<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2015:6959</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T22:50:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-06-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-06-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C-09-486859 - KG ZA 15-508</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJF 2015/379</rdf:li>
          <rdf:li>TvA 2015/83</rdf:li>
          <rdf:li>TvA 2016/15</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2015:6959">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2015:6959</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-07-02T09:49:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-07-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2015:6959 Rechtbank Den Haag , 12-06-2015 / C-09-486859 - KG ZA 15-508</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2015:6959:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kort geding; (internationaal) arbitragebeding, voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd op grond van art. 1074 d Rv.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2015:6959:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Handel - voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak- / rolnummer: C/09/486859 / KG ZA 15-508</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 12 juni 2015</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de vennootschap naar buitenlands recht</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Can-Pack S.A.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Krakau (Polen),</para>
      <para>eiseres in conventie,</para>
      <para>verweerster in voorwaardelijke reconventie,</para>
      <para>advocaat mr. R. Teitler te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [A]
        </emphasis>, handelende onder de naam <emphasis role="bold">Lucanto</emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>gedaagde in conventie,</para>
      <para>eiseres in voorwaardelijke reconventie,</para>
      <para>advocaat mr. J.G. Mulder te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Can Pack’ en ‘[A]’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Can-Pack heeft [A] op 30 april 2015 doen dagvaarden om op 29 mei 2015 te verschijnen ter zitting van de voorzieningenrechter van deze rechtbank. De zaak is op die datum behandeld.  Vonnis is bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten in conventie en in reconventie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 29 mei 2015 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para> 	Can-Pack is een Polen gevestigde onderneming die zich bezig houdt met de productie van verpakkingen van levensmiddelen, met name (alcoholische en non-alcoholische) dranken. Can-Pack is in heel Europa actief.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para> 	Met ingang van januari 2010 heeft [A] op grond van (een tweemaal verlengde) agentuurovereenkomst (‘contract of mandate’, hierna ‘de Overeenkomst’) als handelsagent voor Can-Pack gewerkt. De laatstelijk overeengekomen verlenging had een looptijd tot 31 mei 2015.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>  	In de Overeenkomst is een geheimhoudingsbeding (artikel 7), een relatiebeding (artikel 8) en een concurrentiebeding (artikelen 9 en 10) opgenomen. Voorts is in artikel 16 van de Overeenkomst het volgende bepaald:</para>
        <para>“<emphasis role="italic">1. 	All matters not regulated in this Agreement shall be governed by the provisions of 	Austrian substantive law. The above mentioned law shall be applicable also in case of 	dispute.</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">2. 	All disputes arising out of this Agreement and all individual contracts (orders) made 	there under and related to its violation, termination or nullity shall be finally settled 	under the Rules of Arbitration and Conciliation of the International Arbitral Centre of 	the Austrian Federal Economic Chamber in Vienna (Vienna Rules) by the arbitrator 	appointed in accordance with these Rules. The substantive law of Austria shall be 	applicable. (…)</emphasis>”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para> 	Per e-mail van 27 maart 2015 heeft [A] aan Can-Pack meegedeeld dat hij bij Can-Pack vertrekt en dat hij, zo vermeldt de mail ‘found challenges elswhere in the Beverage Can Industry’. In deze mail schrijft [A] dat hij zich niet gebonden acht aan het concurrentiebeding.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para> 	Bij brief van 10 april 2015 heeft Can-Pack aan [A] meegedeeld dat zij de Overeenkomst met onmiddellijke ingang beëindigt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para> 	Inmiddels is [A] werkzaam voor Helvetia Packaging AG (hierna ‘Helvetia Packaging’), een directe concurrent van Can-Pack.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">in conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Na vermindering van eis vordert Can-Pack – zakelijk weergegeven – [A] te veroordelen zijn activiteiten voor Helvetia Packaging of een aan haar gelieerde onderneming te staken en gestaakt te houden en hem te veroordelen tot nakoming van het concurrentiebeding als beschreven in artikel 9 en 10 van de Overeenkomst, en/of het geheimhoudingsbeding en het relatiebeding als bedoeld in artikel 7 en 8 van de Overeenkomst, een en ander op straffe van een dwangsom en met veroordeling van [A] in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Daartoe stelt Can-Pack het volgende. Door zijn plotselinge, onaangekondigde overstap naar een belangrijke concurrent, handelt [A] in strijd met de bepalingen van de Overeenkomst. Bovendien is het handelen van [A] onrechtmatig jegens Can-Pack. Aangezien [A] met de door hem bij Can-Pack opgedane uitzonderlijke en uitputtende kennis van de commerciële bedrijfsvoering van Can-Pack Helvetia Packaging exact kan informeren over onder meer de door Can-Pack gehanteerde prijzen en voorwaarden, en logistieke kosten, verkrijgt Helvetia Packaging een oneerlijk concurrentievoordeel en lijdt Can-Pack (omzet)schade.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [A] voert gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">in voorwaardelijke reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>
        [A] vordert, onder de voorwaarde dat de voorzieningenrechter zich bevoegd acht over de eis in conventie te beslissen, – zakelijk weergegeven – Can-Pack te veroordelen aan [A] te betalen € 35.932,75.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Daartoe stelt [A] het volgende. Op grond van de Overeenkomst is Can-Pack over de periode tot 10 april 2015 € 13.945,- verschuldigd aan [A]. Daarnaast dient Can-Pack € 21.987,75 aan [A] te vergoeden ter zake van de vaste vergoeding en de (evenredige) vaste bonus waar [A] tot 31 mei 2015 recht op zou hebben gehad indien de Overeenkomst op rechtmatige wijze zou zijn geëindigd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Can-Pack voert gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het geschil</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">in conventie </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para> 	Als meest verstrekkende verweer heeft [A] met verwijzing naar artikel 1074d Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv) aangevoerd dat de voorzieningenrechter onbevoegd is om van de vorderingen van Can-Pack kennis te nemen. Hiertoe heeft [A] verwezen naar het arbitragebeding van artikel 16 van de Overeenkomst. Daarnaast heeft [A] met verwijzing naar de door hem in het geding gebrachte legal opinion van de Oostenrijkse advocaat Mag. [B]betoogd dat onder de in artikel 16 vermelde Vienna Rules het mogelijk is binnen enkele weken een voorlopige voorziening te treffen. In de dagvaarding heeft Can-Pack in dit verband een beroep gedaan op artikel 33 lid 5 van de Vienna Rules, waarin is bepaald dat de mogelijkheden van het scheidsgerecht om voorlopige en bewarende voorzieningen te treffen niet afdoen aan de bevoegdheid van partijen zich voor dergelijke voorzieningen tot de nationale rechter te wenden. Met betrekking tot deze kwestie wordt als volgt overwogen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para> 	Uit artikel 16 van de tussen partijen gesloten Overeenkomst vloeit voort dat arbitrage buiten Nederland moet plaatsvinden. Op grond van artikel 1074d Rv – dat op 1 januari 2015 in werking is getreden – verklaart de rechter zich dan uitsluitend bevoegd, indien de gevraagde beslissing niet of niet tijdig in arbitrage kan worden gekregen.  Aangezien [A]   gemotiveerd   en onweersproken heeft gesteld dat het onder Vienna Rules mogelijk is binnen enkele weken een voorlopige voorziening te treffen, moet het ervoor gehouden worden dat de thans door Can-Pack gevorderde voorzieningen tijdig in arbitrage kunnen worden verkregen. De voorzieningenrechter zal zich daarom op grond van artikel 1074 d Rv onbevoegd verklaren om van de vorderingen van Can-Pack kennis te nemen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para> 	Can-Pack zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>   	Aangezien de voorzieningenrechter zich in conventie onbevoegd zal verklaren, behoeft de voorwaardelijk ingestelde vordering in reconventie geen beoordeling meer.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">5.	De beslissing</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>De voorzieningenrechter:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">in conventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>- verklaart zich onbevoegd om van de onderhavige vorderingen kennis te nemen;</para>
      <para />
      <para>- veroordeelt Can-Pack in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van [A]     begroot op  € 1.101,-, waarvan € 816,- aan salaris advocaat en € 285,- aan griffierecht.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Groeneveld-Stubbe en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2015. </para>
        <para>WJ</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>