<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2015:5201</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-04T08:54:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-05-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-04-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 14 _ 11339</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHDHA:2016:947" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">Hoger beroep: ECLI:NL:GHDHA:2016:947, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2015/1561</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2015-1780</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2015071417</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2015:5201">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2015:5201</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-07-10T14:23:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-07-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2015:5201 Rechtbank Den Haag , 28-04-2015 / AWB - 14 _ 11339</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2015:5201:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Inkomstenbelasting, auto van de zaak, eigen bijdrage, negatief loon.</para>
        <para>Eiser was in 2010 in dienstbetrekking werkzaam. Omdat de leaseregeling van de werkgever geen standaardcategorie/-leasenorm bevatte voor de functie die eiser vervulde, heeft de werkgever voor eiser een auto aangeschaft en deze vervolgens aan hem ter beschikking gesteld. Eiser heeft bijgedragen aan de aanschafkosten van de auto. Voor de auto is door verweerder aan eiser een ‘verklaring geen privégebruik’ afgegeven. In zijn aangifte IB/PVV 2010 heeft eiser de bijdrage in de aanschafkosten als negatief loon in aanmerking genomen. Onder verwijzing naar vaste jurisprudentie van de Hoge Raad oordeelt de rechtbank dat verweerder deze aftrek terecht niet heeft toegelaten. De rechtbank overweegt daartoe dat de bijdrage niet haar grond vindt in de dienstbetrekking en niet is gebleken dat sprake is geweest van bijzondere omstandigheden die dat anders maken. Voorts is niet gebleken dat eiser zich aan het aanvaarden van de ter beschikking gestelde auto niet heeft kunnen onttrekken. Nu eiser de auto uitsluitend zakelijk heeft gebruikt, is bij hem geen voordeel wegens privégebruik in aanmerking genomen waardoor de bijdrage daarop evenmin in mindering kan worden gebracht.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2015:5201:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Team belastingrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: SGR 14/11339</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van</title>
    <bridgehead role="bold">28 april 2015 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [eiser] wonende te [plaats], eiser <?linebreak?></title>
    <para>en</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [P], verweerder.</title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De bestreden uitspraak op bezwaar </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak van verweerder van 3 november 2014 op het bezwaar van eiser tegen de voor het jaar 2010 opgelegde aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 128.692 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 366. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Zitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 april 2015. </para>
      <para>Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door [vertegenwoordigers]</para>
      <para>. Verweerder is vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger].  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. In 2010 was eiser in dienstbetrekking werkzaam bij een vennootschap die</para>
    <para>onderdeel uitmaakte van het [werkgever] (de werkgever). Omdat de leaseregeling van de werkgever geen standaardcategorie/-leasenorm bevatte voor de functie die eiser vervulde, heeft de werkgever voor eiser een auto aangeschaft en deze vervolgens aan hem ter beschikking gesteld. Eiser heeft bijgedragen aan de aanschafkosten van de auto. In verband hiermee is zijn bruto startbonus verhoogd met € 5.000 en heeft hij een bijdrage aan de aanschafkosten van de auto ter grootte van € 8.645,26 aan de werkgever betaald. Voor de auto is door verweerder aan eiser een ‘verklaring geen privégebruik’ afgegeven.   </para>
    <para />
    <para>2. In zijn aangifte IB/PVV 2010 heeft eiser een bedrag van € 8.646 als negatief loon</para>
    <para>in aanmerking genomen, onder vermelding van [naam]’. </para>
    <para />
    <para>3. Met dagtekening 7 november 2013 is de definitieve aanslag IB/PVV 2010 </para>
    <para>opgelegd. Het door eiser in aanmerking genomen bedrag aan negatief loon is daarbij niet in aftrek toegestaan.</para>
    <para />
    <para>4. In geschil is of verweerder het door eiser opgevoerde bedrag aan negatief loon</para>
    <para>terecht niet in aftrek heeft toegelaten.</para>
    <para />
    <para>5. Uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad (vgl. Hoge Raad 26 maart 1997,</para>
    <para>ECLI:NL:HR:1997:AA2132 en Hoge Raad 15 oktober 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA3298) volgt dat bijdragen die een werknemer aan zijn werkgever betaalt als bijdrage in de kosten van een ter beschikking gestelde auto, behoudens bijzondere omstandigheden, niet hun grond vinden in de dienstbetrekking zodat geen sprake is van negatief loon. Dit is slechts anders wanneer de werknemer zich jegens de werkgever niet kon onttrekken aan het aanvaarden van de ter beschikking gestelde auto. Voorts volgt uit deze jurisprudentie dat met een eigen bijdrage uitsluitend rekening kan worden gehouden indien sprake is van een voordeel wegens privégebruik waarop deze eigen bijdrage in mindering kan worden gebracht. </para>
    <para />
    <para>6. De rechtbank is, anders dan eiser, van oordeel dat eisers feitelijke situatie</para>
    <para>voldoende vergelijkbaar is met die in de onder 5. aangehaalde arresten zodat zij deze jurisprudentie ook in het onderhavige geval van toepassing acht. Onder verwijzing naar deze jurisprudentie, concludeert de rechtbank dat de bijdrage die eiser aan de werkgever heeft betaald niet als negatief loon kan worden aangemerkt nu deze niet haar grond vindt in de dienstbetrekking. Dat sprake is geweest van bijzondere omstandigheden op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat dit in het onderhavige geval anders is, is naar het oordeel van de rechtbank niet gebleken. De door eiser genoemde omstandigheden dat het voor hem, gelet op zijn functie, het aantal te rijden kilometers en de in de auto door te brengen tijd, belangrijk was een goede zakelijke auto te rijden zijn niet als dergelijke bijzondere omstandigheden aan te merken. Evenmin is gebleken dat eiser zich aan het aanvaarden van de ter beschikking gestelde auto niet heeft kunnen onttrekken. </para>
    <para />
    <para>7. Nu eiser de auto uitsluitend zakelijk heeft gebruikt, is bij hem geen voordeel</para>
    <para>wegens privégebruik in aanmerking genomen zodat de eigen bijdrage daarop evenmin in mindering kan worden gebracht. </para>
    <para />
    <para>8. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is het beroep ongegrond verklaard.<?linebreak?></para>
    <para>9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. E.E. Schotte, rechter, in aanwezigheid van</para>
      <para>mr. M.G.J. Konings, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 april 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						rechter</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20021, </para>
      <para>2500 EA Den Haag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:</para>
    </parablock>
    <para>1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.</para>
    <para>2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:</para>
    <para>a. 	de naam en het adres van de indiener;</para>
    <para>b. 	een dagtekening;</para>
    <para>c. 	een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;</para>
    <para>d. 	de gronden van het hoger beroep.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>