<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2014:9009</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T02:11:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-07-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-07-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C-09-460990 - JE RK 14-494</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2014:9009">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2014:9009</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-08-22T09:54:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-08-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2014:9009 Rechtbank Den Haag , 11-07-2014 / C-09-460990 - JE RK 14-494</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2014:9009:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Meervoudige kamer – verlenging MUHP voor de duur van de OTS.</para>
        <para>De minderjarige ontwikkelt zich goed in het pleeggezin en is veilig gehecht aan de pleegouders. De ouders zijn – als gevolg van persoonlijke problematiek – onvoldoende in staat de minderjarige de stabiele situatie te bieden die zij nodig heeft. Echter, zij zijn wel in staat het belang van de minderjarige voorop te stellen.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2014:9009:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Meervoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Rekestnummer: JE RK 14-494</para>
    <para>Zaaknummer: C/09/460990</para>
    <para>Datum beschikking: 11 juli 2014</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beschikking op het op 25 februari 2014 ingekomen verzoekschrift van:</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>de Stichting Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland, vestiging Alphen aan den Rijn (verder: Bureau Jeugdzorg),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>met betrekking tot de minderjarige:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige], </emphasis>geboren op [geboortedatum] 2009 te [geboorteplaats],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>kind uit het door echtscheiding ontbonden huwelijk van:</para>
      <para>
        [A],</para>
      <para>de vader, </para>
      <para>wonende te [woonplaats], </para>
      <para>en</para>
      <para>
        [B],</para>
      <para>de moeder, </para>
      <para>wonende te [woonplaats], </para>
      <para>die gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In deze procedure worden tevens als belanghebbenden aangemerkt:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [C] </emphasis>en <emphasis role="bold">[D],</emphasis></para>
      <para>de pleegouders.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De minderjarige verblijft feitelijk bij de pleegouders.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Procedure</title>
    <para>Bij beschikking d.d. 17 maart 2013 (bedoeld is 2014) van de kinderrechter in deze rechtbank is de ondertoezichtstelling van de minderjarige verlengd van 18 maart 2014 tot 18 maart 2015 en is de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige verlengd van 18 maart 2014 tot 13 juni 2014, is de zaak met betrekking tot het verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing verwezen naar de meervoudige kamer van deze rechtbank, en is de behandeling van het verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing voor het overige aangehouden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking d.d. 23 mei 2014 van de meervoudige kamer van deze rechtbank is de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige verlengd van 13 juni 2014 tot </para>
      <para>1 augustus 2014, en is de behandeling van het verzoek voor het overige aangehouden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder thans ook:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>voornoemde beschikkingen d.d. 17 maart 2014 en 23 mei 2014 waarvan de inhoud als hier overgenomen dient te worden beschouwd;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het faxbericht d.d. 10 juli 2014, van de zijde van Bureau Jeugdzorg.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 11 juli 2014 is de zaak opnieuw ter terechtzitting door de meervoudige kamer van deze rechtbank met gesloten deuren behandeld. </para>
      <para>Hierbij zijn verschenen: </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>mevrouw [X] en mevrouw [Y], namens Bureau Jeugdzorg,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de vader,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>mr. A.B. Baumgarten, advocaat van de ouders.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verzoek en verweer</title>
    <para>Het verzoek strekt tot verlenging van de machtiging uithuisplaatsing van de minderjarige voor de duur van de ondertoezichtstelling. De grond voor het verzoek van Bureau Jeugdzorg is, blijkens de overgelegde stukken, gelegen in het volgende. De minderjarige verblijft reeds drie jaar in hetzelfde pleeggezin en is gehecht aan de pleegouders. Als de minderjarige nu uit de stabiele omgeving wordt gehaald en wordt teruggeplaatst bij de ouders, heeft dit negatieve gevolgen voor de ontwikkeling van de minderjarige. Het is de ouders in de afgelopen jaren niet gelukt een stabiele situatie voor de minderjarige te creëren. Er is sprake van middelengebruik, persoonlijke problematiek en relatieproblematiek. De tot nu toe ingezette hulpverlening heeft onvoldoende blijvend effect gehad. De ouders zijn onvoldoende in staat om de behoeften van de minderjarige te zien en om haar belangen voorop te stellen. Bureau Jeugdzorg zal de Raad voor de Kinderbescherming verzoeken een onderzoek te verrichten naar een verderstrekkende maatregel.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter terechtzitting is namens Bureau Jeugdzorg in aanvulling op het verzoek naar voren gebracht dat de ouders zich goed inzetten. Zij kunnen de minderjarige echter niet bieden wat zij nodig heeft. De minderjarige is veilig gehecht aan de pleegouders, zodat geen risico’s meer kunnen worden genomen met een thuisplaatsing van de minderjarige. Het is van belang dat er duidelijkheid ontstaat over het perspectief van de minderjarige. Wat Bureau Jeugdzorg betreft ligt het perspectief van de minderjarige in het pleeggezin. Zij wil daar graag blijven wonen. Het contact tussen de ouders en de minderjarige is belangrijk. Bureau Jeugdzorg zal de ontwikkeling van de minderjarige en de situatie van de ouders blijven volgen en de mogelijkheden voor uitbreiding van de bezoekregeling blijven bekijken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat van de ouders heeft zich namens de ouders gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De ouders verzetten zich niet langer tegen toewijzing van de verzochte machtiging. Zij steunen de minderjarige in haar wens om bij de pleegouders te blijven wonen. De minderjarige is gebaat bij duidelijkheid over haar toekomstperspectief. De advocaat heeft ter terechtzitting voorts aangegeven dat de ouders graag zouden zien dat de minderjarige in de toekomst bij de ouders komt logeren. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para>De moeder en de pleegouders zijn conform de wettelijke vereisten opgeroepen, doch niet verschenen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter terechtzitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de in artikel 1:261, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor een machtiging tot uithuisplaatsing nog aanwezig zijn. Daarbij overweegt de rechtbank in het bijzonder dat de minderjarige gebaat is bij duidelijkheid over haar toekomstperspectief. Zij ontwikkelt zich goed bij de pleegouders en is veilig gehecht. De ouders zijn – als gevolg van persoonlijke problematiek – onvoldoende in staat de minderjarige de stabiele situatie te bieden die zij nodig heeft. Echter, zij zijn wel in staat het belang van de minderjarige voorop te stellen. Het is in het belang van de minderjarige dat zij in het pleeggezin kan verblijven, zodat de verzochte machtiging zal worden verlengd zoals verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Derhalve zal als volgt worden beslist.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De kinderrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verlengt de aan de Stichting Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland verleende machtiging de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen van 1 augustus 2014 tot 18 maart 2015, zijnde de duur van de ondertoezichtstelling, zulks ter effectuering van het aangehechte indicatiebesluit d.d. 21 februari 2014;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. S.M. Borkent, M. Dam en A.J.J.M. Weijnen, allen kinderrechters, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 juli 2014 in tegenwoordigheid van L.A. Neuman-Steenaart als griffier.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Van deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen <emphasis role="bold">drie maanden </emphasis>na de dag van de uitspraak door indiening van een beroepschrift bij de griffie van het Gerechtshof Den Haag..</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>