<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2015:13059</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-17T12:43:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-11-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-11-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/498312 / KG ZA 15-1596</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2015:13059">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2015:13059</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-17T10:08:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-11-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2015:13059 Rechtbank Den Haag , 13-11-2015 / C/09/498312 / KG ZA 15-1596</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2015:13059:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kort geding. Postwet 2009 en Postregeling 2009. Openbare weg, Vordering hervatting postbezorging afgewezen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2015:13059:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank den haag</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel - voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak- / rolnummer: C/09/498312 / KG ZA 15-1596</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 13 november 2015</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [eiseres sub 1] ,</title>
    <bridgehead role="bold">2 a/b,	 [eisers sub 2a en b] ,</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">3.	 [eiser sub 3] ,</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">4 a/b.	 [eisers sub 4a en b] ,</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">5 a/b.	 [eisers sub 5a en b] ,</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">6 a/b.	 [eisers sub 6a en b] ,</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">7.	 [eiser sub 7] ,</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">8.	 [eiser sub 8] ,</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">9.	 [eiseres sub 9] ,</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">10 a/b.	 [eisers sub 10a en b] ,</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">11 a/b.	 [eisers sub 11a en b] ,</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">12.	 [eiseres sub 12] ,</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">13.	 [eiser sub 13] ,</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">14.	 [eiser sub 14] ,</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">15 a/b.	 [eisers sub 15a en b] ,</bridgehead>
    <para>
      <emphasis role="bold">16 a/b.	 [eisers sub 16a en b] </emphasis>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">  ,</emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="bold">17 a/b.	 [eisers sub 17a en b] ,</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">18 a/b.	 [eisers sub 18a en b] ,</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">19 a/b.	 [eisers sub 19a en b] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>allen wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>eisers,</para>
      <para>advocaat mr. R. Kuizenga te Almere,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">KONINKLIJKE POSTNL B.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Den Haag,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. F. Diepraam te Haarlem.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ' [eisers] cs' en 'PostNL'.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>-	de dagvaarding;</para>
        <para>-	de brieven van [eisers] cs van 30 oktober 2015 en 3 november 2015, (telkens) met producties;</para>
        <para>-	de brief van PostNL van 30 oktober 2015, met producties;</para>
        <para>-	de op 4 november 2015 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door beide partijen pleitnotities zijn overgelegd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ter zitting is vonnis bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De toepasselijke regelgeving</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Voor zover hier van belang bepaalt de Postwet 2009 (hierna 'de Postwet') het volgende:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">"</emphasis>
          <emphasis role="underline italic">Artikel 15</emphasis>
        </para>
        <para>1. <emphasis role="italic">Onze Minister wijst op basis van een transparante selectieprocedure voor onbepaalde tijd een postvervoerbedrijf aan dat belast is met de universele postdienst of een gedeelte hiervan.</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Artikel 20</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">1.	Bij ministeriële regeling worden regels omtrent plaats, afmetingen en andere hoedanigheden van de voor aflevering van poststukken bestemde brievenbussen vastgesteld.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">2.	Een verlener van de universele postdienst kan poststukken die naar hun aard en omvang in aanmerking komen voor aflevering in een brievenbus, als onbestelbaar aanmerken indien het opgegeven adres niet beschikt over een brievenbus die voldoet aan de regels, bedoeld in het eerste lid."</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De Postregeling 2009 (hierna 'de Postregeling') - zijnde de in artikel 20 lid 1 van de Postwet bedoelde ministeriële regeling - vermeldt onder meer het volgende:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">"Artikel 5</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Een voor aflevering van poststukken bestemde brievenbus als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de wet, is zo dicht mogelijk bij de rijbaan van een voor motorrijtuigen op meer dan twee wielen berijdbare openbare weg aangebracht. Deze brievenbussen zijn van de weg af zonder belemmering bereikbaar.</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Met een openbare weg als bedoeld in het eerste lid, wordt gelijkgesteld een weg die:</emphasis>
          </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <parablock>
        <para>o <emphasis role="italic">a. gedurende het gehele jaar onbelemmerd kan worden bereden door een motorvoertuig op meer dan twee wielen met een snelheid van ten minste 40 kilometer per uur;</emphasis></para>
        <para>o <emphasis role="italic">b. geen doodlopende weg is en</emphasis></para>
        <para>o <emphasis role="italic">c. de gelegenheid biedt de bestelroute zonder omwegen te vervolgen.</emphasis></para>
      </parablock>
      <parablock>
        <para> <emphasis role="italic">(…)</emphasis></para>
        <para> <emphasis role="italic">Brievenbussen in of aan gebouwen of woningen zijn zodanig aangebracht of geplaatst dat zij te bereiken zijn binnen tien meter van de grens van een weg, waaronder mede worden verstaan de daartoe behorende trottoirs, paden, bermen en taluds.</emphasis></para>
        <para> <emphasis role="italic">(…)</emphasis></para>
        <para> <emphasis role="italic">(…)</emphasis></para>
        <para> <emphasis role="italic">Behoudens gevallen als bedoeld in het vijfde lid, onderdeel a, is het niveau waarop de brievenbussen worden bediend gelegen op niet meer dan 2,5 meter boven of beneden het wegdek."</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eisers] cs zijn woonachtig in het wooncomplex " [het wooncomplex] " te [woonplaats] , dat bestaat uit 35 eengezinswoningen. Het complex is plaatselijk bekend als [adres 1] te [woonplaats] . De woningen zijn gesitueerd rond een binnentuin, die is omgeven door een - voornamelijk - uit houten delen bestaand pad (loopbrug) van ruim 150 meter lang dat zich ten opzichte van het straatniveau op 2,66 meter hoogte bevindt (hierna 'het Pad'). Het Pad - dat bereikbaar is via een trap en in gemeenschappelijke eigendom toebehoort aan de bewoners van het complex - verschaft toegang tot de voordeuren van de woningen, waarin of waarbij zich een brievenbus bevindt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Post NL is door de minister van Economische Zaken aangewezen als verlener van de universele postdienst in de zin van artikel 15 lid 1 van de Postwet. Dit brengt mee dat PostNL is belast met de zorg voor een groot deel van het binnenlandse postverkeer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Sinds de realisering van [het wooncomplex] in 2008 heeft PostNL de post ten behoeve van de bewoners van het complex - met gebruik van het Pad - bezorgd via de brievenbussen in c.q. nabij de voordeuren van de woningen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Eind 2014 is een geschil ontstaan tussen enerzijds PostNL en anderzijds (een aantal van) de bewoners van het wooncomplex, nadat PostNL zich op het standpunt stelde dat (i) het Pad geen deel uitmaakt van de openbare weg, (ii) de postbezorging zoals voorheen moet worden gestaakt en (iii) onderaan de trap naar het Pad een brievenbussenfront dient te worden gerealiseerd. Over het geschil is uitvoerig gecorrespondeerd, onder meer met de "Kopersvereniging [het wooncomplex] ".</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Bij brief van 28 september 2015 heeft PostNL aan alle (individuele) bewoners van het wooncomplex - onder meer - het volgende bericht"</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">"Per 1 oktober as. stopt PostNL met de postbezorging op het complex [adres 1] .</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik licht hieronder toe waarom PostNL de postbezorging staakt.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">In december 2014 heb ik u geïnformeerd dat PostNL de VvE (dit is Kopersvereniging [het wooncomplex] ) een brief had geschreven. Daarin deed PostNL het formele verzoek aan de VvE de woningbrievenbussen op het complex op een andere plek onder te brengen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De woningbrievenbussen zijn nu aangebracht bij de toegang tot uw woningen aan de voetgangersbruggen. Dat is niet, zoals wettelijk vereist, zo dicht mogelijk bij de (rijbaan van de) openbare weg. De voetgangersbruggen maken juridisch geen deel uit van de openbare weg. PostNL bezorgt post alleen in brievenbussen die zo dicht mogelijk aan de openbare weg zijn aangebracht.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">U hebt echter de mogelijkheid ook nog na 30 september post te ontvangen als u zelf alsnog een 'eigen' brievenbus aan de openbare weg (vóór de trap naar de voetgangersbruggen) plaats. Dit dient dan wel een brievenbus te zijn die aan de wettelijke eisen voldoet.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De post die PostNL vanaf 1 oktober as. niet meer op het complex aflevert, houden wij tijdelijk voor u ter beschikking.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">U kunt uw post komen ophalen van dinsdag tot en met zaterdag op de PostNL locatie [woonplaats] , [adres 2] van 08:00 uur tot en met 13:30 uur. Vanaf 12:30 uur is de post gesorteerd. Komt u eerder dan 12:30 uur ontvangt u de post met één dag vertraging. Dat kan alleen tot 14 november 2015. Daarna stuurt PostNL de dan nog te ontvangen post en de niet afgehaalde post als onbestelbaar retour aan de afzenders."</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Zakelijk weergegeven vorderen [eisers] cs PostNL - op straffe van verbeurte van een dwangsom - te gebieden:</para>
        <para>
          <emphasis role="underline">primair</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>- om binnen 24 uur na de betekening van het te wijzen vonnis de bezorging van de aan [eisers] cs gerichte poststukken aan hun woonadressen te hervatten;</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">subsidiair</emphasis>
      </para>
      <para>- de post voor [eisers] cs beschikbaar te houden op de PostNL-locatie te [woonplaats] en niet onbestelbaar retour te zenden aan de afzender, hangende een uitspraak in de bodemprocedure;</para>
      <para>een en ander met veroordeling van PostNL in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Daartoe voeren [eisers] cs - samengevat - het volgende aan.</para>
        <para>PostNL is ten onrechte overgegaan tot het staken van de postbezorging ten behoeve van [eisers] cs. Anders dan PostNL beweert moet het Pad namelijk worden aangemerkt als openbare weg in de zin van de Postregeling. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>PostNL voert gemotiveerd verweer, dat - voor zover nodig - hierna zal worden besproken. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling van het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>PostNL heeft aangevoerd dat [eisers] cs geen spoedeisend belang hebben bij hun vordering(en). Daarin kan zij echter niet worden gevolgd. Indien PostNL ten onrechte is overgegaan tot de beëindiging van de postbezorging is daarmee het vereiste spoedeisende belang bij de vordering gegeven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Kern van het onderhavige geschil betreft (het antwoord op) de vraag of het Pad een openbare weg is in de zin van de Postregeling, dan wel daarmee kan worden gelijkgesteld. De voorzieningenrechter overweegt daarover het volgende.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Ingevolge artikel 5 lid 1 van de Postregeling moeten brievenbussen zich - zonder belemmering - zo dicht mogelijk bij de rijbaan van een voor motorvoertuigen op meer dan twee wielen berijdbare openbare weg bevinden. Lid 4 specificeert die afstand nader tot <emphasis role="italic">binnen tien meter van de grens van de weg</emphasis>. Hieraan voldoen de brievenbussen in of nabij de woningen van [eisers] cs niet.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>Daarvoor is allereerst van belang dat het Pad niet kan worden aangemerkt als een rijbaan waarover motorvoertuigen op meer dan twee wielen zich kunnen begeven. Daarvoor komt enkel de rijbaan van de [adres ] nabij de trap die toegang geeft tot het Pad in aanmerking. Hiervan uitgaande bevinden de litigieuze brievenbussen zich <emphasis role="bold">buiten</emphasis> tien meter van de grens van de weg (lees: rijbaan). Daar komt bij dat - zoals PostNL ook onweersproken heeft gesteld - uit de parlementaire geschiedenis van de (voorlopers van) de (huidige) Postwetgeving volgt dat met het begrip 'openbare weg' wordt bedoeld <emphasis role="italic">een weg waarop in de zin van de Wegenwet een bestemming tot openbare weg rust</emphasis>. Gesteld noch gebleken is dat de eigenaren van de woningen in het complex - als rechthebbenden - op de voet van het bepaalde in artikel 5 lid 1 van de Wegenwet, met medewerking van de Gemeenteraad, aan het Pad de bestemming van openbare weg hebben gegeven. Voorts kan geen sprake zijn van een openbare weg in de zin van de Wegenwet indien een 'algemene verkeersfunctie' ontbreekt (zie bijv. Raad van State d.d. 5 maart 2008; ECLI:NL:RVS:2008:BC6035), wat het geval is ten aanzien van het Pad. Verder moet de trap die toegang geeft tot het Pad als een belemmering in de zin van artikel 5 lid 1 van de Postregeling worden beschouwd, terwijl - met het oog op het bepaalde in artikel 5 lid 7 van de Postregeling - het niveau waarop de brievenbussen in of nabij de voordeuren van de woningen zich bevinden, is gelegen op meer dan 2,5 meter boven het wegdek (lees: de hiervoor bedoelde rijbaan van de [adres ] ).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>
        [eisers] cs kunnen voorts niet worden gevolgd in hun stelling dat het Pad moet worden beschouwd als een 'pad' in de zin van artikel 5 lid 4 van de Postregeling. Daaronder wordt namelijk verstaan een pad dat met de (openbare) weg één geheel vormt, zoals een langs de weg lopend pad. Met de ratio van die bepaling - een efficiënte postbezorging - is niet verenigbaar om een van de weg aflopend pad, zoals hier aan de orde, als een pad in voormelde zin aan te merken. Zou dat anders zijn, dan zou bijvoorbeeld ook een aflopend pad van bijvoorbeeld een kilometer lang tot de openbare weg behoren. Dit is in strijd met de zowel de tekst als de ratio van voormelde bepaling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>Voor zover [eisers] cs hebben willen aanvoeren dat het Pad - op de voet van het bepaalde in artikel 5 lid 2 van de Postregeling - moet worden gelijkgesteld met een openbare weg, moet daaraan eveneens worden voorbijgegaan. Het Pad kan immers niet onbelemmerd wordt bereden door een motorvoertuig op meer dan twee wielen met een snelheid van ten minste 40 kilometer per uur. Bovendien is het Pad doodlopend. De mogelijkheid om zich via een tweetal trappen en (het gras van) de binnentuin te begeven van het ene uiteinde van het Pad naar het andere maakt dat niet anders. Tot slot is in dit verband van belang dat de postbesteller zijn bestelroute niet zonder omweg kan vervolgen indien hij de voor [eisers] cs bestemde post bezorgt via het Pad.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>De slotsom is dat PostNL op goede gronden is overgegaan tot de beëindiging van de postbezorging via het Pad en voornemens is de betreffende post als onbestelbaar te retourneren naar de afzenders. Bezien in het licht van al het voorgaande doet daaraan niet af dat het Pad voor iedereen toegankelijk is, noch dat PostNL na de oplevering van de woningen in 2008 tot 1 oktober 2015 de post wel heeft bezorgd op de door [eisers] cs gewenste wijze. Daarmee heeft PostNL nog niet haar recht verspeeld om zich te beroepen op de bepalingen in de Postwetgeving. De primaire vordering van [eisers] cs zal dan ook worden afgewezen. De eventuele problemen bij het realiseren van brievenbussen die wel voldoen aan de geldende regelgeving, kan PostNL - in haar verhouding tot [eisers] cs - niet worden tegengeworpen. Teneinde [eisers] cs de gelegenheid te bieden alsnog een voorziening te treffen die voldoet aan de Postwetgeving, zal worden bepaald dat PostNL de voor [eisers] cs bestemde post beschikbaar dient te houden tot 1 januari 2016 op de - in de brief van 28 september 2015 genoemde - PostNL-locatie te [woonplaats] . In zoverre zal de subsidiaire vordering van [eisers] cs worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8.</nr>
      <para>PostNL heeft op de zitting aangevoerd bereid te zijn [eisers] cs meer tijd te gunnen om een oplossing te realiseren, indien duidelijk is dat de postbezorging zoals die tot 1 oktober 2015 plaatsvond niet behoeft te worden gecontinueerd. Er is geen aanleiding om te veronderstellen dat PostNL die toezegging niet zal nakomen. Gelet hierop zal geen dwangsom worden opgelegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.9.</nr>
      <para>
        [eisers] cs zullen, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>gebiedt PostNL de post ten behoeve van [eisers] cs beschikbaar te houden tot 1 januari 2016 op de PostNL-locatie aan de [adres 2] te [woonplaats] , waarbij dezelfde mogelijkheden tot het ophalen van de post zullen gelden als vermeld in de onder 3.5 vermelde brief van PostNL;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eisers] cs in de proceskosten, tot op dit vonnis aan de zijde van PostNL begroot op € 1.429,--, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat en € 613,-- aan griffierecht;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. G.H.I.J. Hage en in het openbaar uitgesproken op 13 november 2015. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>jvl</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>