<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2014:16646</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-02-02T09:53:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-02-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-06-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/467214 / KG RK 14-1129</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2014:16646">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2014:16646</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-02-02T09:52:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-02-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2014:16646 Rechtbank Den Haag , 11-06-2014 / C/09/467214 / KG RK 14-1129</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2014:16646:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wrakingsverzoek in een familiezaak niet-ontvankelijk verklaard. Alle omstandigheden waarop de wraking is gebaseerd hadden zich reeds voorgedaan voordat de rechtbank de behandeling ter zitting had gesloten. Het had op de weg van de raadslieden gelegen om aanstonds ter zitting de gelegenheid te verzoeken met verzoekers overleg te plegen omtrent de ontstane situatie met het oog op een mogelijk in te dienen wrakingsverzoek. Nu niet is gebleken dat dit is gebeurd, moet reeds daarom de conclusie zijn dat het wrakingsverzoek te laat is ingediend en verzoekers in hun verzoek niet-ontvankelijk moeten worden verklaard.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2014:16646:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="aa352607-c912-41b4-9215-51c70a65d56a" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="3f040d2d-c873-487d-8885-7dab2a2e4c61" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beslissing</para>
    <bridgehead role="bold">WRAKINGSKAMER VAN DE RECHTBANK DEN HAAG </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Meervoudige wrakingskamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Wrakingnummer 2014/24</emphasis>
      </para>
      <para>zaak-/rekestnummer: C/09/467214/ KG RK 2014/1129</para>
      <para>zaak- /rekestnummer hoofdzaak: C/09/456167 / FA RK 13-9768	</para>
      <para>datum beslissing: 11 juni 2014</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BESLISSING</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het schriftelijke verzoek tot wraking ingevolge artikel 37 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [(stief)grootvader],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>de (stief)grootvader, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [grootmoeder],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>de grootmoeder,</para>
      <para>verzoekers in de hoofdzaak,</para>
      <para>advocaat: mr. M.C. Reichmann,</para>
      <para>hierna gezamenlijk te noemen: de grootouders,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>belanghebbenden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [vader],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] (thans preventief gedetineerd),</para>
      <para>de vader,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [moeder],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>de stiefmoeder,</para>
      <para>advocaat: mrs. W.G. Nieman en M-J.E. Gilsing,</para>
      <para>verzoekers in de wraking,</para>
      <para>hierna te noemen: [vader] en [moeder],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot wraking van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">mrs. A.C. Olland, H. Dragtsma en J. Visser, </emphasis>
      </para>
      <para>rechters in de rechtbank Den Haag,</para>
      <para>hierna te noemen: de rechters.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>De voorgeschiedenis en het procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 27 mei 2014 heeft in bovenvermelde zaak een zitting plaatsgevonden naar aanleiding van een verzoek van de grootouders tot vaststelling van een omgangsregeling met betrekking tot [minderjarig kind], het minderjarige kind van [vader] (hierna: de omgangszaak). Bij brief van 28 mei 2014 heeft mr. Nieman de rechters gewraakt en de gronden daartoe weergegeven. De rechters hebben bij brief van 6 juni 2014 hun standpunt omtrent de wraking kenbaar gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 10 juni 2014 is het wrakingsverzoek ter zitting van de wrakingskamer behandeld. Verzoekers, hun raadslieden en mr. Reichmann zijn verschenen. De rechters zijn niet verschenen. Het wrakingsverzoek is door mr. Nieman aan de hand van de door haar overgelegde pleitaantekeningen mondeling toegelicht. Ook [vader] heeft het woord gevoerd. Verder heeft mr. Reichman haar standpunt omtrent de wraking kenbaar gemaakt. Ten slotte zijn [moeder] en de ter zitting verschenen gezinsvoogd mevrouw N. Terlouw in de gelegenheid gesteld het woord te voeren. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het standpunt van verzoekers</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek tot wraking is, zo meent de rechtbank te kunnen vaststellen, gegrond op acht afzonderlijke wrakingsgronden. Die gronden zien op diverse omstandigheden, zoals die zich in de visie van verzoekers vóór en tijdens de zitting van 27 mei 2014 hebben voorgedaan. Die omstandigheden zouden onder meer hebben bestaan in uitlatingen in brieven van de rechtbank verband houdende met de appointering van de zaak, het toestaan van het overleggen van bepaalde producties door de wederpartij, de wijze van behandeling door de voorzitter en het niet aan partijen verlenen van een tweede termijn ter toelichting van hun standpunten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het standpunt van de gewraakte rechters</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechters hebben – verkort en zakelijke weergegeven – aangevoerd dat het verzoek mogelijk gedeeltelijk niet-ontvankelijk is, en ik elk geval moet worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer zal zich eerst – voor zover nodig ambtshalve – dienen te buigen omtrent de vraag of het verzoek al dan niet tijdig is ingediend teneinde te kunnen beoordelen of verzoekers in hun verzoek ontvankelijk zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek is ter griffie ingediend op 28 mei 2014, derhalve één dag nadat de zitting in de onderliggende zaak had plaatsgevonden. Blijkens dat verzoek en de daarop ter zitting van de wrakingskamer gegeven toelichting is de door verzoekers aan het verzoek ten grondslag gelegde, door hen gesignaleerde (schijn van) partijdigheid van de beoordelende rechters gestoeld op een veelheid aan feitelijkheden, die zich gedeeltelijk vóór, en voor het overige op de zitting hebben voorgedaan. Dat betekent dat nog op de zitting, en wel voordat de rechtbank de behandeling had gesloten en had bepaald dat uitspraak zou worden gedaan, alle omstandigheden waar de wraking op wordt gebaseerd zich reeds hadden voorgedaan, en dat in aanwezigheid van verzoekers en hun raadslieden. De wraking had dan ook op dat moment kunnen plaatsvinden. Naar de wrakingskamer begrijpt luidt het standpunt van verzoekers dat zulks van hen niet kon worden verlangd, nu nader overleg tussen hen en hun raadslieden diende plaats te vinden “over de wrakingsgronden”. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer is met de raadslieden van oordeel dat enig overleg met verzoekers omtrent een mogelijk in te dienen wrakingsverzoek op zijn plaats was. Het karakter van het instituut van wraking (dat immers is bedoeld om onmiddellijk een gesignaleerde partijdigheid dan wel de schijn daarvan aan de orde te kunnen stellen) verdraagt zich evenwel niet met een uitgebreid overleg en daarmee gepaard gaand uitstel teneinde zich over wrakingsgronden te beraden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het onderhavige geval had het, indien de raadslieden aanleiding vonden te veronderstellen dat het verhandelde ter zitting blijk gaf van partijdigheid bij de rechtbank, op hun weg gelegen om aanstonds ter zitting de gelegenheid te verzoeken met verzoekers overleg te plegen omtrent de ontstane situatie met het oog op een mogelijk in te dienen wrakingsverzoek. Nu niet is gebleken dat dit is gebeurd, moet reeds daarom de conclusie zijn dat het wrakingsverzoek te laat is ingediend en verzoekers in hun verzoek niet kunnen worden ontvangen. Aldus kan in het midden blijven of die niet-ontvankelijkheid al niet eerder voortvloeide uit het feit dat het wrakingsverzoek mede is gegrond op omstandigheden die zich reeds vóór de zitting hadden voorgedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek; </para>
    <para />
    <para>- beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 39, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt toegezonden aan: </para>
    <parablock>
      <para>		•	de verzoekers p/a mrs. W.G. Nieman en M-J.E. Gilsing;</para>
      <para>•	de verzoekers in de hoofdzaak p/a mr. M.C. Reichmann;</para>
      <para>•	de rechters mrs. A.C. Olland, H. Dragtsma en J. Visser. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. J.W. du Pon, voorzitter, mrs. G.P. van Ham en I. Brand, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.P.C. van Essen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>