<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2015:7660</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-04T08:55:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-07-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBDHA:2015:3515</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-03-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 14 _ 10351</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" cvdr:resourceIdentifier="CVDR:319578_1">Verordening op heffing en invordering van parkeerbelasting  Noordwijk 2014 7</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2015/38.15.11</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2015/1625</rdf:li>
          <rdf:li>Belastingblad 2015/398</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2015-1881</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2015072110</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2015:7660">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2015:7660</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-07-21T11:30:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-07-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2015:7660 Rechtbank Den Haag , 25-03-2015 / AWB - 14 _ 10351</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2015:7660:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>parkeerbelasting, geld wisselen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2015:7660:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team belastingrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: SGR 14/10351</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 maart 2015 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres], wonende te [plaats 1], [land], eiseres</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. P.D. Bosma),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [P], verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para>Verweerder heeft aan eiseres op 31 augustus 2014 een naheffingsaanslag (aanslagnummer [nummer]) parkeerbelasting opgelegd, ten bedrage van € 61.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar de naheffingsaanslag gehandhaafd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 maart 2015 te Den Haag. </para>
      <para>Eiseres is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [vertegenwoordiger]. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <bridgehead role="underline">Feiten</bridgehead>
    <para>1. Op 31 augustus 2014 omstreeks 12.59 uur stond de auto van eiseres met kenteken </para>
    <para>
      [kenteken] geparkeerd aan de [adres 2] te Noordwijk. Deze locatie is door burgemeester en wethouders van de gemeente Noordwijk aangewezen als een plaats waar mag worden geparkeerd met een geldige parkeervergunning of met een geldig parkeerkaartje.</para>
    <para />
    <para>2. Tijdens een controle op genoemd tijdstip heeft een parkeercontroleur geen geldige parkeervergunning of geldig parkeerkaartje in de auto aangetroffen. Omdat geen parkeerbelasting was voldaan, is aan eiseres een naheffingsaanslag opgelegd van € 61 bestaande uit € 3 aan belasting en € 58 aan kosten naheffing.</para>
    <para />
    <para>3. Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Bij besluit van 14 oktober 2014 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Geschil </title>
    <para>4. In geschil is of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd.</para>
    <para />
    <para>5. Eiseres beantwoordt deze vraag ontkennend. Eiseres voert aan dat zij, omdat zij niet bekend is in de gemeente Noordwijk, een paar minuten extra tijd nodig had om geld te wisselen voor de parkeerautomaat om vervolgens een ticket te kopen. Toen eiseres met een geldig parkeerkaartje bij haar voertuig terugkwam was de naheffingsaanslag al opgelegd.</para>
    <para>Beoordeling van het geschil</para>
    <para />
    <para>6. Op grond van artikel 7, eerste lid, van de Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelasting Noordwijk 2014 (de Verordening) is parkeerbelasting verschuldigd bij aanvang van het parkeren. Een redelijke uitleg van deze bepaling brengt mee dat een belastingplichtige een, gelet op de omstandigheden, redelijke tijd moet hebben voor het verrichten van uitvoeringshandelingen tot voldoening van de belasting. De tijd die nodig is om geld te wisselen moet daarbij buiten beschouwing blijven, omdat van parkeerders mag worden verwacht dat zij over voldoende muntgeld beschikken, zie hiervoor de uitspraak van de Hoge Raad van 28 oktober 2005 (ECLI:NL:HR:2005:AU5160). De omstandigheid dat eiseres geld is gaan wisselen, kan om die reden niet worden aangemerkt als een uitvoeringshandeling waarbij een aanvang is gemaakt met het betalen van de parkeerbelasting. De naheffingsaanslag is dus terecht opgelegd. De verklaring van eiseres dat zij een geldig parkeerkaartje (met aanvangstijdstip 13.08 uur) had gekocht maakt dit niet anders, nu de controleambtenaar om 12.59 uur heeft geconstateerd dat er geen geldig betaalbewijs in de auto aanwezig was.</para>
    <para />
    <para>7. Gelet op het bovenstaande dient het beroep ongegrond te worden verklaard.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Proceskosten</title>
    <para>8.	Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. E.I. Batelaan-Boomsma, rechter, in aanwezigheid van mr. L. Heekelaar, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20021, </para>
      <para>2500 EA Den Haag.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>