<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2016:16705</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T21:39:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-01-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-05-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">4970061/16-50268 en 4970216/16-50269</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2017/459</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2017-0099</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2017-0099</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2016:16705">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2016:16705</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-01-26T10:32:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-01-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2016:16705 Rechtbank Den Haag , 12-05-2016 / 4970061/16-50268 en 4970216/16-50269</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2016:16705:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Arbeidsovereenkomst werknemer sociale werkvoorziening in dienst van gemeente. Op grond van artikel 7:615 BW zijn de bepalingen van boek 7 titel 10 BW niet van toepassing. Bepalend voor de verhouding partijen zijn de arbeidsovereenkomst en de CAO. Uitleg van ”onverwijld”</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2016:16705:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beschikking</para>
    <para>__________________________________________________________________  _______</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats ’s-Gravenhage</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>RJP</para>
      <para>Zaaknr.: 4970061/16-50268 en 4970216/16-50269</para>
      <para>Datum: 12 mei 2016</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis> </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verzoeker in de voorlopige voorziening en in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerder in het zelfstandig voorwaardelijk verzoek,</para>
      <para>gemachtigde: mr. N.M. Fakiri,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de publiekrechtelijke rechtspersoon</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Gemeente Delft,</emphasis> mede handelende onder de naam Werkse!,</para>
      <para>gevestigd te Delft,</para>
      <para>verweerder in de voorlopige voorziening en in de hoofdzaak,</para>
      <para>verzoeker in het zelfstandig voorwaardelijk verzoek,</para>
      <para>gemachtigde: mr. J.H.M. Wesseling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [verzoeker] en Werkse! genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para>1. Het door [verzoeker] ingediende verzoekschrift, met producties, is bij de rechtbank</para>
    <parablock>
      <para>binnengekomen op 4 april 2016. Werkse! heeft een verweerschrift ingediend, tevens</para>
      <para>houdende een voorwaardelijk verzoek tot ontbinding, met producties.</para>
    </parablock>
    <para>1. Op 28 april 2016 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. De griffier heeft</para>
    <parablock>
      <para>aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting op hun standpunten naar voren</para>
      <para>hebben gebracht. [verzoeker] heeft zijn standpunt doen bepleiten aan de hand van een pleitnota</para>
      <para>die is overgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De gemeente Delft exploiteert een beschutte werkplaats in het kader van de Wet sociale</para>
        <para>werkvoorziening onder de naam Werkse! te Den Hoorn.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          [verzoeker] , geboren op [1961] , is op [1990] bij Werkse! in dienst</para>
        <para>getreden. Zijn functie is [functie] De huidige arbeidsovereenkomst (36 uur per week)</para>
        <para>is voor onbepaalde tijd. Het salaris bedraagt thans [xx] bruto per maand, exclusief</para>
        <para>emolumenten. Op de arbeidsverhouding is de CAO voor de Sociale werkvoorziening van</para>
        <para>toepassing.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Zaaknr: 4970061/16-50268 en 49702 16/16-50269				  blad 2</para>
        <para>_________________________________________________________________  ___________</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Op 1 oktober 2015 vindt een voorval plaats waarbij [verzoeker] betrokken is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          [verzoeker] wordt door onder meer zijn werkleider diezelfde dag gehoord. In het door</para>
        <para>Werkse! opgestelde en aan [verzoeker] toegezonden gespreksverslag staat het volgende</para>
        <para>(waarin [L] staat voor de werkleider [LR] ):</para>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">“Aanleiding voor het gesprek</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [verzoeker] heeft [JW] een schop gegeven en een klap met een bloedneus</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">als gevolg.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(...)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [L] vraagt [verzoeker] waarom hij [JW] een klap heeft gegeven. [verzoeker] geeft aan dat [JW]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">hem zat uit te dagen o.a. door aan [verzoeker] ‘s privéauto te zitten en obscene gebaren te</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">maken. [verzoeker] heeft [JW] eerst een aantal keren verzocht om te stoppen met dit</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gedrag. Toen [JW] toch steeds door ging heeft [verzoeker] hem uit frustratie een schop en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">een klap gegeven(...)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [verzoeker] weet dat dit gedrag niet getolereerd wordt en heeft spijt van het voorval. Hij</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">geeft aan dat hij extra snel geïrriteerd was omdat hij zich zorgen maakt over de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gezondheid van zijn vrouw.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Afspraken</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">•</emphasis>
          <emphasis role="italic"> [verzoeker] wordt tot nader order op non actief gesteld.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(...)”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <parablock>
        <para>Bij brief d.d. 2 oktober 2015 van Werkse! aan [verzoeker] staat onder meer het volgende:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(...) Op donderdag] oktober 2015, heeft u op het werk uw collega een bloedneus </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">geslagen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Werkse! accepteert onder geen enkele voorwaarde agressief gedrag. Uw</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">bovengenoemde fysieke agressie is dan ook volstrekt ontoelaatbaar. De voortgang</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">van de werkzaamheden is door uw agressieve gedrag ernstig belemmerd om welke</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">reden ik hierbij bevestig dat u per 1 oktober 2015 op non-actief bent gesteld voor</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">ten hoogste 4 weken. Een en ander volgens de CAO voor de Sociale</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Werkvoorziening hoofdstuk 10.2. (...) “.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <parablock>
        <para>Op 9 en 28 oktober 2015 vinden tussen Werkse! en [verzoeker] gesprekken plaats. In het</para>
        <para>laatste gesprek wordt [verzoeker] een vaststellingsovereenkomst tot beëindiging van de</para>
        <para>arbeidsovereenkomst aangeboden. [verzoeker] heeft het aanbod niet geaccepteerd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <parablock>
        <para>Nadat Werkse! het salaris over december 2015 niet aan [verzoeker] had betaald, start</para>
        <para>
          [verzoeker] een kort geding. In het betreffende vonnis van de kantonrechter in deze rechtbank</para>
        <para>(rolnummer4755l52/16-1468) d.d. 8 februari 2016 wordt Werkse! veroordeeld tot</para>
        <para>loondoorbetaling.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8</nr>
      <parablock>
        <para>Bij brief d.d. 4 februari 2016 van Werkse! aan [verzoeker] staat het volgende:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(...) Hierbij zeg ik uw arbeidsverhouding met Werkse! onverwijld op, als bedoeld</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">in hoofdstuk 10, artikel 10.1, lid 1 sub h van de AO voor de Sociale</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">werkvoorziening. De reden dat ik u met dit besluit voornoemde disciplinaire</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">maatregel opleg is, dat u zich op 1 oktober 2015 ernstig heeft misdragen; u heeft</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">fysiek geweld gebruikt jegens uw collega met diens letsel tot gevolg.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(...)”.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Zaaknr: 4970061/16-50268 en 4970216/16-50269				    blad 3</para>
        <para>____________________________________________________________  __________</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De verzoeken en het verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          [verzoeker] vraagt bij wijze van voorlopige voorziening op grond van artikel 223 Wetboek</para>
        <para>van Burgerlijke Rechtsvordering Werkse! te veroordelen tot, kort gezegd, loondoorbetaling</para>
        <para>vanaf 4 februari 2016, verstrekking van salarisspecificaties op straffe van een dwangsom en</para>
        <para>betaling van buitengerechtelijke incassokosten, alle bedragen met wettelijke rente. In de</para>
        <para>hoofdzaak verzoekt hij primair vernietiging van de opzegging c.q. het gegeven ontslag op</para>
        <para>staande voet met betaling van het achterstallige salaris, met wettelijke rente en incassokosten</para>
        <para>alsmede wedertewerkstelling. Subsidiair verzoekt hij betaling van de transitievergoeding en</para>
        <para>een billijke vergoeding, althans een schadevergoeding ter hoogte van de transitievergoeding,</para>
        <para>en betaling van een bedrag gelijk aan het loon gedurende de termijn dat de</para>
        <para>arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren. Subsidiair</para>
        <para>vordert hij ook buitengerechtelijke incassokosten en betaling van de wettelijke rente over de</para>
        <para>genoemde bedragen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          [verzoeker] legt aan zijn verzoek ten grondslag dat een dringende reden aan het ontslag op</para>
        <para>staande voet ontbreekt en voorts dat het ontslag niet onverwijld gegeven is.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <parablock>
        <para>Werkse! voert tegen het verzoek tot voorlopige voorziening en in de hoofdzaak</para>
        <para>gemotiveerd verweer dat, voor zover van belang, hierna aan de orde zal komen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <parablock>
        <para>Bij wijze van zelfstandig verzoek verzoekt Werkse! voorwaardelijk, onder de</para>
        <para>voorwaarde dat boek 7, titel 10 van het Burgerlijk Wetboek (BW) op de</para>
        <para>arbeidsovereenkomst van toepassing is en de arbeidsovereenkomst niet reeds rechtsgeldig is</para>
        <para>beëindigd, ontbinding van de arbeidsovereenkomst onder toepassing van artikel 7:671b, lid 1</para>
        <para>onder a BW.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <parablock>
        <para>Werkse! legt aan zijn verzoek ten grondslag verwijtbaar handelen van [verzoeker] als</para>
        <para>bedoeld in artikel 7:669 lid 3 sub e, althans sub g BW.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <parablock>
        <para>
          [verzoeker] voert gemotiveerd verweer dat, voor zover van belang, hierna aan de orde zal</para>
        <para>komen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in de hoofdzaak en in de voorlopige voorziening</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4. 1 De kantonrechter overweegt dat, hoewel sprake is van een arbeidsverhouding tussen</para>
      <para>partijen als bedoeld in artikel 7:610 lid 1 BW(zie artikel 2 lid 1 juncto artikel 1 lid 1 Wet</para>
      <para>sociale werkvoorziening), op grond van artikel 7:615 BW de bepalingen van boek 7</para>
      <para>titel 10 BW niet van toepassing zijn. Niet gebleken is dat de in laatstgenoemd artikel vermelde</para>
      <para>uitzonderingssituatie van toepassing is. Bepalend voor de verhouding tussen partijen is dan</para>
      <para>ook hetgeen in de arbeidsovereenkomst overeengekomen is en in de CAO bepaald is. Artikel</para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>10.1</nr>
      <parablock>
        <para>van de CAO gaat over disciplinaire maatregelen. In de aanhef van het eerste lid van dat</para>
        <para>artikel en onder h staat het volgende:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De werkgever kan de werknemer, die zich in verband met zijn dienstbetrekking misdraagt,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">één van de volgende maatregelen opleggen:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(..)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">al dan niet onverwijlde opzegging van de arbeidsverhouding.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Zaaknr: 497006 1/16-50268 en 4970216/16-50269				         blad 4</para>
        <para>_______________________________________________________________  __________</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>Geconstateerd moet worden dat Werkse! de arbeidsverhouding met [verzoeker] opgezegd</para>
        <para>heeft zich beroepend op de onverwijlde opzegging als bedoeld in artikel 10.1 lid 1 sub h van</para>
        <para>de CAO, daarbij ervan uitgaande dat “onverwijld” ziet op onmiddellijke ingang vanaf het</para>
        <para>ogenblik van de opzegging. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad is bij de uitleg van</para>
        <para>een bepaling van een CAO de bewoordingen waarin deze is gesteld, gelezen in het licht van</para>
        <para>de gehele tekst van die overeenkomst en een eventuele, voor derden kenbare toelichting</para>
        <para>daarop, in beginsel van doorslaggevende betekenis. Daarbij komt het niet aan op een strikt</para>
        <para>grammaticale uitleg maar op het vaststellen van de betekenis die naar objectieve maatstaven</para>
        <para>volgt uit de bewoordingen waarin de bepaling is gesteld. Bij deze uitleg kunnen als -</para>
        <para>objectief kenbare - gezichtspunten onder meer betrokken worden de elders in de CAO</para>
        <para>gebruikte formuleringen en de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de</para>
        <para>onderscheiden, op zichzelf mogelijke tekstinterpretaties zouden leiden. Ook kan bij deze</para>
        <para>uitleg rekening worden gehouden met de kennelijke ratio en strekking van de regeling</para>
        <para>waartoe de bepaling behoort en de bedoeling van de opstellers, voor zover deze objectief, uit</para>
        <para>de tekst van de CAO en de eventuele toelichting daarop voor derden kenbaar is. (o.a. HR 17</para>
        <para>september 1993, ECLI:NL:HR:l993:ZC1059, HR 3I mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:</para>
        <para>AE2376, HR 20 februari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO 1427 en HR 11 november 2005,</para>
        <para>ECLI:NL:HR:2005:AU3719). Artikel 10.1 lid 1 sub h van de CAO kan naar het oordeel van</para>
        <para>de kantonrechter beoordeeld naar voornoemde maatstaf niet anders uitgelegd worden dan dat</para>
        <para>“onverwijld” ziet op de periode tussen de misdraging en de opzegging. De door Werkse!</para>
        <para>gegeven uitleg van “onverwijld” wordt dan ook verworpen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>Nu Werkse! de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd op 4 februari 2016 naar aanleiding</para>
        <para>van een op 1 oktober 2015 voorgevallen incident, zich beroepend op onverwijlde beëindiging</para>
        <para>van de arbeidsovereenkomst als bedoeld in meergenoemd artikel, kan, bezien in het licht van</para>
        <para>de in de vorige rechtsoverweging gegeven uitleg, niet gezegd worden dat sprake is van een</para>
        <para>onverwijld gegeven ontslag. Uit het voorgaande volgt dat de opzegging geen stand kan</para>
        <para>houden. De primaire vorderingen in de hoofdzaak liggen dan ook voor toewijzing gereed.</para>
        <para>De gevorderde incassokosten zullen toegewezen worden volgens het Besluit vergoeding voor</para>
        <para>buitengerechtelijke incassokosten, berekend over drie maanden salaris.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>Nu een eindbeslissing in de hoofdzaak gegeven zal worden, is er geen plaats meer voor</para>
        <para>een voorlopige voorziening hangende dit geding.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <parablock>
        <para>Werkse! zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van de hoofdzaak</para>
        <para>verwezen worden. De proceskosten in het incident zullen tussen partijen gecompenseerd</para>
        <para>worden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">in het zelfstandig voorwaardelijk verzoek</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6</nr>
      <parablock>
        <para>Niet voldaan is aan de door Werkse! gestelde voorwaarde, nu reeds hiervoor is</para>
        <para>uitgemaakt dat titel 10 van boek 7 BW niet van toepassing is op de arbeidsverhouding tussen</para>
        <para>partijen. Dat bij de beëindigingsgronden in de CAO naar diverse artikelen in genoemde titel</para>
        <para>verwezen wordt, maakt nog niet dat die titel van toepassing is op de arbeidsverhouding. De</para>
        <para>kantonrechter komt dan ook niet toe aan een inhoudelijke beoordeling.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Zaaknr: 4970061/16-50268 en 4970216/16-50269 				blad 5</para>
        <para>____________________________________________________________  ________</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in de voorlopige voorziening</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- wijst de vordering af;</para>
    <para>- compenseert de proceskosten tussen partijen des dat ieder haar eigen kosten draagt;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in de hoofdzaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- vernietigt de opzegging van de arbeidsovereenkomst als door Werkse! aan [verzoeker]</para>
    <para>bericht bij brief van 4 februari 2016;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat Werkse! aan [verzoeker] binnen twee dagen na heden tegen behoorlijk</para>
    <parablock>
      <para>bewijs van kwijting diens salaris vermeerderd met emolumenten sinds 4 februari</para>
      <para>2016 dient te betalen, met wettelijke rente vanaf de dag der opeisbaarheid van de</para>
      <para>maandbedragen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- veroordeelt Werkse! om tegen behoorlijk bewijs van kwijting binnen twee dagen na</para>
    <parablock>
      <para>heden aan [verzoeker] te betalen de somma van € 641,55 met wettelijke rente vanaf 4</para>
      <para>april 2016;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- veroordeelt Werkse! om [verzoeker] binnen twee dagen na heden toe te laten tot de</para>
    <para>werkvloer teneinde de gebruikelijke werkzaamheden te verrichten;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt Werkse! in de kosten van deze procedure, tot op deze uitspraak aan de</para>
    <parablock>
      <para>zijde van [verzoeker] begroot op € 823,--, waarvan € 223,- aan griffierecht en € 600,--</para>
      <para>aan salaris voor de gemachtigde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. R.J. Paris, kantonrechter en op 12 mei 2016 in het</para>
      <para>openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>