<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2015:4719</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-04-24T11:09:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-04-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-04-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/486682 / KG RK 15-808</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2015:4719">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2015:4719</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-04-24T11:08:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-04-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2015:4719 Rechtbank Den Haag , 20-04-2015 / C/09/486682 / KG RK 15-808</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2015:4719:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek tot wraking van meervoudige kamer in BLIK-procedure wegens het toelaten van niet-beëdigde vertalingen van producties terwijl op de eerdere regiezitting was besproken dat er beëdigde vertalingen moesten worden overgelegd. Het verzoek tot wraking wordt afgewezen, omdat het een procedurele beslissing betreft en de beslissing niet zo onbegrijpelijk is dat deze een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat de rechter jegens verzoeker een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij verzoeker dienaangaande bestaande vrees voor een dergelijke vooringenomenheid naar objectieve maatstaven gerechtvaardigd is.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2015:4719:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="fec89cd3-59a4-46d9-ae2c-2b68091f8214" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="96ca55eb-0164-4375-b268-fe472b0296e4" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beslissing</para>
    <bridgehead role="bold">WRAKINGSKAMER VAN DE RECHTBANK DEN HAAG </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Meervoudige wrakingskamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Wrakingnummer 2015/30</emphasis>
      </para>
      <para>zaak-/rekestnummer: C/09/486682 / KG RK 15-808</para>
      <para>zaak-/rekestnummer hoofdzaak: C/09/483783 / FA RK 15-1502</para>
      <para>datum beschikking: 20 april 2015</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BESLISSING</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het mondelinge verzoek tot wraking ingevolge artikel 37 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de man] </emphasis>(hierna: [de man])<emphasis role="bold">,</emphasis></para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>verzoeker, </para>
      <para>advocaat: mr. L. Stam te Vught;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot wraking van:</para>
    </parablock>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="bold">mr. H.M. Boone, </emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="bold">mr. I.D. Bellaart, </emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="bold">mr. A.M.A. Keulen,</emphasis>
        </para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para>rechters in de rechtbank Den Haag (hierna: de rechters).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbende is: <?linebreak?><emphasis role="bold">[de vrouw] </emphasis>(hierna: [de vrouw]), </para>
      <para>verzoekster in de hoofdzaak, </para>
      <para>advocaat: mr. N.A. Boelhouwer te Tilburg. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>De voorgeschiedenis en het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>In de hoofdzaak heeft [de vrouw] op 26 februari 2015 een verzoekschrift ingediend, strekkende tot het gelasten van de onmiddellijke teruggeleiding van de minderjarige kinderen van [de vrouw] en [de man] naar de verblijfplaats van [de vrouw] in Duitsland. [de man] heeft hiertegen verweer gevoerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 26 maart 2015 heeft in de hoofdzaak een regiezitting plaatsgevonden onder leiding van een andere rechter dan de rechters ten aanzien van wie het verzoek tot wraking is gedaan. Van deze regiezitting is geen proces-verbaal opgemaakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Vervolgens heeft ter zitting van 13 april 2015 de behandeling van het verzoek plaatsgevonden ten overstaan van de rechters. Ter zitting heeft [de man] het verzoek tot wraking van de rechters gedaan. De wrakingskamer heeft kennisgenomen van het van de zitting opgemaakte proces-verbaal. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Mr. Boone heeft namens de rechters op 14 april 2015 schriftelijk haar reactie op het wrakingsverzoek gegeven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Bij faxbericht van 20 april 2015 heeft mr. Boelhouwer bericht dat zij niet ter zitting van de wrakingskamer aanwezig zal zijn. Bij een tweede faxbericht van 20 april 2015 heeft zij namens [de vrouw] haar reactie gegeven op het wrakingsverzoek. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 20 april 2015 is het wrakingsverzoek ter zitting van de wrakingskamer behandeld. Verzoeker [de man], bijgestaan door zijn advocaat mr. Stam, is verschenen. Het wrakingsverzoek is door de advocaat aan de hand van de door haar overgelegde pleitaantekeningen toegelicht. De rechters zijn eveneens verschenen. [de vrouw] en haar advocaat zijn niet verschenen. De wrakingskamer heeft ter zitting mondeling uitspraak gedaan. Deze beslissing is een uitwerking daarvan. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het standpunt van verzoeker</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan het wrakingsverzoek is - verkort en zakelijk weergegeven - het volgende ten grondslag gelegd. Tijdens de regiezitting van 26 maart 2015 is afgesproken dat de vrouw beëdigde vertalingen zou overleggen van haar producties 1 en 8. De vrouw heeft vervolgens ter zitting van 13 april 2015 niet-beëdigde vertalingen van deze producties overgelegd, waartegen van de zijde van de man bezwaar is gemaakt. De rechtbank heeft deze producties toegelaten met de mededeling dat rekening zal worden gehouden met de kanttekeningen die van de zijde van de man zijn gemaakt over de vertalingen. Door dit te doen hebben de rechters gehandeld in strijd met de eerdere beslissing van de regierechter. De rechters hebben daardoor een vooringenomenheid betoond die de onpartijdigheid in gevaar heeft gebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het standpunt van de rechters</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het toelaten van niet-beëdigde vertalingen van twee producties betreft een procedurele beslissing, waarmee de rechters zich over de inhoud van de (vertaling van de) producties niet hebben uitgelaten. De enkele omstandigheid dat de rechters een voor [de man] kennelijk onwelgevallige beslissing van procedurele aard hebben genomen, brengt niet met zich dat sprake is van partijdigheid waartegen artikel 6 EVRM bescherming biedt. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter in de zin van artikel 6, eerste lid, EVRM dient uitgangspunt te zijn dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een rechtzoekende een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij een rechtzoekende dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn indien bepaalde feiten of omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in die omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt. Alsdan dient de rechter zich van een beslissing in de hoofdzaak te onthouden, want rechtzoekenden moeten in het rechterlijk apparaat vertrouwen kunnen stellen. Daarom valt onder omstandigheden ook rekening te houden met de uiterlijke schijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>De wrakingskamer stelt voorop dat de beslissing van de rechters tot het toelaten van de overgelegde producties een procedurele beslissing is. Dergelijke beslissingen vormen in beginsel geen grond voor wraking. Alleen indien de beslissing zo onbegrijpelijk is dat deze een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat de rechter jegens verzoeker een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij verzoeker dienaangaande bestaande vrees voor een dergelijke vooringenomenheid naar objectieve maatstaven gerechtvaardigd is, kan dit tot een ander oordeel leiden. De wrakingskamer is van oordeel dat dit hier niet het geval is. De enkele omstandigheid dat de rechters in afwijking van hetgeen op de regiezitting is besproken de niet-beëdigd vertaalde producties hebben toegelaten, geeft dan ook geen grond te vrezen dat het de rechters aan onpartijdigheid ontbreekt noch is ten aanzien van hen de schijn van partijdigheid gewekt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- wijst het verzoek tot wraking af;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek;</para>
    <para />
    <para>- beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 39, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt toegezonden aan: </para>
    <parablock>
      <para>		•	de verzoeker p/a zijn advocaat mr. L. Stam;</para>
      <para>•	de belanghebbende p/a haar advocaat mr. N.A. Boelhouwer;</para>
      <para>•	de rechters mrs. H.M. Boone, I.D. Bellaart en A.M.A. Keulen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mrs. D. Aarts, E. Rabbie en M. Soffers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.I. Geerling als griffier en in het openbaar uitgesproken op 20 april 2015.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>