<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2016:15985</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-12-22T15:18:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-12-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-11-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">4926219 RL EXPL 16-8585</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2016:15985">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2016:15985</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-12-22T15:16:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-12-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2016:15985 Rechtbank Den Haag , 10-11-2016 / 4926219 RL EXPL 16-8585</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2016:15985:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Herstelvonnis: Onrechtmatige daad, inbreuk auteursrecht, publicatie foto zonder toestemming van maker, ontbreken van naamsvermelding, schade, geleden verlies en gederfde licentievergoeding, tarieven Stichting Foto Anoniem, vergoeding werkelijke proceskosten, artikel 1019 Rv</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2016:15985:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Bijlage bij het vonnis van kantonrechter mr. Y.E. Kastein, gewezen op 3 oktober 2016</para>
  <section>
    <title>RECHTBANK DEN HAAG </title>
    <para>Zittingsplaats ’s-Gravenhage </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>rolnummer: 4926219 RL EXPL 16-8585</para>
      <para>datum verbetering: 10 november 2016</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Herstelvonnis van de kantonrechter van 10 november 2016</title>
    <bridgehead role="bold">Verbetering van het op 3 oktober 2016 uitgesproken vonnis van de kantonrechter </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [eiser] ,<?linebreak?>wonende te [woonplaats] ,<?linebreak?>eisende partij,<?linebreak?>gemachtigde: mr. C.W. Meindersma,</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [gedaagde] ,</title>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats] ,<?linebreak?>gedaagde partij,<?linebreak?>gemachtigde: mr. A.J.J. Kreutzkamp.<?linebreak?></para>
      <para>Partijen worden hierna aangeduid als “ [eiser] en “ [gedaagde] ”. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het verzoek tot verbetering </title>
    <para>Bij schrijven van 7 oktober 2016 heeft de gemachtigde van [eiser] de kantonrechter verzocht het op 3 oktober 2016 in de onderhavige zaak gewezen vonnis te verbeteren voor wat betreft de daarin opgenomen:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>proceskostenvergoeding, aangezien is opgenomen dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot het betalen van de proceskosten ad € 3.990,00, terwijl de optelsom van de in overweging 5.7 genoemde bedragen € 4.300,16 is en niet € 3.990,00;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>naam van gemachtigde, aangezien mr. C.W. Meindersma zich als gemachtigde heeft gesteld blijkens haar schrijven d.d. 3 augustus 2016 en niet mr. C. Groen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vonnisdatum, aangezien in de kop van de vervolgpagina’s 12 september 2016 als vonnisdatum is vermeld, terwijl dit 3 oktober 2016 moet zijn. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [gedaagde] is in de gelegenheid gesteld zich over dat verzoek uit te laten. [gedaagde] heeft hier niet op gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <para>Op basis van de door [eiser] verstrekte informatie komt de kantonrechter tot het oordeel dat in het vonnis van 3 oktober 2016 per abuis is opgenomen dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot het betalen van proceskosten ad € 3.990,00, terwijl de optelsom van de in overweging 5.7 genoemde bedragen € 4.300,16 is en niet € 3.990,00.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat het vonnis van </para>
      <para>3 oktober 2016 voor wat betreft de proceskostenvergoeding als ook de overige aangehaalde punten een ook voor partijen kenbare en voor eenvoudig herstel vatbare schrijffout bevat in de zin van artikel 31 Rv. Op dat punt en de twee andere door de gemachtigde genoemde punten dient het vonnis te worden verbeterd zoals hieronder is weergegeven. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <para>- verbetert het tussen partijen gewezen en op 3 oktober 2016 uitgesproken vonnis in die zin dat de daarin vermelde gemachtigde wordt gewijzigd in mr. C.W. Meindersma en dat de vonnisdatum op de vervolgpagina’s van het vonnis wordt gewijzigd in 3 oktober 2016;</para>
    <para />
    <para>- verbetert het tussen partijen gewezen en op 3 oktober 2016 uitgesproken vonnis in die zin dat de daarin opgenomen beslissing ten aanzien van de proceskostenvergoeding komt te luiden als volgt:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>“6.2	- een bedrag van € 4.300,16 als vergoeding voor de proceskosten waarvan € 350,00 als het aan de gemachtigde van [eiser] toekomende salaris, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW vanaf de vijftiende dag na dagtekening van het vonnis tot aan de dag der voldoening;”</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- gelast de griffier van deze rechtbank om deze verbetering aan de minuut van het vonnis van 3 oktober 2016 te hechten en om op de eerste bladzijde van die minuut de volgende tekst te stellen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>“Dit vonnis is verbeterd bij herstelvonnis van 10 november 2016 dat is getekend door kantonrechter mr. Y.E. Kastein en aan dit vonnis gehecht en opnieuw uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 november 2016, in tegenwoordigheid van de griffier.”;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- handhaaft het vonnis van 3 oktober 2016 voor het overige.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. Y.E. Kastein en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 november 2016.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>