<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2015:15587</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-04T09:05:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-01-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-12-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 15 _ 6603</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2016/669</rdf:li>
          <rdf:li>Belastingblad 2016/179</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2016/25.22.3</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2016-0842</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2016032407</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2015:15587">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2015:15587</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-03-23T14:28:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-03-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2015:15587 Rechtbank Den Haag , 22-12-2015 / AWB - 15 _ 6603</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2015:15587:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tijdens een controle van een auto heeft een parkeercontroleur geen geldig parkeerkaartje noch een geldige vergunning aangetroffen in de auto. Naar aanleiding hiervan is een naheffingsaanslag opgelegd. Eiser stelt dat hij een parkeerkaartje achter zijn voorruit had gelegd maar dat het kan zijn dat het kaartje is verschoven. Eiser heeft in bezwaar de mogelijkheid gekregen om alsnog aan te tonen dat hij de parkeerbelasting wel heeft voldaan. Het enkel overleggen van een parkeerkaartje is echter onvoldoende.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2015:15587:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Team belastingrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: SGR 15/6603</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van </title>
    <bridgehead role="bold">22 december 2015 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [eiser], te [woonplaats], eiser <?linebreak?></title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de heffingsambtenaar van de gemeente Den Haag, verweerder.</title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De bestreden uitspraak op bezwaar </title>
    <para>De uitspraak van verweerder van 26 augustus 2015 op het bezwaar van eiser tegen de aan eiser opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Zitting</title>
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 december 2015. </para>
      <para>Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [persoon A]. Eiser is door de griffier bij aangetekende brief, verzonden op 11 november aan eiser op het adres [adres] te [woonplaats], onder vermelding van plaats en tijdstip, uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. Eiser is, zonder bericht van verhindering, niet verschenen. Nu genoemde brief niet ter griffie is terugontvangen en uit informatie van PostNL is gebleken dat de brief op 13 november 2015 op genoemd adres is uitgereikt, is de rechtbank van oordeel dat de uitnodiging om op de zitting te verschijnen op juiste wijze, tijdig op het juiste adres is aangeboden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para>1. Op 18 juli 2015 om 18:57 stond de auto van eiser geparkeerd op een door parkeerapparatuur gereguleerde parkeerplaats aan de Ruijsdaelstraat te Den Haag. Deze locatie is door het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag aangewezen als plaats waar mag worden geparkeerd tegen betaling van parkeerbelasting.</para>
    <para />
    <para>2. Tijdens een controle op voormelde plaats, datum en tijdstip heeft een parkeercontroleur geconstateerd dat in de auto van eiseres geen geldig parkeerkaartje of geldige vergunning aanwezig was. Naar aanleiding hiervan is de naheffingsaanslag aan eiser opgelegd.</para>
    <para />
    <para>3. In geschil is of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd.</para>
    <para />
    <para>4. Eiser stelt dat de naheffingsaanslag niet terecht is opgelegd omdat hij wel een parkeerkaartje duidelijk achter zijn voorruit had gelegd. Eiser stelt dat hij zijn bankpas vergeten was mee te nemen waardoor hij niet bij de parkeerautomaat zijn parkeerkaartje heeft kunnen kopen. Een behulpzame burger heeft voor € 2 met zijn bankpas een parkeerkaartje bij de automaat bij een aan de Van der Veldestraat geplaatste automaat gekocht voor eiser, welk kaartje hij duidelijk en leesbaar achter zijn voorruit heeft geplaatst. Het kan zijn dat het kaartje is verschoven. </para>
    <para />
    <para>5. Verweerder voert aan dat het parkeerkaartje niet door de parkeercontroleurs is waargenomen. Hierdoor heeft eiser niet aangetoond dat hij aan zijn aangifte- en betalingsverplichting heeft voldaan. Eiser heeft de mogelijkheid gekregen om alsnog aan te tonen dat hij de belasting wel heeft betaald, maar het enkel overleggen van het parkeerkaartje is daartoe onvoldoende.</para>
    <para />
    <para>6. De enkele mogelijkheid dat een dergelijk kaartje nadien in het bezit van eiser kan zijn gekomen, geeft verweerder niet ten onrechte aanleiding strikt te toetsen, bijvoorbeeld door te verifiëren wanneer en door wie dat kaartje is betaald, om aan de hand daarvan te beoordelen de aannemelijkheid dat eiser op reguliere wijze bij het parkeren over het kaartje zou hebben beschikt.</para>
    <para>Of dat zo het geval is geweest, is op grond van de gedingstukken niet aannemelijk geworden.  </para>
    <para />
    <para>7. Het beroep is daarom ongegrond verklaard. </para>
    <para />
    <para>8. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C.J.A. Huijgens, rechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Scholte, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 december 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20021, 2500 EA Den Haag.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>