<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2015:5007</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T09:13:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-04-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-04-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">96-035600-15</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2015:5007">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2015:5007</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-05-22T08:04:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-05-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2015:5007 Rechtbank Den Haag , 30-04-2015 / 96-035600-15</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2015:5007:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De Politierechter acht niet bewezen dat het rijbewijs zijn geldigheid heeft verloren op basis van artikel 123b van de WVW, zodat verdachte zal worden vrijgesproken van het hem tenlastegelegde.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2015:5007:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Strafrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Politierechter</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Parketnummer	96-035600-15</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 30 april 2015</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Verstek</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>(promis)</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De politierechter in de rechtbank Den Haag heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte],</title>
    <parablock>
      <para>	geboren op [geboortedag] [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats]</para>
      <para>	adres:[adres]</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De terechtzitting</title>
    <para>Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 24 april 2015.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is niet ter terechtzitting verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie mr. S.M. van der Veen heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het  tenlastegelegde. De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien dagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De tenlastelegging.<?linebreak?>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:</title>
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 23 februari 2015 te Leiden, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs zijn geldigheid overeenkomstig artikel 123b, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994 had verloren en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, Kooilaan, als bestuurder een motorrijtuig (tweewielige bromfiets</emphasis>
        <emphasis role="bold italic">)</emphasis>
        <emphasis role="italic">, van die categorie of categorieën heeft bestuurd</emphasis>.</para>
      <para>(art 9 lid 2 Wegenverkeerswet 1994)</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De bewijsmiddelen.</title>
    <para>Artikel 123b, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW) bepaalt - voor zover relevant - dat een rijbewijs zijn geldigheid verliest indien een houder bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak als bestuurder van een motorvoertuig is veroordeeld wegens overtreding van artikel 8, tweede lid, van de WVW en het alcoholgehalte van zijn adem hoger blijkt te zijn dan 570 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht dan wel het alcoholgehalte van zijn bloed bij een onderzoek hoger blijkt te zijn dan 1,3 milligram alcohol per milliliter bloed, een en ander voor zover ten tijde van het begaan van het strafbare feit nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert de houder als bestuurder van een motorrijtuig onherroepelijk is veroordeeld wegens overtreding van artikel 8, tweede, derde of vierde lid van de WVW.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Politierechter overweegt dat uit het dossier niet blijkt dat de veroordeling waarop de ongeldigheid blijkens de brief van het CBR is gebaseerd - te weten de veroordeling door de Politierechter van 13 maart 2014 – een alcoholgehalte betrof van 570 microgram per liter uitgeademde lucht of 1,3 milligram alcohol per milliliter bloed. Dit kan niet worden afgeleid uit enkele feit dat hij naast een boete van € 400,- een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van 5 maanden opgelegd heeft gekregen, nu dit eveneens zou kunnen worden verklaard door de eerdere veroordelingen uit 2012 en 2013, als ook uit bijvoorbeeld gevaarlijk rijgedrag. </para>
      <para>De Politierechter acht dan ook niet bewezen dat het rijbewijs zijn geldigheid heeft verloren op basis van artikel 123b van de WVW, zodat verdachte zal worden vrijgesproken van het hem tenlastegelegde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing.</title>
    <para>De politierechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>spreekt de verdachte vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door</para>
      <para>mr.	C.I.H. Kerstens-Fockens,					  politierechter,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. M. Sepmeijer-Kovacevic en F. el Ghamarti,	           griffiers,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de politierechter in deze rechtbank van </para>
      <para>30 april 2015.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>