<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2015:2095</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-04T08:55:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-02-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBDHA:2015:7659</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-02-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">SGR 14-9759</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Belastingblad 2015/397</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2015-1882</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2015072208</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2015:2095">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2015:2095</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-07-21T11:39:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-07-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2015:2095 Rechtbank Den Haag , 24-02-2015 / SGR 14-9759</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2015:2095:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Parkeren met gehandicaptenparkeerkaart. De rechtbank volt eiser niet in zijn stelling dat de gemeente de wijziging onvoldoende bekend heeft gemaakt.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2015:2095:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Team belastingrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: SGR 14/9759</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van </title>
    <bridgehead role="bold">24 februari 2015 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [eiser] wonende te [plaats 1], eiser</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verweerder], verweerder.</title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De bestreden uitspraak op bezwaar </title>
    <para>De uitspraak van verweerder van 19 september 2014 op het bezwaar van eiser tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting (aanslagnummer [nummer]).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Zitting </title>
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 februari 2015. </para>
      <para>Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [vertegenwoordiger].  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para>1. Op 4 september 2014 omstreeks 15.41 uur stond de auto van eiser geparkeerd aan de [adres] te Den Haag. Deze locatie is door burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag aangewezen als een plaats waar mag worden geparkeerd met een geldige parkeervergunning of met een geldig parkeerkaartje.</para>
    <para />
    <para>2. Tijdens een controle op genoemd tijdstip heeft een parkeercontroleur geen vergunning of  parkeerkaartje in de auto aangetroffen, wel een gehandicaptenparkeerkaart. Omdat geen parkeerbelasting was voldaan, is aan eiser een naheffingsaanslag opgelegd van € 60,60 bestaande uit € 2,60 aan belasting en € 58 aan kosten naheffing.</para>
    <para />
    <para>3. In geschil is of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd.</para>
    <para />
    <para>4. Eiser beantwoordt deze vraag ontkennend. Hij stelt van de wijziging van het beleid voor mensen met een gehandicaptenparkeerkaart in Den Haag niet op de hoogte te zijn geweest en dat die wijziging onvoldoende bekend is gemaakt. Geen van de gebruikte middelen heeft hem bereikt. Hij kon dus niet weten dat hij voor een niet voor gehandicapten bestemde plaats moest betalen. Bovendien worden deze plaatsen ook vaak door anderen gebruikt en treedt de gemeente hier onvoldoende tegen op. En was het hem onmogelijk om vanaf de plek waar hij heeft geparkeerd, de afstand tot een parkeermeter twee keer te overbruggen.</para>
    <para>5. De rechtbank stelt vast dat vanaf 1 december 2012 in Den Haag met een gehandicaptenparkeerkaart niet meer zonder te betalen op algemene betaald parkeerplaatsen mag worden geparkeerd. Eiser stond op een dergelijke plaats en was dus parkeerbelasting verschuldigd. De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling dat de gemeente deze wijziging onvoldoende bekend heeft gemaakt. Naast publicatie op de voorgeschreven wijze zijn flyers uitgedeeld, zijn extra publicaties in huis-aan-huisbladen en op digitale media geplaatst en zijn landelijke organisaties van belanghebbenden geïnformeerd. Dit oordeel van de rechtbank is door het gerechtshof Den Haag bevestigd, zie de uitspraken van het hof van 27 augustus 2014 en van 2 september 2014 (ECLI:NL:GHDHA:2014:3456 en ECLI:NL:GHDHA:2014:3011). Van eiser mag voorts worden verwacht dat hij zich op de hoogte stelt van het ter plaatse geldende parkeerbeleid. De omstandigheid dat eiser vanaf de plek waar hij heeft geparkeerd, niet heen en terug naar de parkeermeter had kunnen lopen, doet aan de verplichting om tijdig parkeerbelasting te betalen niet af, omdat eiser heeft verklaard dit niet overwogen te hebben en bewust afziet van gebruikmaking van apparatuur die dit heen en weer lopen overbodig maakt.</para>
    <para />
    <para>6. Gelet op het bovenstaande is het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <para>7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. T. van Rij, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. L. Heekelaar, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op </para>
      <para>24 februari 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20021, </para>
      <para>2500 EA Den Haag.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>