<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2014:3492</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-04T10:26:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-03-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-03-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C-09-450964 - HA RK 13-467</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0003738">Rijkswet op het Nederlanderschap</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0003738&amp;artikel=4">Rijkswet op het Nederlanderschap 4</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0003738&amp;artikel=17">Rijkswet op het Nederlanderschap 17</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JPF 2016/100 met annotatie van mr. dr. I. Sumner</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2014:3492">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2014:3492</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-04-18T15:02:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-04-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2014:3492 Rechtbank Den Haag , 20-03-2014 / C-09-450964 - HA RK 13-467</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2014:3492:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Rijkswet op het Nederlanderschap. Erkenning in Zuid-Afrika door gehuwde man. Erkenning niet nietig wegens strijd met openbare orde. Binnen één jaar ná erkenning biologisch vaderschap aangetoond. Verzoek tot vaststelling Nederlandse nationaliteit toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2014:3492:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="1ddd2cee-8ffc-44c2-938e-987aade16fc2" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="b50dede0-d0f6-41a8-8ee8-1cebe97dbd26" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beschikking</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers / rekestnummers: 	C/09/450964 / HA RK 13-467</para>
      <para>				C/09/456460 / HA RK 13-654</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 20 maart 2014</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak C/09/450964/HA RK 13-467 van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>verzoeker,</para>
      <para>verder te noemen ‘[verzoeker]’,</para>
      <para>advocaat mr. M.L. van Asselt te Utrecht,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en in de zaak C/09/456460/HA RK 13-654 van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats], Zuid-Afrika,<?linebreak?>verzoekster,</para>
      <para>verder te noemen ‘[verzoekster]’,</para>
      <para>advocaat mr. M.L. van Asselt te Utrecht,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>met in beide zaken als belanghebbende:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">DE STAAT DER NEDERLANDEN</emphasis>
      </para>
      <para>(Ministerie van Veiligheid en Justitie, </para>
      <para>Immigratie- en Naturalisatiedienst),</para>
      <para>zetelende te Den Haag,</para>
      <para>verder te noemen ‘de IND’</para>
      <para>vertegenwoordigd door mr. drs. C.J. Cappon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>in de zaak C/09/450964/HA RK 13-467 uit:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de beschikking van deze rechtbank, enkelvoudige kamer, van 16 september 2013, en de daarin genoemde stukken,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief van de IND van 15 oktober 2013,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief van mr. Van Asselt van 6 november 2013,</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>in de zaak C/09/456460/HA RK 13-654 uit:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het op 6 november 2013 ingekomen verzoekschrift,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief van de officier van justitie van 19 februari 2014,</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>in beide zaken:</para>
      <para>- de brief van de IND van 3 december 2013,</para>
      <para>- de brief van mr. Van Asselt van 20 februari 2014.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Beide verzoekers, de IND en de officier van justitie hebben te kennen gegeven geen behoefte te hebben aan een mondelinge behandeling van de verzoekschriften.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">in beide zaken:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [A] (verder te noemen ‘[A]’) is op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats], Zuid-Afrika geboren als zoon van verzoekster [verzoekster], geboren op             [geboortedatum] 1968 te [geboorteplaats], van Zuid-Afrikaanse nationaliteit. [verzoekster] heeft op          1 februari 1999 de geboorte van [A] aangegeven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op 2 juni 2012 is verzoeker [verzoeker], geboren op [geboortedatum] 1946 te [geboorteplaats], van Nederlandse nationaliteit, op de Zuid-Afrikaanse geboorteakte van [A] bijgeschreven als de vader. Ten tijde van deze registratie was [verzoeker] gehuwd met mevrouw [X].</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Bij beschikking van 16 september 2013 heeft deze rechtbank op verzoek van [verzoeker] voor recht verklaard dat het aannemelijk is dat tussen [verzoeker] en [A] een nauwe persoonlijke betrekking bestaat. Het verzoek van [verzoeker] tot vaststelling van de Nederlandse nationaliteit van [A] is verwezen naar team handel van deze rechtbank. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De verzoeken</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verzoeker] en [verzoekster] verzoeken beiden dat de rechtbank – uitvoerbaar bij voorraad – voor  recht zal verklaren dat [A] de Nederlandse nationaliteit bezit. Zij voeren daartoe aan dat [A] door erkenning, gevolgd door een rechtsgeldig verwantschapsonderzoek, op grond van artikel 4 lid 4 van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) het Nederlanderschap heeft verkregen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het standpunt van de IND en van de officier van justitie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">in de beide zaken:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De IND is van mening dat [A] sinds 2 juni 2012 door erkenning in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit. Aangezien niet is aangetoond dat aan [verzoeker] het gezag over [A] is toegekend is de IND van mening dat [verzoeker] in de procedure ex artikel 17 RWN niet als wettelijk vertegenwoordiger van [A] kan optreden, zodat hij niet-ontvankelijk verklaard dient te worden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Uit de omstandigheid dat de officier van justitie te kennen heeft gegeven geen behoefte te hebben aan het bijwonen van een zitting, leidt de rechtbank af dat de officier van justitie tegen het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap van [A] geen verweer wenst te voeren.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">in de zaak C/09/450964/HA RK 13-467:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>In de brief van 6 november 2013 heeft mr. Van Asselt medegedeeld dat [verzoeker] zich pas na ontvangst van de brief van de IND van 15 oktober 2013 heeft gerealiseerd dat hij niet samen met [verzoekster] met het gezamenlijk gezag over [A] is belast. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Artikel 17 van het Verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen (Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996) bepaalt dat de uitoefening van de ouderlijke verantwoordelijkheid wordt beheerst door het recht van de Staat van de gewone verblijfplaats van het kind. Nu niet ter discussie staat dat [A] met zijn moeder in Zuid-Afrika verblijft is het recht van Zuid-Afrika op de gezagsverhouding van toepassing. De ‘Natural Fathers of Children Born out of Wedlock Act, 1997 (no. 86 van 1997)’ bepaalt onder ‘Access to and custody and guardianship of children born out of wedlock by natural fathers’ in artikel 2 (1) dat een rechtbank op verzoek van de natuurlijke vader van een buiten huwelijk geboren kind, in de voogdij kan voorzien.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Niet is gesteld of gebleken dat [verzoeker] door enige rechterlijke uitspraak in Zuid-Afrika het gezag over [A] heeft verkregen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat [verzoeker] niet bevoegd is om namens [A] vaststelling van het Nederlanderschap te verzoeken. Hieraan doet niet af dat [verzoeker] en zijn echtgenote door [verzoekster] in haar testament zijn benoemd tot voogd over [A] voor het geval [verzoekster] zou komen te overlijden. Ook het gegeven dat [verzoekster] sinds de start van de onderhavige procedure [verzoeker] in zijn verzoeken heeft ondersteund maakt dit niet anders. Ten slotte valt niet in te zien dat niet-ontvankelijkverklaring van [verzoeker] leidt tot schending van artikel 8 EVRM, nu [verzoekster] als wettelijk vertegenwoordigster van [A] een verzoek tot vaststelling van de Nederlandse nationaliteit van [A] kan indienen, en dit inmiddels ook – subsidiair – heeft gedaan.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>Het vorenstaande leidt tot het oordeel dat [verzoeker] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn verzoek tot vaststelling van de Nederlandse nationaliteit van [A]. De zaak zal vervolgens worden terugverwezen naar het team familie van deze rechtbank voor een beslissing op het verzoek tot inschrijving van de geboorteakte van [A] in het daartoe bestemde register van de burgerlijke stand.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">in de zaak C/09/4564460/HA RK 13-654: </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>
        [A] is op [geboortedatum] 1998 in Zuid-Afrika geboren als natuurlijk kind van [verzoekster]. Bij zijn geboorte verkreeg [A] de Zuid-Afrikaanse nationaliteit. Nadat [verzoeker] (in het bezit van de Nederlandse nationaliteit) door middel van een ‘affidavit by natural father’, gedateerd 9 januari 2012, heeft verklaard dat hij in de geboorteakte van [A] als natuurlijke vader wilde worden geregistreerd, zijn op 2 juni 2012 zijn gegevens als vader toegevoegd op de geboorteakte van [A]. De rechtbank is van oordeel dat onder deze omstandigheden voldoende is komen vast te staan dat [A] op 2 juni 2012 in Zuid-Afrika door [verzoeker] is erkend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>
        [verzoeker] was ten tijde van de erkenning gehuwd met een andere vrouw dan de moeder van [A], maar deze rechtbank heeft bij beschikking van 16 september 2013 vastgesteld dat er een nauwe persoonlijke betrekking bestaat tussen [verzoeker] en [A], zodat de erkenning niet nietig is wegens strijd met de openbare orde.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>Uit een binnen één jaar ná de erkenning overgelegd DNA-rapport blijkt dat [verzoeker] met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de biologische vader is van [A]. Nu het biologisch vaderschap is aangetoond komt de rechtbank, gelet op het bepaalde in artikel 4 lid 4 RWN, tot de conclusie dat [A] vanaf 2 juni 2012 in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit. Artikel 17 RWN bepaalt dat de rechtbank het Nederlanderschap kan vaststellen. De rechtbank zal daarom niet, zoals verzocht, overgaan tot het afgeven van een verklaring voor recht, maar tot vaststelling van de Nederlandse nationaliteit van [A].</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>De verzochte uitvoerbaar verklaring bij voorraad zal worden afgewezen, aangezien deze beslissing zich daar niet toe leent.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">in de zaak C/09/450964/HA RK 13-467:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot vaststelling van de Nederlandse nationaliteit van [A],</para>
    <para />
    <para>- verwijst de zaak voor wat betreft de inschrijving van de geboorteakte van [A] terug naar het team familie van deze rechtbank,</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">in de zaak C/09/4564460/HA RK 13-654: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- stelt vast dat [A], geboren op [geboortedatum] 1998 te [woonplaats] (Zuid-Afrika), vanaf 2 juni 2012 in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit,</para>
    <para />
    <para>- wijst het meer of anders verzochte af.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. G.P. van Ham en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2014.<footnote-ref linkend="_f34e91f1-d088-4306-a3f5-3204eb4da340" /></para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_f34e91f1-d088-4306-a3f5-3204eb4da340" label="1">
    <para>type: 206</para>
    <para>coll:</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>