn met zijn biologische vader en het de bedoeling is dat laatstgenoemde ook juridisch als vader te boek zal worden gesteld. </para>
      <para>Het verzoek van de officier van justitie zal dan ook worden afgewezen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Zelfstandige verzoeken van de vrouw</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank stelt vast dat de vrouw haar zelfstandige verzoeken heeft geformuleerd voor de situatie dat het verzoek van de officier van justitie zal worden toegewezen. Nu het verzoek van de ambtenaar wordt afgewezen, komt de rechtbank niet meer toe aan de beoordeling van de door de vrouw gedane zelfstandige verzoeken. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek af. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is gegeven door mr. J.M. Vink, tevens kinderrechter, bijgestaan door <?linebreak?>mr. M.T.E. Krijger-van Huut als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van <?linebreak?>1 februari 2016. </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>