<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2016:11462</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T09:43:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-09-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-09-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/510000 / FA RK 16-3220</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Prg. 2016/297</rdf:li>
          <rdf:li>Module Burgerlijke stand en landeninformatie 2017/4995</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2016:11462">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2016:11462</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-10-04T11:40:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-10-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2016:11462 Rechtbank Den Haag , 22-09-2016 / C/09/510000 / FA RK 16-3220</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2016:11462:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>afwijzing verklaring rechtsvermoeden van overlijden</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2016:11462:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Meervoudige Kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Rekestnummer: FA RK 16-3220</para>
    <para>Zaaknummer: C/09/510000</para>
    <para>Datum beschikking: 24 augustus 2016</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Verklaring rechtsvermoeden van overlijden </title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beschikking op het op 28 april 2016 ingekomen verzoekschrift van:</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verzoeker] ,</title>
    <parablock>
      <para>verzoeker,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>advocaat mr. J.G. Wiebes te Lelystad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende de vermissing van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [vermiste]
        </emphasis>, met onbekende geboortedatum te [geboorteplaats] , Somalië (hierna: de vermiste).</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Procedure</title>
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:</para>
      <para>-	het verzoekschrift.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 25 juli 2016 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld door mr. A. Zonneveld, rechter-commissaris. Hierbij zijn verschenen: verzoeker met zijn advocaat en de tolk [naam] . </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verzoek</title>
    <para>Het verzoekschrift strekt ertoe dat de rechtbank zal gelasten de vermiste op te roepen teneinde van haar in leven zijn te doen blijken, en, zo hiervan niet blijkt, zal verklaren dat er rechtsvermoeden van overlijden van de vermiste bestaat.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Rechtsmacht en toepasselijk recht</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank is op grond van artikel 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bevoegd van de voorliggende verzoeken kennis te nemen en past bij gebrek aan nadere conflictregels het Nederlandse recht toe.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Inhoudelijke beoordeling</emphasis>
      </para>
      <para>Artikel 1:413, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) bepaalt dat, indien het bestaan van een persoon onzeker is en de in het tweede lid aangegeven tijdruimte is verlopen, belanghebbenden de rechtbank kunnen verzoeken dat zij hun zal gelasten de vermiste op te roepen teneinde van zijn in leven zijn te doen blijken, en dat zij, zo hiervan niet blijkt, zal verklaren dat er rechtsvermoeden van overlijden van de vermiste bestaat. </para>
      <para>Artikel 1:413, tweede lid, sub a, BW bepaalt dat de in het eerste lid genoemde tijdruimte, te rekenen van het vertrek van de vermiste of de laatste tijding van zijn leven, vijf jaren beloopt.</para>
      <para>Sub b van voormeld artikel bepaalt dat de termijn wordt verkort tot een jaar indien de betrokkene gedurende die periode wordt vermist en de omstandigheden zijn dood waarschijnlijk maken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker stelt dat hij zijn (vermiste) echtgenote omstreeks mei 2014 voor het laatst heeft gesproken. Gelet daarop stelt de rechtbank vast dat de in artikel 1:413, tweede lid, sub a BW genoemde tijdsruimte van vijf jaren nog niet is verstreken maar enkel de in sub b genoemde termijn van een jaar. Daarom staat thans ter beoordeling of de omstandigheden de dood van de vermiste waarschijnlijk maken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker stelt dat hij in 2009 naar Nederland is gevlucht. In maart 2014 heeft hij een aanvraag ingediend voor ‘machtiging tot voorlopig verblijf – nareizigers asiel’ ten behoeve van zijn echtgenote (vermiste). Dit verzoek is afgewezen door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), omdat zij geen contact heeft weten te leggen met de echtgenote . Verzoeker stelt in dat verband dat hij jarenlang het contact met zijn echtgenote heeft behouden, maar dat hij haar sinds juli 2014 niet meer kan bereiken. Van een oom heeft verzoeker in juli 2014 vernomen dat zijn echtgenote zou zijn overleden. Ook van de moeder van de echtgenote heeft verzoeker gehoord dat zijn echtgenote, na te zijn gegijzeld door Al-Shabaab, zou zijn overleden. Het lichaam is naar de familie teruggebracht en zou direct zijn begraven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat er door verzoeker geen stuk is overgelegd dat de door hem gestelde feiten objectief en concreet ondersteunt. Ook heeft verzoeker ter terechtzitting verklaard geen nadere bewijsstukken te kunnen verkrijgen uit Somalië ten aanzien van het overlijden van de vermiste.</para>
      <para>Hoewel verzoeker voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er in het gebied waar de vermiste woonachtig zou zijn ten tijde van de vermissing sprake was van oorlogsgeweld, is de rechtbank van oordeel dat verzoeker onvoldoende objectieve en verifieerbare stukken heeft overlegd ten aanzien van de stelling dat vermiste als gevolg daarvan om het leven is gekomen. De rechtbank overweegt daarbij dat de vermiste ook gevlucht kan zijn voor het oorlogsgeweld, te meer nu verzoeker stelt dat de eveneens aldaar woonachtige familie van de vermiste naar Kenia is gevlucht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat niet is komen vast te staan dat sprake is van omstandigheden die de dood van de vermiste waarschijnlijk maken en dient het verzoek te worden afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. W.G. de Boer, O.F. Bouwman en A. Zonneveld, rechters, bijgestaan door mr. L. Arreman-Mos als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 augustus 2016. </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>