<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2015:8853</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-07-29T11:45:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-07-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-04-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 15/6196, 15/6199, 15/6201</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;g=2015-07-29">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2015:8853">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2015:8853</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-07-29T11:44:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-07-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2015:8853 Rechtbank Den Haag , 17-04-2015 / AWB 15/6196, 15/6199, 15/6201</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2015:8853:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De mondelinge behandeling van verzoeksters verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening zal, uitsluitend als gevolg van een volle zittingsagenda van de rechtbank, pas plaatsvinden nadat het recht op opvang is geëindigd. Onder de gegeven omstandigheden, die niet voor rekening en risico van verzoeksters behoren te komen, dient het belang van verzoeksters bij continuering van hun opvang te prevaleren boven het belang van verweerder. De voorzieningenrechter ziet daarom aanleiding een ordemaatregel te treffen, inhoudende dat uitzetting van verzoeksters wordt verboden tot op de verzoeken om een voorlopige voorziening is beslist. Op basis van die voorziening zal de opvang van verzoeksters dan kunnen worden voortgezet.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2015:8853:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Haarlem </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: AWB 15/6196, 15/6199, 15/6201 (voorlopige voorzieningen)</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de voorzieningenrechter van 17 april 2015 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [verzoekster 1] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum 1] ,  </para>
      <para>verzoekster 1,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster 2] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum 2] ,</para>
      <para>verzoekster 2,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster 3] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum 3] ,</para>
      <para>verzoekster 3, </para>
      <para>allen van Chinese nationaliteit,  </para>
      <para>hierna gezamenlijk: verzoeksters,</para>
      <para>(gemachtigde: mr. W. de Kleine, advocaat te Emmen),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, </bridgehead>
    <para>verweerder.</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij afzonderlijke besluiten van 20 maart 2015 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van verzoeksters tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeksters hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Zij verzoeken  verweerder te verbieden hen uit te zetten tot vier weken nadat de rechtbank op de beroepen heeft beslist.</para>
      <para>Omdat onverwijlde spoed dat vereist, is een zitting achterwege gebleven.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>Indien tegen een besluit beroep bij de rechtbank is ingesteld, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is in de hoofdzaak, ingevolge artikel 8:81, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Bij faxberichten van 15 april 2015 hebben verzoeksters meegedeeld dat het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (Coa) voornemens is om hen op 18 april 2015 uit te zetten uit de opvang. Verzoeksters dreigen uit de opvang te worden verwijderd voordat hun verzoeken ter zitting zullen worden behandeld. De behandeling van de zaken is geagendeerd op 23 april 2015. </para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para>3. Verweerder heeft telefonisch meegedeeld niet bereid te zijn aan verzoeksters opvang te verlenen tot de zitting van 23 april 2015. </para>
    <para>4. De voorzieningenrechter stelt vast dat één van de rechtsgevolgen van de bekendmaking van de bestreden besluiten van 20 maart 2015 is dat het recht op opvang van verzoeksters eindigt op 17 april 2015, ingevolge artikel 7 eerste lid, aanhef en onder a, van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (Rva), in samenhang met de artikelen 45 en 62 Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Voorts stelt de voorzieningenrechter vast dat de mondelinge behandeling van verzoeksters verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening pas zal plaatsvinden op 23 april 2015, dus niet voor het verstrijken van voornoemde vertrektermijn van vier weken, uitsluitend als gevolg van de volle zittingsagenda van de rechtbank. Een beslissing op het verzoek zal dus ook pas na de datum van de geplande zitting van 23 april 2015 volgen. </para>
    <para />
    <para>5. Behoudens een te treffen ordemaatregel, zou de opvang van verzoeksters dus eindigen voordat op de verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening is beslist. Verzoeksters hebben er daarom belang bij dat bij rechterlijke beslissing wordt bepaald dat zij - voorshands - in Nederland de beslissing op hun beroep mogen afwachten,  opdat hun opvang – gelet op art. 8, aanhef en onder h Vw – niet op grond van de genoemde bepaling van het Rva eindigt zolang nog niet op hun verzoeken is beslist. Onder de gegeven omstandigheden, die niet voor rekening en risico van verzoeksters behoren te komen, dient naar het oordeel van de voorzieningenrechter het belang van verzoeksters bij continuering van hun opvang te prevaleren boven het belang van verweerder. </para>
    <para />
    <para>6. Gelet op het voorgaande ziet de voorzieningenrechter aanleiding om met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van de Awb een ordemaatregel te treffen, inhoudende dat uitzetting van verzoeksters wordt verboden tot op de verzoeken om een voorlopige voorziening is beslist. Op basis van die voorziening zal de opvang van verzoeksters dan kunnen worden voortgezet. </para>
    <para />
    <para>7. De voorzieningenrechter zal iedere verdere beslissing aanhouden. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter:</para>
    </parablock>
    <para>- verbiedt verweerder verzoeksters uit Nederland te verwijderen tot uitspraak is gedaan op de verzoeken om een voorlopige voorziening met zaaknummers AWB 15/6196, 15/6199, 15/6201. </para>
    <para>- houdt iedere verdere beslissing aan. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. G.W.S. de Groot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.P. van der Zalm, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 april 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier							voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Coll:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. </para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>