<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2014:6692</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T22:44:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-05-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-04-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C-09-451500 - HA RK 13-481</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2014:6692">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2014:6692</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-06-19T12:43:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-06-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2014:6692 Rechtbank Den Haag , 24-04-2014 / C-09-451500 - HA RK 13-481</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2014:6692:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Rijkswet op het Nederlanderschap. Verzoekers hebben noch door wettiging noch door optie het Nederlanderschap verkregen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2014:6692:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="e3a81bd1-4555-4898-ae81-f994a8a8d92b" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="2b680afd-82af-4dc7-ba03-9d076937ecae" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beschikking</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rekestnummer: C/09/451500 / HA RK 13-481</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 24 april 2014</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker] </emphasis>
      </para>
      <para>als wettelijk vertegenwoordiger van zijn minderjarige kinderen</para>
      <para>
        [A] en [B],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>verzoeker,</para>
      <para>advocaat mr. S. Kanhai te Den Haag,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">DE STAAT DER NEDERLANDEN</emphasis> (Ministerie van Veiligheid en Justitie,</para>
      <para>Immigratie- en Naturalisatiedienst), hierna te noemen: de IND,</para>
      <para>zetelende te Den Haag,</para>
      <para>belanghebbende,</para>
      <para>vertegenwoordigd door mr. J.E.A. Pesch.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het op 26 september 2013 ingekomen verzoekschrift,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief van de IND van 14 november 2013,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brieven van de officier van justitie van 9 december 2013 en 6 januari 2014.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De mondelinge behandeling van het verzoekschrift heeft op 20 maart 2014 plaatsgevonden. Verschenen zijn verzoeker, vergezeld van mr. Kanhai, en mr. Pesch namens de IND. Mr. Pesch heeft een pleitnota overgelegd. </para>
        <para>De officier van justitie heeft schriftelijk bericht dat er geen behoefte bestaat aan het bijwonen van de zitting. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [A] (hierna te noemen: [A]) is geboren op [geboortedag] 1995 te [geboorteplaats]. Hij is op 16 januari 1996 door verzoeker erkend als zijn natuurlijk kind. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [B] (hierna te noemen: [B]) is geboren op [geboortedag] 1997 te [geboorteplaats]. Zij is op 6 augustus 1997 door verzoeker erkend als zijn natuurlijk kind.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [A] en [B] woonden vanaf hun geboorte tot begin 2014 bij hun moeder in Suriname.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Verzoeker heeft op 8 september 2009 door optie de Nederlandse nationaliteit verkregen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Verzoeker is op 14 maart 2012 met de moeder van [A] en [B] gehuwd.</para>
        <para>
          [A] en [B] zijn door dat huwelijk gewettigd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Verzoeker verzoekt de rechtbank vast te stellen dat [A] en [B] ingevolge artikel 4 lid 3 van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) door wettiging op 14 maart 2012, dan wel ingevolge artikel 6 lid 1 sub c RWN door optie, de Nederlandse nationaliteit hebben verkregen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De IND stelt zich op het standpunt dat [A] en [B] noch van rechtswege noch door optie ex artikel 6 lid 1c RWN het Nederlanderschap hebben verkregen. De officier van justitie heeft zich bij het advies van de IND aangesloten. </para>
        <para>Ter zitting heeft de IND zich nader – primair – op het standpunt gesteld dat verzoeker voor zover het verzoek betrekking heeft op [A] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [A] is op [geboortedag] 2013 meerderjarig geworden. Vanaf die datum kan [A] zelf in rechte optreden en heeft verzoeker zijn hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van [A] verloren. Verzoeker zal daarom, nu niet is gesteld of gebleken dat [A] als procespartij de procedure van verzoeker heeft overgenomen, in zijn verzoek voor zover het [A] betreft niet-ontvankelijk worden verklaard. Gelet op het navolgende is er geen aanleiding mr. Kanhai nog in de gelegenheid te stellen contact op te nemen met [A] in verband met de mogelijke overname van deze procedure, nu het verzoek, zo ontvankelijk, op grond van het navolgende zou moeten worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De rechtbank overweegt ten aanzien van het verzoek voor zover het [B] betreft, en overweegt ten overvloede ten aanzien van het verzoek voor zover het [A] betreft, als volgt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Voor zover het verzoek is gebaseerd op artikel 4 lid 3 RWN overweegt de rechtbank het volgende.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Artikel 4 lid 3 RWN luidt: </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“3. Nederlander wordt de minderjarige vreemdeling die zonder erkenning door wettiging het kind wordt van een Nederlander.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [A] en [B] zijn door het huwelijk van verzoeker met hun moeder op </para>
        <para>14 maart 2012 gewettigd. Zij zijn echter vóór dat huwelijk, respectievelijk op 16 januari 1996 en 6 augustus 1997, door verzoeker erkend. Van wettiging zonder erkenning is daarom geen sprake. [A] en [B] hebben dan ook niet door wettiging de Nederlandse nationaliteit gekregen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Voor zover het verzoek is gebaseerd op artikel 6 lid 1 onder c RWN overweegt de rechtbank het volgende.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Artikel 6 lid 1 onder c RWN luidt:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">1. Na het afleggen van een daartoe strekkende schriftelijke verklaring verkrijgt door een bevestiging als bedoeld in het derde lid  het Nederlanderschap:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">c. de minderjarige vreemdeling die door een Nederlander is erkend en die niet op grond van de artikelen 3 of 4 Nederlander is of is geworden, indien hij onmiddellijk voorafgaand aan de verklaring gedurende een onafgebroken periode van ten minste drie jaren verzorging en opvoeding heeft genoten van de Nederlander door wie hij is erkend;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <parablock>
        <para>Niet is gebleken dat voor [A] en voor [B] een optieverklaring is uitgebracht. Bovendien zijn [A] en [B] op respectievelijk 16 januari 1996 en </para>
        <para>6 augustus 1997 niet door een Nederlander erkend, nu verzoeker eerst op 8 september 2009  het Nederlanderschap heeft verkregen. [A] en [B] hebben dan ook niet door optie ex artikel 6 lid 1 onder c RWN de Nederlandse nationaliteit verkregen. Dat verzoeker vanaf de geboorte tot op heden in de opvoeding en verzorging van [A] en [B] heeft voorzien en alle kosten  van levensonderhoud en onderdak volledig draagt, maakt dat niet anders. Overigens is niet gesteld of gebleken dat [A] en [B] in de optie van verzoeker hebben gedeeld. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9</nr>
      <para>Het voorgaande leidt ertoe dat het verzoek niet kan worden toegewezen. Dit leidt tot de volgende beslissing. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek voor zover het [A] betreft,</para>
    <para />
    <para>- wijst het verzoek af voor zover het [B] betreft.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. G.P. van Ham, mr. M.J. Alt-van Endt en mr. J. Brandt en in het openbaar uitgesproken op 24 april 2014.<footnote-ref linkend="_b8d0b33b-3afc-4034-931c-547262ac54e7" /></para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_b8d0b33b-3afc-4034-931c-547262ac54e7" label="1">
    <para>type: 201  </para>
    <para>coll:</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>