<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2016:14189</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-11-24T08:48:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-11-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-11-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/431163 / HA ZA 12-1341</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_intellectueeleigendomsrecht">Civiel recht; Intellectueel-eigendomsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2016:14189">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2016:14189</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-11-23T13:41:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-11-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2016:14189 Rechtbank Den Haag , 23-11-2016 / C/09/431163 / HA ZA 12-1341</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2016:14189:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Onbevoegdverklaring o.g.v. BVIE. Stelling dat vorderingen niet kenbaar samenhangen met inbreukactie zodat geen reden is voor 1019h Rv verworpen. In dagvaarding gesteld dat reeds sommatie is verzonden en procedure voor verbodsvordering aangekondigd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2016:14189:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="e693748b-000f-45cf-8e5c-b2e6201e0786" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="1a349bfd-0e27-421c-999d-1a2853081370" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/09/431163 / HA ZA 12-1341</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 23 november 2016</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de vennootschap naar buitenlands recht</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">BRITE STRIKE TECHNOLOGIES INC</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Plymouth, Massachusetts, Verenigde Staten van Amerika,</para>
      <para>eiseres in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerster in het incident,</para>
      <para>advocaat thans mr. J.A.M. Jonkhout te Amersfoort,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de vennootschap naar buitenlands recht</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">BRITE STRIKE TECHNOLOGIES SA</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Luxemburg, Luxemburg,</para>
      <para>gedaagde in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiseres in het incident,</para>
      <para>advocaat voorheen mr. D. Knottenbelt te Rotterdam (onttrokken).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna Brite Strike Inc en gedaagde genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 13 mei 2015;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het van de griffier van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ EU) ontvangen arrest van 14 juli 2016;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte uitlatingen aangaande het arrest van het HvJ EU van Brite Strike Inc van 28 september 2016.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling in het incident en in de hoofdzaak</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In het tussenvonnis van 13 mei 2015 heeft de rechtbank in rechtsoverweging 4.5 overwogen dat voor zover zou moeten worden aangenomen dat artikel 4.6 van het Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen) (hierna: BVIE) op de behandeling van dit geschil van toepassing is, omdat Verordening (EG) 44/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (EEX-Vo oud) daaraan niet in de weg staat, dit tot het oordeel  leidt dat de rechtbank niet bevoegd is van de vorderingen kennis te nemen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Uit het arrest van het HvJ EU van 14 juli 2016 volgt dat de EEX-Vo oud en met name artikel 71 van die Verordening niet in de weg staat aan de toepassing van artikel 4.6 van het BVIE op geschillen als hier aan de orde.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Brite Strike Inc heeft verklaard zich te refereren aan het oordeel van de rechtbank.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de rechtbank zich onbevoegd zal verklaren van de vorderingen van Brite Strike Inc kennis te nemen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Nu de rechtbank zich onbevoegd zal verklaren, zal Brite Strike Inc worden veroordeeld in de kosten in het incident en in de hoofdzaak. Gedaagde voert aan dat haar kosten aan rechtsbijstand volledig vergoed dienen te worden op de voet van artikel 1019h Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) en heeft deze gespecificeerd tot een bedrag van € 5.190,-. Brite Strike Inc heeft deze specificatie niet betwist maar heeft zich, onder verwijzing naar het arrest Bericap/Plastinnova<footnote-ref linkend="_ed9d377d-22cf-4eef-ae35-e2822fba7b57" />, op het standpunt gesteld dat artikel 1019h Rv in dezen niet van toepassing is omdat het hier gaat om een vordering tot nietigverklaring en doorhaling van een merk, die niet kenbaar samenhangt met een inbreukactie. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De rechtbank volgt Brite Strike Inc hierin niet. Brite Strike Inc heeft in haar dagvaarding aangegeven reeds een sommatie aan gedaagde te hebben verzonden en een afzonderlijke procedure te willen beginnen waarin een verbodsvordering zal worden ingesteld. Deze procedure moet daarom worden gezien als samenhangend met die aangekondigde inbreukactie<footnote-ref linkend="_80e5366a-8369-493e-9426-28bf341b71d0" />. Brite Strike Inc is daar, gezien het feit dat zij in haar dagvaarding stelde dat artikel 1019h Rv van toepassing is, kennelijk aanvankelijk zelf ook vanuit gegaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De rechtbank zal daarom op de voet van artikel 1019h Rv een bedrag van € 5.190,- aan kosten rechtsbijstand toewijzen, alsmede een bedrag van € 619,- aan griffierecht. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <bridgehead role="underline">in het incident en in de hoofdzaak</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verklaart zich onbevoegd om van de vorderingen in de hoofdzaak kennis te nemen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt Brite Strike Inc in de proceskosten, aan de zijde van gedaagde tot op heden begroot op € 5.809,00;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. F.M. Bus en in het openbaar uitgesproken op 23 november 2016.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_ed9d377d-22cf-4eef-ae35-e2822fba7b57" label="1">
    <para> HvJ EU 15 november 2012, C-180/11, ECLI:EU:C:2012:717.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_80e5366a-8369-493e-9426-28bf341b71d0" label="2">
    <para> Vergelijk Hof Den Haag 26 februari 2013, ECLI:NL:GHDHA:2013: BZ1902, Danisco/Novozymes.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>