<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2014:8545</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-07-24T10:45:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-07-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-06-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 14/13480</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2014:8545">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2014:8545</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-07-14T14:30:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-07-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2014:8545 Rechtbank Den Haag , 25-06-2014 / AWB 14/13480</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2014:8545:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Voorlopige voorziening, Irak, veiligheidssituatie</para>
      <para> </para>
      <parablock>
        <para>Samenvatting:</para>
        <para>De voorzieningenrechter overweegt dat uit recente informatie blijkt dat er sprake is van een verslechterde veiligheidssituatie vanwege de gewelddadige conflicten tussen de Islamitische Staat in Irak en de Levant (ISIS) en het Iraakse leger en mogelijke andere groeperingen. Vanwege de onvoorspelbaarheid van deze ontwikkelingen is de voorlopige voorziening toegewezen en is verweerder om een schriftelijke reactie gevraagd op de snel wijzigende veiligheidssituatie in Irak.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2014:8545:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: AWB 14/13480 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 juni 2014 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker], geboren op [1979],  van Iraakse nationaliteit</emphasis>, verzoeker</para>
      <para>(gemachtigde: mr. J.J. Eizenga),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. D.S. Asarfi).  </para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 6 juni 2014 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in een Aanmeldcentrum afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 juni 2014. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <para>Verzoeker heeft een beroep gedaan op de zeer recente ontwikkelingen in Irak waardoor de situatie daar in korte tijd (nog meer) is verslechterd. Hij stelt zich op het standpunt dat er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van richtlijn 2004/83/EG van 29 april 2004 inzake minimumnormen voor de erkenning van onderdanen van derde landen en staatlozen als vluchtelingen of als personen die anderszins internationale bescherming behoeven, en de inhoud van de verleende bescherming van de Raad van de Europese Unie (Definitierichtlijn).  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker afkomstig is uit Bagdad. Voorts overweegt de voorzieningenrechter dat uit recente informatie blijkt dat er sprake is van een verslechterde veiligheidssituatie vanwege de gewelddadige conflicten tussen de Islamitische Staat in Irak en de Levant (ISIS) en het Iraakse leger en mogelijke andere groeperingen. Gelet op de onvoorspelbaarheid van deze ontwikkelingen is de voorzieningenrechter van oordeel dat de in deze zaak te beantwoorden vragen zich niet lenen voor afdoening in een voorlopige-voorzieningenprocedure. De ter zitting door eiser overgelegde brief van de Minister van Buitenlandse Zaken aan de Voorzitter van de Tweede Kamer van 16 juni 2014 biedt niet zo veel informatie dat de onzekerheid over de situatie in Irak daarmee is weggenomen.   </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande heeft de voorzieningenrechter bij brief van 25 juni 2014 verweerder om een schriftelijke reactie gevraagd op de snel wijzigende veiligheidssituatie in Irak. De voorzieningenrechter heeft verweerder daarbij specifiek verzocht in te gaan op de veiligheidssituatie in Bagdad. <emphasis role="bold"><emphasis role="bold"><emphasis role="bold">Verweerder is verzocht om binnen zes weken na verzending van de brief zijn schriftelijke reactie aan de rechtbank te zenden. Vervolgens zal verzoeker gelegenheid krijgen om binnen twee weken daarop te reageren. </emphasis></emphasis></emphasis></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.</nr>
      <para>Het niet-treffen van de verzochte voorziening kan leiden tot een situatie waarin verzoeker Nederland wordt uitgezet, terwijl de rechtbank nog geen uitspraak heeft gedaan in de beroepszaak. De uitzetting kan onomkeerbare gevolgen voor verzoeker hebben. Toewijzing van de verzochte voorziening komt in dit geval neer op een ordemaatregel, waarbij niet wordt vooruitgelopen op een beoordeling in de bodemzaak. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat het belang van verzoeker om de uitspraak van de rechtbank in de beroepsprocedure af te wachten meer weegt dan het belang van verweerder om tot uitzetting van verzoeker over te gaan. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt toegewezen. Het bestreden besluit van verweerder wordt geschorst totdat is beslist op het beroep. Hieruit volgt dat verzoeker niet mag worden uitgezet. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 974,- (1 punt voor het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting; waarde per punt € 487,- en wegingsfactor 1). </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;</para>
    <para>- schorst het bestreden besluit totdat is beslist op het beroep;</para>
    <para>- verbiedt verweerder verzoeker uit Nederland te verwijderen totdat is beslist op het beroep; </para>
    <para>- veroordeelt verweerder in de proceskosten van € 974,-.    </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. D.A. Verburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. I.G. te Pas, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. </para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>