<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2014:12941</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T10:31:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-10-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-10-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">437955 HA ZA 13-210</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2014:12941">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2014:12941</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-10-22T13:01:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-10-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2014:12941 Rechtbank Den Haag , 08-10-2014 / 437955 HA ZA 13-210</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2014:12941:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Relatieve bevoegdheid. Verwijzing van vordering tot nietigverklaring van Beneluxmerken naar rechtbank Rotterdam.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2014:12941:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="27b19e9b-c1e9-40c3-8aac-86d3ceeee3a3" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="77e13c3e-9fa5-4f55-8de5-75b60654432b" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/09/437955 / HA ZA 13-210</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 8 oktober 2014</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de rechtspersoon naar buitenlands recht</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">FKP SOJUZPLODOIMPORT</emphasis>,</para>
    <para>2. de rechtspersoon naar buitenlands recht</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">FGUP VO SOJUZPLODOIMPORT</emphasis>,</para>
      <para>beide gevestigd te Moskou, Russische Federatie,</para>
      <para>eisers in de hoofdzaak,	</para>
      <para>verweerders in het incident,</para>
      <para>advocaat: voorheen mr. B.J.H. Crans te Amsterdam, thans mr. L.Ph.J. baron van Utenhove te Den Haag</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">SPIRITS INTERNATIONAL B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para>2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">SPIRITS PRODUCT INTERNATIONAL INTELLECTUAL </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">PROPERTY B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Delft,</para>
    </parablock>
    <para>3. de rechtspersoon naar buitenlands recht</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">S.P.I. SPIRITS (CYPRUS) LIMITED</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Limassol, Cyprus,</para>
    </parablock>
    <para>4. de rechtspersoon naar buitenlands recht</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">ZAO SOJUZPLODIMPORT</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Moskou, Russische Federatie,</para>
      <para>gedaagden in de hoofdzaak,</para>
      <para>eisers in het incident,</para>
      <para>advocaat: voorheen mr. D. Knottenbelt te Rotterdam, thans mr. R.P.J. Ribbert te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eisers in de hoofdzaak gezamenlijk wordt kortweg aangeduid als eisers, gedaagden in de hoofdzaak gezamenlijk als gedaagden. Gedaagde in de hoofdzaak sub 1 wordt hierna aangeduid als Spirits International, gedaagde in de hoofdzaak sub 4 als Zao.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor eisers wordt de zaak inhoudelijk behandeld door mr. J.C.H. van Manen en mr. L.E. Fresco.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de in dit incident gewezen tussenvonnissen van 14 mei 2014 en  30 juli 2014 en de daarin genoemde processtukken;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het rolbericht van eisers 27 augustus 2014.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Vervolgens is wederom vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.	De verdere beoordeling van de relatieve bevoegdheid ten aanzien van de nietigheidsvordering</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In het tussenvonnis van 30 juli 2014 heeft de rechtbank geoordeeld dat de standpunten van partijen in het incident vragen oproepen over de uitleg van de EEX-Vo<footnote-ref linkend="_217865ef-98be-4515-be02-94a887abf3cc" /> en het BVIE<footnote-ref linkend="_9780b072-a960-4f82-9554-3bd67409b9ad" /> en is overwogen dienaangaande prejudiciële vragen te stellen. Aan partijen is gelegenheid geboden zich bij akte uit te laten of het stellen van vragen nodig is, over welke vragen gesteld zouden moeten worden en welke vraag aan welk gerecht (het Hof van Justitie van de Europese Unie of het Benelux Gerechtshof) gesteld dient te worden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Eisers hebben bij rolbericht van 27 augustus 2014 te kennen gegeven dat zij, ofschoon zij uitdrukkelijk van mening blijven dat ook deze rechtbank bevoegd is, alsnog instemmen met verwijzing van het deel van hun vordering III tegen Spirits International naar de rechtbank Rotterdam. Gedaagden hebben geen gebruik gemaakt van de gelegenheid zich uit te laten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Gelet op het nu ingenomen standpunt door eisers dient de zaak te worden  verwezen naar de rechtbank Rotterdam voor zover het de tegen Spirits International gerichte vordering betreft tot nietigverklaring van de onder III van het petitum bedoelde Jongere Merkregistraties<footnote-ref linkend="_61535828-ca3b-454c-9d4b-46dcb806391f" />. Ongeacht de beantwoording van de in het tussenvonnis van 30 juli 2014 aan de orde gestelde vragen is de rechtbank Rotterdam als de rechter van de plaats van vestiging van Spirits International in ieder geval relatief bevoegd om van het geschil kennis te nemen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Voor het overige wordt op de incidentele vorderingen beslist conform hetgeen in de tussenvonnissen van 14 mei respectievelijk 30 juli 2014 is overwogen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Het vonnis in dit incident is deels aan te merken als een tussenvonnis. De rechtbank ziet onvoldoende aanleiding om, zoals verzocht door gedaagden in hun akte van 28 mei 2014, in zoverre tussentijds hoger beroep van dit vonnis open te stellen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De rechtbank zal de beslissing omtrent de kosten van het incident aanhouden, totdat in de hoofdzaak zal worden beslist.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De hoofdzaak wordt verwezen naar de rol voor conclusie van antwoord van gedaagden, waarin gedaagden tevens kunnen reageren op de gevorderde provisionele vorderingen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">In het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van de tegen Zao gerichte inbreukvordering (vordering IV) en de tegen Zao gerichte vordering tot schadevergoeding en/of winstafdracht (vordering VII);</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>verwijst de zaak voor wat betreft de tegen Spirits International gerichte vordering tot nietigverklaring (vordering III) van de in het petitum bedoelde Jongere Merkregistraties naar de rechtbank Rotterdam;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>wijst voor het overige de incidentele vorderingen af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan tot de beslissing in de hoofdzaak;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">in de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van 5 november 2014 voor conclusie van antwoord in het incident tot het treffen van een provisionele voorziening en in de hoofdzaak;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>houdt elke verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.G.J. de Heij en in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2014 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_217865ef-98be-4515-be02-94a887abf3cc" label="1">
    <para>Verordening (EG) 44/2001 van de Raad betreffende de rechterlijke bevoegdheden, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9780b072-a960-4f82-9554-3bd67409b9ad" label="2">
    <para>Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen)</para>
  </footnote>
  <footnote id="_61535828-ca3b-454c-9d4b-46dcb806391f" label="3">
    <para>Zoals gedefinieerd in het tussenvonnis van 14 mei 2014 onder 2.1.3.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>