<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2015:16026</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T14:01:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-03-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-03-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/481575 / FT RK 15/84</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2016/852</rdf:li>
          <rdf:li>INS-Updates.nl 2016-0144</rdf:li>
          <rdf:li>UDH:TvCu/13166 met annotatie van prof. mr. A.W. Jongbloed</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2015:16026">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2015:16026</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-03-22T16:11:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-03-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2015:16026 Rechtbank Den Haag , 10-03-2015 / C/09/481575 / FT RK 15/84</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2015:16026:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Rechtbank verklaart zich onbevoegd van verzoek tot faillietverklaring kennis te nemen, nu woonplaats gerekestreerde niet tot het arrondissement Den Haag behoort. Sinds het arrest van de Hoge Raad van 6 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:251, heeft het faillissement van een vof niet langer steeds en noodzakelijkerwijs het faillissement van de vennoten ten gevolge. De aanbeveling dat de verzoeken tot faillietverklaring en vennoten </para>
        <para>‘zoveel mogelijk tezamen worden gedaan en behandeld’ kan gelden voor behandeling bij eenzelfde, in alle zaken bevoegde rechtbank, maar lijkt, zeker nu nadrukkelijk van afzonderlijke verzoeken sprake is, de werking van de regels van relatieve bevoegdheid niet te beperken. Daarmee ligt een zekere afstemming bij een eventuele faillietverklaring meer in de rede dan het, in weerwil van de wettelijke bevoegdheidsregels, om proceseconomische redenen toch bij elkaar houden van verzoeken. </para>
        <para>Zaak overgedragen aan rechtbank Rotterdam.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2015:16026:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="28c0df45-1351-4d89-95b4-4fd07a82c6d1" depth="2" width="542" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>Beschikking</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold smallcaps">DEN HAAG</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Insolventies</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Rekestnummer: C/09/481575 / FT RK 15/84</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING op de aanvraag tot faillietverklaring van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De naamloze vennootschap</para>
      <para>N.V. Nuon Sales Nederland,</para>
      <para>gevestigd te Amsterdam, </para>
      <para>verzoekster.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 22 januari 2015 is ter griffie van de rechtbank een verzoek, gedateerd 21 januari 2015, ingediend tot faillietverklaring van  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[gerekestreerde],</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats],</para>
      <para>woonadres:  [postcode, woonplaats en adres],</para>
      <para>gerekestreerde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek strekt mede tot faillietverklaring van de vennootschap onder firma Firma [X],</para>
      <para>gevestigd te [Y], ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer [00000000], van welke vennootschap onder firma gerekestreerde vennoot is, alsmede tot faillietverklaring van haar overige vennoten. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling<?linebreak?>Volgens het verzoek en het uittreksel uit de basisregistratie personen is gerekesteerde woonachtig in de gemeente [Z]. </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 2, eerste lid, van de Faillissementswet bepaalt dat de faillietverklaring geschiedt door de rechtbank van de woonplaats des schuldenaars. De gemeente [Z] is niet gelegen binnen het arrondissement Den Haag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Sinds het arrest van de Hoge Raad van 6 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:251, heeft het faillissement van een vof niet langer steeds en noodzakelijkerwijs het faillissement van de vennoten ten gevolge. De aanbeveling dat de verzoeken tot faillietverklaring en vennoten </para>
      <para>‘zoveel mogelijk tezamen worden gedaan en behandeld’ kan gelden voor behandeling bij eenzelfde, in alle zaken bevoegde rechtbank, maar lijkt, zeker nu nadrukkelijk van afzonderlijke verzoeken sprake is, de werking van de regels van relatieve bevoegdheid niet te beperken. Daarmee ligt een zekere afstemming bij een eventuele faillietverklaring meer in de rede dan het, in weerwil van de wettelijke bevoegdheidsregels, om proceseconomische redenen toch bij elkaar houden van verzoeken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu gerekestreerde woonachtig is in het ambtsgebied van de rechtbank Rotterdam, zal de rechtbank zich onbevoegd verklaren en de behandeling van dit verzoek, in de stand waarin het zich bevindt, overdragen aan de Rotterdamse rechtbank. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten overvloede wijst de rechtbank erop dat gerekestreerde inmiddels een verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling bij deze rechtbank heeft ingediend. Ook dat verzoek is bij beslissing van heden overgedragen aan de Rotterdamse rechtbank. </para>
      <para>Het eerder bedoelde bij elkaar houden van de verschillende faillissementsverzoeken zou in dat geval ook coördinatieproblemen met zich brengen tussen een in Den Haag dienend faillissementsverzoek en een in Rotterdam te behandelen WSNP-verzoek, dat de behandeling van het eerste immers schorst. Ook daarom lijken het bijeenhouden van het ene ‘Rotterdamse’ faillissementsverzoek en het samenhangende WSNP-verzoek en coördinatie bij een eventuele faillietverklaring in de rede te liggen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart zich niet bevoegd om het verzoek tot faillietverklaring </para>
    <para>in behandeling te nemen;</para>
    <para />
    <para>- draagt het verzoek ter verdere behandeling over aan de rechtbank Rotterdam.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is op 10 maart 2015 gegeven door mr. G.H.M. Smelt, rechter, in aanwezigheid van A.A. Nazimov, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>