<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2015:9694</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-05T15:24:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-08-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-08-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 15/10126</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;g=2015-08-17">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JV 2015/337 met annotatie van prof. mr. A.T. Marseille, mr. M. Wever</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2015:9694">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2015:9694</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-08-17T09:04:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-08-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2015:9694 Rechtbank Den Haag , 07-08-2015 / AWB 15/10126</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2015:9694:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gelet op het bepaalde in artikel 3.99a, tweede lid, (Vb) waarin kort samengevat, een kennisgevingsprocedure wordt voorgeschreven, heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat geen sprake is van een aanvraag, zodat geen beslistermijn van toepassing is en geen sprake is van niet tijdig beslissen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2015:9694:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zittingsplaats Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Sector bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AWB 15 / 10126 </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] , eiseres, van Turkse nationaliteit</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. F. Kiliç),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder.</bridgehead>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft bij brief van 21 mei 2015 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder op de aanvraag van 14 juli 2014 om een verblijfsvergunning voor verblijf als gezinslid bij haar partner. </para>
      <para>Verweerder heeft bij brief van 1 juni 2015 aan eiseres medegedeeld voornemens te zijn om naar aanleiding van de aanvraag van eiseres van 2 april 2015 een verblijfsdocument te verstrekken voor verblijf als familie- of gezinslid bij [naam] .</para>
      <para>Eiseres heeft de rechtbank bij brief van 5 juni 2015 medegedeeld dat geen belang meer bestaat bij een uitspraak op het beroep nu verweerder heeft aangegeven aan eiseres een verblijfsvergunning te verstrekken. Wel verzoekt eiseres om verweerder te veroordelen in de kosten van de procedure bij de rechtbank, nu de procedure het gevolg is van het onrechtmatig handelen van verweerder.</para>
      <para>Verweerder concludeert in zijn brief van 4 juni 2015 tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. Bij brief van 14 juli 2015 heeft verweerder desgevraagd bericht niet bereid te zijn tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht, nu op 14 juli 2014 geen sprake is geweest van een aanvraag. </para>
      <para>Partijen hebben desgevraagd toestemming gegeven voor afdoening van de zaak zonder zitting.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>Nu eiseres in het bezit is gesteld van de gewenste verblijfsvergunning is het procesbelang aan de onderhavige procedure komen te ontvallen. De rechtbank zal reeds daarom het beroep niet-ontvankelijk verklaren. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Vervolgens wordt bezien of er aanleiding is voor een proceskostenveroordeling en vergoeding van griffierecht. Daartoe wordt het volgende overwogen.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <para>3. Op grond van artikel 24, eerste lid, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels gesteld omtrent de wijze van indiening en behandeling van een aanvraag.</para>
    <para>4. Artikel 3.99a, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) bepaalt, dat indien een vreemdeling in Nederland is voor een verblijf van langer dan drie maanden en een beroep doet ofwel op vrijstelling van het vereiste van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf op grond van artikel 17, eerste lid, onder c of d, van de Wet (http://wetten.overheid.nl/BWBR0011823) of artikel 3.71, tweede lid, onder l, ofwel op toepassing van artikel 3.71, derde lid, Vb de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Wet (http://wetten.overheid.nl/BWBR0011823), niet wordt ingediend dan nadat de vreemdeling schriftelijk, op een door Onze Minister te bepalen wijze, te kennen heeft gegeven een zodanige aanvraag in te willen dienen. </para>
    <para>5. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich, gelet op voormelde bepalingen, terecht op het standpunt gesteld dat de brief van eiseres van 14 juli 2014 niet kan worden aangemerkt als een aanvraag om een verblijfsvergunning zodat geen beslistermijn van toepassing is en geen sprake is van niet tijdig beslissen. Wanneer geen sprake zou zijn geweest van de situatie als in overweging 1, zou het onderhavige beroep gericht tegen het niet-tijdig beslissen om voormelde reden niet-ontvankelijk zijn verklaard.</para>
    <para>6. Onder voornoemde omstandigheden zal de rechtbank het verzoek om verweerder in de kosten van de procedure te veroordelen afwijzen.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Janse van Mantgem, rechter, in aanwezigheid van        I. Broekhuizen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier								rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>