<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2016:12344</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-11-01T10:37:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-10-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-10-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">09/765003-14</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2016:12344">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2016:12344</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-11-01T10:35:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-11-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2016:12344 Rechtbank Den Haag , 12-10-2016 / 09/765003-14</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2016:12344:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>162CAEN</para>
        <para>Drugssmokkel. Een transport van 472 kilogram hennep naar het Verenigd Koninkrijk. Medeplichtigheid door inladen van hennep in een vrachtwagen en het volgen van die vrachtwagen. Strafmaat: Taakstraf van 180 uren</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2016:12344:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Meervoudige strafkamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer:	09/765003-14</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak:	12 oktober 2016</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">(Promisvonnis)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officieren van justitie tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>	geboren op [geboortedatum] ,</para>
      <para>	BRP-adres: [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek is gehouden ter terechtzittingen van:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>20 september 2016 (inhoudelijk) en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>28 september 2016 (inhoudelijk, sluiting onderzoek ter terechtzitting).</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officieren van justitie </para>
      <para>mrs. P.P.E. van de Rivière en C. Sam-Sin  en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. K. Renssen, advocaat te Den Haag, en door de verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 4 oktober 2013 tot en met 5 oktober 2013 te Vlaardingen en/of te Delfgauw en/of te Voorburg en/of te Voorhout, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland (te weten naar het Verenigd Koninkrijk) heeft gebracht en/of opzettelijk heeft vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 472 kilogram, althans een partij van enkele honderden kilo's, in elk geval een grote hoeveelheid van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of meer andere personen  in of omstreeks de periode van 4 oktober 2013 tot en met 5 oktober 2013 te Vlaardingen en/of te Delfgauw en/of te Voorburg en/of te Voorhout, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft/hebben gebracht en/of opzettelijk vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad, een hoeveelheid van ongeveer 472 kilogram, althans een partij van enkele honderden kilo's, in elk geval een grote hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,</para>
      <para>tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, daar toen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door het dragen en/of natellen van dozen met daarin die verdovende middelen en/of het volgen/bewaken met een personenauto van de vrachtwagen waarin die verdovende middelen werden vervoerd en/of door het doorgeven waar die vrachtwagen zich bevond;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 23 september 2013 tot en met 24 september 2013 te Vlaardingen en/of te Delfgauw en/of te Voorburg en/of te Voorhout, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland (te weten naar het Verenigd Koninkrijk) heeft gebracht en/of opzettelijk heeft vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 160 kilogram tot 230 kilogram, althans een partij van enkele honderden kilo's, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of meer andere personen in of omstreeks de periode van 23 september 2013 tot en met 24 september 2013 te Vlaardingen en/of te Delfgauw en/of te Voorburg en/of te Voorhout, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft/hebben verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad, een hoeveelheid van ongeveer 160 kilogram tot 230 kilogram, althans een partij van enkele honderden kilo's, in elk geval een grote hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,</para>
      <para>tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, daar toen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door het dragen en/of natellen van dozen met daarin die verdovende middelen en/of het volgen/bewaken met een personenauto van de vrachtwagen waarin die verdovende middelen werden vervoerd en/of door het doorgeven waar die vrachtwagen zich bevond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Bewijsoverwegingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>Inleiding<footnote-ref linkend="_42257621-f623-475a-b585-fda0657e8249" /><?linebreak?></para>
        <para>Op 4 oktober 2013 om 22.54 uur (tijd van het Verenigd Koninkrijk) is een zending van 472 kilogram<footnote-ref linkend="_157b7c56-c87d-4a45-bbb0-4618168e64a0" /> hennep<footnote-ref linkend="_9bdc164b-0bfc-4e87-9f2d-3e074eddf5a5" /> onderschept in de haven van Felixstowe door de douane van het Verenigd Koninkrijk. De hennep bevond zich in een vrachtwagen met het kenteken [kentekennummer] en was verpakt in dozen die op trolleys waren geladen met planten/bloemen. De vrachtwagen was door de douane tegengehouden nadat deze van de DFDS Seaways veerboot was gekomen die eerder was vertrokken uit Vlaardingen. Ter plaatse zijn [medeverdachte 3] (de chauffeur van de vrachtwagen) en [medeverdachte 4] (de bijrijder) aangetroffen en is [medeverdachte 3] aangehouden.<footnote-ref linkend="_52b92746-659c-49bd-8e2b-6da2a19e3185" /> Twee andere personen, te weten de verdachten [medeverdachte 2]<footnote-ref linkend="_c6e4ecd3-e454-4475-9312-e9be70504b28" /> en [medeverdachte 1]<footnote-ref linkend="_34c71261-594c-4e40-835c-cc3e5cd9c95f" /> hadden dit transport (mede) georganiseerd, door onder meer het vervoer te regelen, de hennep van derden in ontvangst te nemen (in Voorburg en Den Haag) en de vrachtwagen te laden in Delfgauw. Nadat de verdachte had geholpen met het beladen van de vrachtwagen in een loods heeft hij samen met een ander, in een auto vanaf een BP benzinestation in de buurt van die loods, de vrachtwagen gevolgd tot aan de haven in Vlaardingen.<footnote-ref linkend="_5e97ac9f-d217-404f-8ca1-e99f857676f9" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De politie had voor de onderschepping al een onderzoek lopen naar de betrokkenen bij dat transport en mogelijk eerdere transporten, waarbij gebruik werd gemaakt van observaties en taps (onderzoek 162Caen). Uit dat onderzoek kwam naar voren dat ook op 24 september 2013 op gelijke wijze een lading hennep was getransporteerd. De verdachte is in het onderzoek ook naar voren gekomen als mogelijk betrokkene bij dat transport. Hij heeft zijn strafrechtelijk relevante betrokkenheid bij beide transporten ontkend, nu hij niet geweten zou hebben dat zich in de vrachtwagen hennep bevond.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Het standpunt van de officieren van justitie</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officieren van justitie hebben gerekwireerd tot vrijspraak van het onder 1 primair en 2 (primair en subsidiair) tenlastegelegde en tot bewezenverklaring van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Het standpunt van de verdediging</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit. Hij heeft daartoe – zakelijk weergegeven – aangevoerd dat uit het dossier niet volgt dat de verdachte betrokkenheid heeft gehad bij het henneptransport van 24 september 2013 en dat voor zover de verdachte betrokken is geweest bij handelingen omtrent het henneptransport van 4 oktober 2013 niet bewezen kan worden verklaard dat de verdachte opzet had op enige gedraging met hennep, omdat diens wetenschap van de aanwezigheid van de hennep ontbrak. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>De beoordeling van de tenlastelegging</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.4.1</nr>
        <para>Feit 1: het henneptransport van 4 oktober 2013</para>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of de verdachte betrokken is geweest als (mede)pleger dan wel als medeplichtige bij dit henneptransport. Zij overweegt daartoe het navolgende. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">(Mede)plegen</emphasis>
          </para>
          <para>Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat uit het verhandelde ter terechtzitting en op grond van het dossier onvoldoende is komen vast te staan dat de rol van de verdachte gekwalificeerd kan worden als (mede)pleger van dit henneptransport. De rechtbank zal de verdachte dan ook van het onder 1 primair tenlastegelegde vrijspreken.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Medeplichtigheid</emphasis>
          </para>
          <para>Gelet op voornoemde vaststaande feiten ziet de rechtbank zich gesteld voor de vraag of de handelingen van verdachte kunnen worden gekwalificeerd als medeplichtigheid aan dit henneptransport.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Uit de observatie van 4 oktober bij de loods waar de vrachtwagen werd ingeladen volgt dat de verdachte samen met [medeverdachte 1] , één van de organisatoren van de henneptransporten, omstreeks 11.17 uur aankwam en zij gezamenlijk de roldeur openden. Vervolgens reed [medeverdachte 1] een Opel Vivaro de loods in, tien minuten later reed hij hem er weer uit, deed de verdachte de roldeur van binnenuit dicht en bleef hij in de loods achter. Vervolgens arriveerde de vrachtwagen om 11.52 uur bij de loods en werd enkel de voorwagen van de combinatie de loods ingereden. Dat was het deel van de combinatie waarin later de hennep werd aangetroffen.<footnote-ref linkend="_afd96548-262e-4e75-be77-db2445a7e9ed" /> [medeverdachte 1] werd pas om 12.12 uur weer bij de loods gesignaleerd. Vervolgens pakte hij een hoge witte doos uit de Vivaro en droeg die de loods in. Kort daarop werd gezien dat ook de verdachte dergelijke dozen (met pijlen daarop) de loods in droeg. Vervolgens vertrok de vrachtwagen om 13:28 uur.<footnote-ref linkend="_c8c4dafe-7c5b-4e1a-a824-fba275de0534" /> Om 14.02 werd [medeverdachte 1] gebeld door verdachte, waarbij verdachte tegen [medeverdachte 1] zegt: “jawel”, en [medeverdachte 1] daarop weer antwoordt: “Oke super”. De telefoon van verdachte bevond zich toen in de nabijheid van de zendmast aan de Koningin Wilhelminahaven te Vlaardingen.<footnote-ref linkend="_3fd723f7-9665-4039-b89b-f748e34ce26a" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De verdachte heeft verklaard dat hij toentertijd geen hennep of andere drugs heeft gezien, of daar wetenschap van had.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank is van oordeel dat uit de volgende omstandigheden volgt dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van hennep en dat hij dus opzet had op strafbare gedragingen met die hennep.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Tijdens zijn verblijf in de loods, waar hij toen als enige aanwezig was, heeft hij op verzoek van [medeverdachte 1] dozen geteld en dit meermalen telefonisch aan hem doorgegeven.<footnote-ref linkend="_cad5dbd2-6763-4df8-8fa4-3800b738d64d" /> Daarbij is opvallend dat ter verantwoording aan een niet nader genoemde persoon “daar” van belang was dat het aantal klopte, omdat als hij er 42 in plaats van 40 telde dat diegene dan zou denken dat “<emphasis role="italic">wij er dan 2 achterover houden, ga je dat weer krijgen</emphasis>”, volgens [medeverdachte 1] . Het vergeten/onjuist tellen van bestelde bloemen/planten zal door een afnemer niet plezierig worden geacht, maar is onlogisch in de context en past naar het oordeel van de rechtbank eerder bij een (mogelijke) beschuldiging van het achterhouden van dozen met hennep. Dit type conversatie over aantallen past daarbij binnen een patroon van getapte gesprekken in het dossier waarbij duidelijk over hennep wordt gesproken. Ook dat moet voor de verdachte op dat moment duidelijk zijn geweest, zo blijkt ook uit de wijze van reageren van verdachte in zijn bevestiging dat er 40 dozen waren van “1 miljoen procent”. De rechtbank acht in dit verband ook veelzeggend dat verdachte in zijn verhoor als hem gevraagd wordt waar de gesprekken met [medeverdachte 1] over gingen steeds met een andere verklaring kwam en, geconfronteerd met tegenstrijdigheden in zijn verklaring, zelf uiteindelijk ook niet meer wist hoe het nou zat.<footnote-ref linkend="_cfa33309-c268-44e2-8646-9475611182dc" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Uit het dossier komt voorts geen ander beeld naar voren dan dat het doel van het volgen van de vrachtwagen was om de hennep te bewaken en dat de verdachte door [medeverdachte 1] met dat doel is ingezet. Dat dit doel niet aan de verdachte is medegedeeld acht de rechtbank niet aannemelijk omdat het volgen van een vrachtwagen met een normale bloemen/planten-lading volstrekt ongebruikelijk en onlogisch is. De aanwezigheid van een de speciale lading moet dan ook voor de verdachte op dat moment kenbaar zijn geweest, zeker in het licht van hetgeen is overwogen omtrent het tellen. Verdachte had derhalve wetenschap van de aanwezigheid van hennep in de vrachtwagen, waarbij hij hand- en spandiensten verleende.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Naar het oordeel van de rechtbank kan op grond van voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen worden verklaard dat de verdachte door het laden, tellen van dozen, het volgen van de vrachtwagen en het doorgeven aan [medeverdachte 1] dat die vrachtwagen bij de haven gearriveerd was medeplichtig is geweest aan het henneptransport van 4 oktober 2013.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.4.2</nr>
        <para>Feit 2: het henneptransport van 24 september 2013</para>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank zal de verdachte vrijspreken van hetgeen onder 2 (primair en subsidiair) ten laste is gelegd. Dat bij dat transport dezelfde auto is gebruikt om het transport te volgen is onvoldoende redengevend om verdachtes betrokkenheid vast te stellen, nu de verdachte toen niet in die auto is waargenomen en het ook niet zijn auto is. Daarnaast is hij op die datum evenmin gezien bij het laden van de vrachtwagen. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>De bewezenverklaring</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank verklaart ten aanzien van de verdachte bewezen dat: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>1 subsidiair:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] in de periode van 4 oktober 2013 tot en met 5 oktober 2013 te Vlaardingen en Delfgauw en Voorburg en Voorhout tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland hebben gebracht een hoeveelheid van ongeveer 472 kilogram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, daar toen opzettelijk behulpzaam is geweest, door het dragen en natellen van dozen met daarin die verdovende middelen en het volgen/bewaken met een personenauto van de vrachtwagen waarin die verdovende middelen werden vervoerd en door het doorgeven waar die vrachtwagen zich bevond.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op: </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">medeplichtigheid aan medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder A van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>De vordering van de officieren van justitie</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officieren van justitie hebben gevorderd dat de verdachte strafbaar wordt geacht.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>Het standpunt van de verdediging</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging, omdat uit het dossier niet volgt dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de hennep, dan wel dit redelijkerwijs had moeten weten. Volgens de raadsman was er dan ook sprake van afwezigheid van alle schuld bij de verdachte. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>Het oordeel van de rechtbank</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman en verwijst daartoe naar de bewijsoverwegingen onder 3.4.1 waarin de rechtbank uiteen heeft gezet dat de wetenschap van de hennep bij de verdachte wel heeft bestaan. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdachte is dan ook strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafoplegging</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <para>De vordering van de officieren van justitie</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officieren van justitie hebben gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <para>Het standpunt van de verdediging</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft zich eveneens op het standpunt gesteld dat aan de verdachte een taakstraf dient wordt opgelegd. Daartoe is – zakelijk weergegeven – aangevoerd dat een gevangenisstraf niet passend is bij de geringe rol die de verdachte heeft gehad en dat een gevangenisstraf ook op zijn gezin een zeer grote impact zou hebben. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <para>Het oordeel van de rechtbank</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.</para>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan het medeplegen van export van een grote hoeveelheid hennep naar het Verenigd Koninkrijk. Hij heeft de rol van belader en bewaker van een transport vervuld. De uit hennepplanten verkregen stof is bij regelmatig gebruik schadelijk voor de (vaak jeugdige) gebruikers. Bovendien is handel in hennep maatschappelijk onaanvaardbaar omdat deze direct en indirect de oorzaak is van vele vormen van vermogens- en geweldscriminaliteit. De verdachte heeft daaraan door zijn handelen bijgedragen en zich kennelijk om deze gevolgen niet bekommerd</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft acht geslagen op het uittreksel Justitiële documentatie van 29 augustus 2016 ten name van de verdachte. Daaruit blijkt dat de verdachte niet in de afgelopen vijf jaren is veroordeeld voor strafbare feiten. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat gelet op de beperkte rol van de verdachte bij het henneptransport een taakstraf van nader te noemen duur passend en geboden is.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De toepasselijke wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:</para>
    </parablock>
    <para>-	48 van het Wetboek van Strafrecht;</para>
    <para>-	3 en 11 van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijst II.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 primair en 2 (primair en subsidiair) tenlastegelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 1 subsidiair tenlastegelegde feit heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">medeplichtigheid aan medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder A van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, voor de tijd van 180 (honderdtachtig) UREN</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de tijd van <emphasis role="bold">90 (negentig) DAGEN</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt de maatstaf volgens welke de aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht zal geschieden op 2 uren per dag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door</para>
      <para>mr.	A.J. Milius,								voorzitter,</para>
      <para>mr.	M. van Seventer,							rechter,</para>
      <para>mr.	S.L.M. Staals,								rechter,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. A.J. van Zelst,					griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 12 oktober 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_42257621-f623-475a-b585-fda0657e8249" label="1">
    <para> Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van de processen-verbaal inzake onderzoek “162Caen”, van de politie eenheid Den Haag, Dienst Regionale Recherche.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_157b7c56-c87d-4a45-bbb0-4618168e64a0" label="2">
    <para> Deel 1, ZD 472 kg hennep, AMB-167, Getuigenverklaring van [getuige 1] , p. 548.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9bdc164b-0bfc-4e87-9f2d-3e074eddf5a5" label="3">
    <para> Deel 1, ZD 472 kg hennep, AMB-167, Getuigenverklaring van [getuige 2] , p. 543; Deel 1, ZD 472 kg hennep, AMB-167, Getuigenverklaring van [getuige 5] , p. 570.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_52b92746-659c-49bd-8e2b-6da2a19e3185" label="4">
    <para> Deel 1, ZD 472 kg hennep, AMB-167, Getuigenverklaring van [getuige 4] , p. 523 en 524.  </para>
  </footnote>
  <footnote id="_c6e4ecd3-e454-4475-9312-e9be70504b28" label="5">
    <para> Deel 1, ZD 472 kg hennep, Proces-verbaal van verhoor verdacht [medeverdachte 2] , p. 1000 en 1001.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_34c71261-594c-4e40-835c-cc3e5cd9c95f" label="6">
    <para> Deel 1, ZD 472 kg hennep, Proces-verbaal van verhoor verdacht [medeverdachte 1] , p. 1053 t/m 1061.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5e97ac9f-d217-404f-8ca1-e99f857676f9" label="7">
    <para> Verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 20 september 2016.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_afd96548-262e-4e75-be77-db2445a7e9ed" label="8">
    <para> Deel 1, ZD 472 kg hennep, AMB-167, Getuigenverklaring van [getuige 4] , p. 524.  </para>
  </footnote>
  <footnote id="_c8c4dafe-7c5b-4e1a-a824-fba275de0534" label="9">
    <para> Deel 1, ZD 472 kg hennep, AMB-041, Proces-verbaal van bevindingen, p. 135 t/m 153.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3fd723f7-9665-4039-b89b-f748e34ce26a" label="10">
    <para> Deel 1, ZD 472 kg hennep, AMB-063, Proces-verbaal betrokkenheid [verdachte] bij transporten, p. 424-425. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_cad5dbd2-6763-4df8-8fa4-3800b738d64d" label="11">
    <para> Deel 1, ZD 472 kg hennep, Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 1136; Deel 1, ZD 472 kg hennep, Geschrift, te weten Tapgesprekken, p. 1145 en 1146.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cfa33309-c268-44e2-8646-9475611182dc" label="12">
    <para> Deel 1, ZD 472 kg hennep, Proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte] , p. 1136 en 1137.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>