<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2014:4224</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T16:09:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-04-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-04-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C-09-461038 - KG ZA 14-229</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJFS 2014/187</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2014:4224">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2014:4224</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-06-10T12:30:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-06-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2014:4224 Rechtbank Den Haag , 07-04-2014 / C-09-461038 - KG ZA 14-229</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2014:4224:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kort geding. In de penitentiaire inrichting is de zogenaamde 'advocatentelefoon' afgeschaft. Gedetineerden kunnen hun advocaat nu alleen nog maar bellen via een zorgenaamde 'kaarttelefoon'. Volgens eiser zijn de bijzondere omstandigheden van zijn situatie zodanig dat hij van de 'advocatentelefoon' gebruik moet kunnen blijven maken. De daartoe strekkende vorderting van eiser wordt afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2014:4224:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank den haag</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Handel - voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak- / rolnummer: C/09/461038 / KG ZA 14-229 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 7 april 2014 </emphasis>(bij vervroeging)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser],</emphasis>
      </para>
      <para>thans verblijvende in de Penitentiaire Inrichting [penitentiaire inrichting] te [plaatsnaam],</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>advocaat mr. K.H.T. van Gijssel te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">DE STAAT DER NEDERLANDEN,</emphasis>
      </para>
      <para>(ministerie van Veiligheid en Justitie),</para>
      <para>zetelend te Den Haag,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. W.B. Gaasbeek te Den Haag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna worden aangeduid als '[eiser]' en 'de Staat'.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 2 april 2014 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para> 	[eiser] is verdachte in het zogenaamde 'Passage-proces', een (zeer) groot strafproces naar aanleiding van verscheidene liquidaties in de periode van 1993 tot en met 2006.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para> 	Bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 29 januari 2013 is [eiser] in dat strafproces veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. [eiser] heeft tegen dat vonnis hoger beroep ingesteld. De appelprocedure is nog niet geëindigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para> 	Sedert februari 2013 verblijft [eiser] in de Penitentiaire Inrichting [plaatsnaam] (hierna 'de PI').</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para> 	Voor zover hier van belang vermelden de huisregels van de PI:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">"</emphasis>
          <emphasis role="bold italic">3.9	Telefoneren</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.9.1</nr>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Telefoneren met persoonlijke relaties</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">	(…)</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">	U heeft het recht om ten minste eenmaal per week gedurende tien minuten te telefoneren met personen 	buiten de inrichting, echter niet met medegedetineerden, behalve met de aantoonbare levenspartner en 	familie in de eerste en tweede graad, niet verblijvend in een EBI.</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">	Het telefoneren vindt plaats op uw afdeling tijdens de voor recreatie bestemde uren.</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">	(…)</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">	De kosten van deze gesprekken zijn voor uw rekening, tenzij de directeur anders bepaalt.</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">	U mag wekelijks voor € 25,- telefoonkaarten aankopen en u mag voor ten hoogste € 50,- telefoonkaarten 	in uw bezit hebben (hieronder vallen ook volledig gebruikte en deels gebruikte telefoonkaarten).</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">	(…)</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">	In  het kader van de orde of de veiligheid in de inrichting, het beschermen van de openbare orde en 	veiligheid, het voorkómen van strafbare feiten als ook de bescherming van slachtoffers of van anderszins 	betrokkenen bij misdrijven, worden telefoongesprekken die u via de gedetineerdentelefoons van de 	afdelingen voert, opgenomen. De opgenomen gesprekken kunnen eventueel worden beluisterd.</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">	Opgenomen telefoongesprekken kunnen ten behoeve van de genoemde belangen aan een 	opsporingsambtenaar en/of het Openbaar Ministerie worden overhandigd. (…)</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">	(…)</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.9.2</nr>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Telefoneren met geprivilegieerde contacten</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">	Indien hiertoe de noodzaak en de gelegenheid bestaan, wordt u in staat gesteld telefonisch contact te 	hebben met de zogenaamde geprivilegieerde contacten, zoals uw advocaat of reclasseringswerker.</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">	Het is aan u om de noodzaak daarvan voldoende aannemelijk te maken.</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">	De kosten van deze telefoongesprekken zijn voor uw rekening, tenzij de directeur anders bepaalt.</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">	Er wordt geen ander toezicht op de gesprekken uitgeoefend dan noodzakelijk is om de identiteit van de 	persoon met wie u een gesprek voert of wenst te voeren vast te stellen."</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>  	De in de huisregels van de PI bedoelde 'kaarttelefoon' bevindt zich in een separate en afsluitbare ruimte met een zitje.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <para> 	Teneinde te voorkomen dat telefoongesprekken tussen advocaten en gedetineerden via de kaarttelefoon zouden worden opgenomen, werd binnen de PI (tot 1 januari 2014) aan de gedetineerden - naast de kaarttelefoon - een speciale telefoon ter beschikking gesteld teneinde in een lopende strafzaak met hun advocaat te telefoneren, de zogenaamde 'advocatentelefoon'. De met behulp daarvan gevoerde telefoongesprekken konden niet worden opgenomen en beluisterd. De kosten van die telefoongesprekken kwamen voor rekening van de PI.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7.</nr>
      <para> 	Bij brief van 18 december 2013 heeft de PI aan de gedetineerden die op dat moment in haar inrichting verbleven het volgende bericht:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">"Alle telefoonnummers van advocaten zijn op een zgn. 'white list' geplaats. Dat wil zeggen dat als deze telefoonnummers met de kaarttelefoon worden gebeld, het gesprek </emphasis>
          <emphasis role="underline italic">niet</emphasis>
          <emphasis role="italic"> wordt opgenomen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Om die reden is het niet langer meer nodig om de telefoongesprekken met advocaten met een aparte telefoon te bellen. Dit is landelijk zo geregeld.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De directie van de PI Vught heeft besloten om per 1 januari 2014 te stoppen met het bellen naar de advocaat via de zgn. advocatentelefoon.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Deze telefoongesprekken kunnen gewoon via de kaarttelefoon plaatsvinden.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Voor u zal dit inhouden dat u in de toekomst zelf voor het telefoongesprek met uw advocaat dient te betalen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Deze aanpassing is in de huisregels opgenomen."</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.8.</nr>
      <para> 	Op 24 december 2013 heeft (een advocaat van) [eiser] het volgende geschreven aan de directie van de PI:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">"U bent inmiddels bekend met de omvang van het passageproces, thans dienende bij het hof te Amsterdam. Zo rond de 100 getuigen zullen gehoord dienen te worden. Vele ontwikkelingen zullen op de voet gevolgd moeten worden; door [eiser] en zijn veelkoppige verdediging.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het belang van cliënt is groot: thans is een levenslange gevangenisstraf opgelegd.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Mitsdien het vriendelijke verzoek cliënt van de zg advocatentelefoon gebruik te laten maken. Bellen met het telio-systeem </emphasis>(voorzieningenrechter: de kaarttelefoon)<emphasis role="italic"> is niet alleen onbetaalbaar; ook dient cliënt alsdan telkens op zijn beurt te wachten; ook bij calamiteiten.</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">In al mijn andere zaken zal ik niet een dergelijk verzoek doen. Het gaat hier om een exceptionele zaak (het grootste strafproces tot nu toe)."</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.9.</nr>
      <para>	In reactie daarop heeft de plaatsvervangend directeur van de PI op 6 januari 2014 het volgende medegedeeld aan [eiser]:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">"Vanaf 1 januari 2014 is de zogenaamde advocatentelefoon afgeschaft omdat landelijk de white list is ingevoerd.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hert betreft hier dus geen beslissing door mij genomen en verder wil ik me houden aan de landelijke afspraken hierover.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Uw cliënt heeft echter ruime mogelijkheden om op zijn afdeling te bellen en als er daadwerkelijk sprake is van calamiteiten, zal het afdelingspersoneel altijd meezoeken naar een snelle oplossing.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wellicht kunt u extra bezoekafspraken met uw cliënt plannen, gezien de belangrijkheid van het proces?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Voor wat betreft de kosten, heeft uw cliënt ook nog de mogelijkheid om collect call te bellen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Daarnaast kan uw cliënt altijd een verzoek indienen om, bij uitzondering, zijn beltegoed te mogen uitbreiden.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Deze aanvraag wordt per individu beoordeeld."</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.10.</nr>
      <para>De PI heeft met [eiser] afspraken gemaakt op grond waarvan [eiser] - met het oog op het hoger beroep van zijn strafzaak - een ruimere mogelijkheid wordt geboden om met zijn advocaat te bellen, dan waarop hij ingevolge de huisregels van de PI aanspraak zou kunnen maken.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para> 	[eiser] vordert de Staat te bevelen dat hij ([eiser]) per ommegaande en zonder beperkingen de beschikking krijgt over de 'advocatentelefoon', althans een telefoon waarmee hij zonder enig beletsel telefonisch overleg kan plegen met zijn advocaten, met veroordeling van de Staat in de proceskosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para> 	Samengevat voert [eiser] daartoe het volgende aan.</para>
        <para>Als gevolg van de afschaffing van de advocatentelefoon in de PI is de mogelijkheid van [eiser] om telefonisch overleg te voeren met zijn advocaat aanzienlijk beperkt en wordt hij ernstig geschaad in (de voorbereiding van) zijn verdediging in de strafzaak. Daarmee handelt de PI, althans de Staat, onrechtmatig jegens [eiser], wegens schending van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden. Gelet op de omvang, aard en uitzonderlijkheid van de strafzaak van [eiser], dient hem weer de mogelijkheid te worden geboden om met de advocatentelefoon, dan wel een andere telefoon waarvan de gesprekken niet kunnen worden opgenomen en beluisterd, te bellen met zijn advocaat.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para> 	De Staat heeft de vordering van [eiser] gemotiveerd bestreden. Voor zover nodig zal zijn verweer hierna worden besproken. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling van het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para> 	Nu [eiser] zijn vordering grondt op onrechtmatig handelen van de Staat is daarmee in zoverre de bevoegdheid van de civiele rechter gegeven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para> 	Partijen verschillen onder meer van mening over de vraag of [eiser] ontvankelijk is in zijn vordering. De vraag die daartoe beantwoord dient te worden is of er voor [eiser] een rechtsgang openstaat of heeft opengestaan, die met voldoende waarborgen is omkleed. Als dit het geval is, is voor de behandeling en beoordeling van het onderhavige geschil door de voorzieningenrechter in beginsel geen plaats.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para> 	Met de Staat moet worden geoordeeld dat [eiser] - op de voet van het bepaalde in artikel 60 lid 1 van de Penitentiaire beginselenwet ('Pbw') - beklag kon doen bij de Commissie van Toezicht bij de PI naar aanleiding van de afwijzende beslissing van de plaatsvervangend directeur van de PI van 6 januari 2014 op het verzoek van [eiser] van 24 december 2013 om ten aanzien van hem een uitzondering te maken op de regel dat vanaf 1 januari 2014 alle telefoongesprekken, waaronder die met zijn advocaat, met behulp van de kaarttelefoon moeten worden gevoerd, eventueel gevolgd door een beroepsprocedure bij de Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming, ex artikel 69 lid 1 Pbw. [eiser] heeft dat op zichzelf ook niet bestreden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para> 	Ingevolge vaste jurisprudentie is de beklag- en beroepsprocedure ingevolge de Pbw - waarin ook een schending van het EVRM aan de orde kan worden gesteld  - een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang die in beginsel de weg naar de burgerlijke rechter afsluit. Op die hoofdregel kan slechts een uitzondering worden gemaakt indien de 'klager' een voldoende spoedeisend belang heeft bij het door hem beoogde doel en het verkrijgen van een beslissing middels de in de Pbw geregelde procedure onevenredig lang duurt. In het (beperkte) bestek van de onderhavige procedure kan niet worden aangenomen dat hier aan die voorwaarden is voldaan. Daarvoor is het volgende van belang.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para> 	Volgens [eiser] duurt het ruim drie maanden voordat een beslissing in een Pbw-procedure wordt genomen. De Staat heeft dat gemotiveerd bestreden. Volgens hem betreft dat de 'standaardtermijn', maar wordt die termijn in voorkomende - spoedeisende - situaties aanzienlijk verkort. In dat verband heeft hij gewezen op een kwestie waarin zelfs binnen acht dagen een beslissing volgde. Bovendien blijkt uit de door [eiser] - als productie III - in het geding gebrachte beslissingen dat ruim binnen drie maanden uitsluitsel kan worden geboden. Overigens, ook bij juistheid van voormelde stelling van [eiser] moet ervan worden uitgegaan dat [eiser] inmiddels duidelijkheid zou hebben gehad, dan wel binnenkort zou hebben verkregen, indien hij zich op grond van artikel 60 Pbw had beklaagd over de beslissing van de directie van de PI van 6 januari 2014, hetgeen hij heeft nagelaten. Aangenomen moet worden dat het [eiser] vrij staat om andermaal een beslissing van de (directie van de) PI uit te lokken  ter zake van de onderhavige kwestie, waarna hij - desgewenst - alsnog de in de Pbw voorgeschreven procedure kan volgen, waarin vervolgens binnen redelijke termijn zal worden beslist.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para> 	Voorts heeft  [eiser] niet (voldoende) aannemelijk gemaakt dat hij een dusdanig spoedeisend belang heeft bij zijn vordering, dat hij deze (ook) aan de burgerlijke rechter kan  voorleggen. Dat zich na de invoering van de onderhavige maatregel op 1 januari 2014  zodanige problemen hebben voorgedaan in de telefonische contacten tussen [eiser] en zijn advocaat, die meebrengen dat [eiser] wordt geschaad in (de voorbereiding van) zijn verdediging in zijn strafzaak, is in ieder geval niet duidelijk gemaakt. In  dat verband heeft zijn advocaat op de zitting ook slechts aangevoerd dat de maatregel 'praktische' problemen oplevert voor [eiser]. Als dat zo is, hetgeen op zichzelf voorstelbaar is, brengt dat nog niet mee dat sprake is van schending van artikel 6 EVRM. Te minder nu 'ongemak' inherent is aan detentie. Voor zover [eiser] heeft aangevoerd dat de - volgens hem - (te) hoge kosten van het gebruik van de kaarttelefoon aan de noodzakelijke telefonische contacten tussen hem en zijn advocaat in de weg staan, kan hij daarin reeds niet worden gevolgd, nu hij op de zitting uitdrukkelijk heeft aangegeven dat hij bereid is alle kosten verbonden aan het gebruik van de advocatentelefoon voor zijn rekening te nemen. Financiële beperkingen aan de zijde van [eiser] zijn kennelijk niet aan de orde.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para> 	De slotsom is dat [eiser] niet-ontvankelijk zal worden verklaard in zijn vordering.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para> 	[eiser] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn vordering;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt [eiser] in de proceskosten, tot op dit vonnis aan de zijde van de Staat begroot op € 1.424,--, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat en € 608,-- aan griffierecht;</para>
    <para />
    <para>- verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. G.P. van Ham en in het openbaar uitgesproken op 7 april 2014. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>jvl</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>