<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2014:16647</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T18:42:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-02-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-08-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/469572 / KG RK 14-1384</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2014:16647">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2014:16647</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-02-02T10:37:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-02-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2014:16647 Rechtbank Den Haag , 11-08-2014 / C/09/469572 / KG RK 14-1384</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2014:16647:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Niet-ontvankelijk voor wat betreft wraking van de griffier.</para>
        <para>Geen sprake van partijdigheid omdat de kantonrechter ter comparitie niet de vragen stelde waarop verzoeker had gerekend, of omdat de kantonrechter niet voldoende zou hebben doorgevraagd.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2014:16647:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="cdf20245-c5be-4205-acd5-a289a63d3a32" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="92798343-6ecb-4270-9688-762eb8e37c8b" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beslissing</para>
    <bridgehead role="bold">WRAKINGSKAMER VAN DE RECHTBANK DEN HAAG </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Meervoudige wrakingskamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Wrakingnummer 2014/38</emphasis>
      </para>
      <para>zaak-/rekestnummer: C/09/469572/KG RK 14-1384</para>
      <para>nummer hoofdzaak: 2815565 RL EXPL 14-5943 	</para>
      <para>datum beschikking: 11 augustus 2014</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BESLISSING</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het schriftelijke verzoek tot wraking ingevolge artikel 37 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>verzoekster, </para>
      <para>verder te noemen ‘[verzoekster]’,</para>
      <para>procederend in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot wraking van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Mr. F.J. VERBEEK,</emphasis>
      </para>
      <para>kantonrechter in de rechtbank Den Haag,</para>
      <para>verder te noemen ‘de kantonrechter’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbende in deze procedure is:</para>
      <para>de stichting <emphasis role="bold">STICHTING HAGA ZIEKENHUIS,</emphasis></para>
      <para>gevestigd en kantoorhoudende te Den Haag,</para>
      <para>gedaagde partij in de hoofdzaak,</para>
      <para>verder te noemen ‘Haga’,</para>
      <para>gemachtigde mr. M.E.C.M. Paumen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>De voorgeschiedenis en het procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij exploit van 24 februari 2014 heeft [verzoekster] Haga gedagvaard om op 6 maart 2014 te verschijnen ter terechtzitting van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag, locatie Den Haag. Haar vorderingen hebben - kort samengevat - betrekking op de stopzetting van haar arbeidsovereenkomst met Haga. Nadat op 16 april 2014 door Haga voor antwoord is geconcludeerd heeft op 7 juli 2014 ten overstaan van de kantonrechter een comparitie van partijen plaatsgevonden. Op 9 juli 2014 heeft [verzoekster] een verzoek tot wraking van de kantonrechter en van de bij de comparitie aanwezige griffier ingediend. De kantonrechter heeft bij brief van 17 juli 2014 op het verzoek tot wraking gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 28 juli 2014 is het wrakingsverzoek ter zitting van deze wrakingskamer behandeld. [verzoekster] is verschenen. Mr. Paumen heeft bij brief van 17 juli 2014 meegedeeld dat haar cliënte en zijzelf niet aanwezig zullen zijn bij de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek. [verzoekster] heeft haar verzoek tot wraking toegelicht.	</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het standpunt van verzoeker</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan het wrakingsverzoek is door [verzoekster] ten grondslag gelegd dat er feiten en twijfels aanwezig zijn, waaruit blijkt dat de rechterlijke onpartijdigheid door toedoen van de kantonrechter schade lijdt. Zij voert daartoe – kort samengevat – aan dat de kantonrechter de zitting niet goed had voorbereid. Bij een goede voorbereiding zou de kantonrechter bepaalde vragen hebben gesteld die nu achterwege zijn gebleven. De kantonrechter had geen oog voor diverse processen en verhoudingen, “was niet actueel voor wat betreft de arbeids-voorwaardelijkheden” en had geen enkel gevoel voor [verzoekster] als persoon. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het standpunt van de kantonrechter</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter berust niet in de wraking. Zij is van oordeel dat zij in de wijze waarop zij de zaak ter zitting heeft behandeld geen blijk heeft gegeven van partijdigheid en dat er ook overigens geen sprake is geweest van feiten of omstandigheden op grond waarvan de rechterlijke onpartijdigheid schade zou hebben kunnen lijden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verzoekster] zal in haar verzoek tot wraking van de griffier niet-ontvankelijk worden verklaard, aangezien de wet niet voorziet in de mogelijkheid een griffier te wraken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter in de zin van artikel 6, eerste lid, EVRM dient uitgangspunt te zijn dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een rechtzoekende een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij een rechtzoekende dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn indien bepaalde feiten of omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in die omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt. Alsdan dient de rechter zich van een beslissing in de hoofdzaak te onthouden, want rechtzoekenden moeten in het rechterlijk apparaat vertrouwen kunnen stellen. Daarom valt onder omstandigheden ook rekening te houden met de uiterlijke schijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De door verzoekster aangevoerde feiten en omstandigheden geven geen grond te vrezen dat het de kantonrechter aan onpartijdigheid ontbreekt noch is ten aanzien van haar de schijn van partijdigheid gewekt. De omstandigheid dat de kantonrechter ter comparitie niet de vragen stelde waarop [verzoekster] had gerekend kan niet leiden tot de conclusie dat er sprake is van partijdigheid bij de kantonrechter. Dit geldt ook voor de opvatting van [verzoekster] dat de kantonrechter op bepaalde onderdelen niet voldoende zou hebben doorgevraagd. Gesteld al dat zou komen vast te staan dat de kantonrechter de zaak onvoldoende zou hebben voorbereid en geanalyseerd, valt immers zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet in te zien waarom die omstandigheid aanleiding zou moeten geven tot het oordeel dat bij haar sprake was van partijdigheid of vooringenomenheid ten aanzien van [verzoekster].  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat het verzoek tot wraking van de kantonrechter dient te worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart [verzoekster] niet-ontvankelijk in haar verzoek tot wraking van de griffier,</para>
    <para />
    <para>- wijst het verzoek tot wraking van de kantonrechter af,</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek,</para>
    <para />
    <para>- beveelt dat een afschrift van deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 39, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt toegezonden aan: </para>
    <parablock>
      <para>		•	[verzoekster],</para>
      <para>•	Haga, p/a mr. Paumen,</para>
      <para>•	de kantonrechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mrs. E.A.G.M. van Rens, I.D. Bellaart en E. Rabbie, rechters, in tegenwoordigheid van J. Kriense Lokker als griffier en in het openbaar uitgesproken op 11 augustus 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>