<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2014:10098</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T18:35:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-08-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-04-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB-14_8865</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2014:10098">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2014:10098</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-08-14T11:48:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-08-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2014:10098 Rechtbank Den Haag , 29-04-2014 / AWB-14_8865</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2014:10098:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank stelt vast dat gemachtigde zelf onderkend heeft dat het beroep van 11 april 2014 prematuur is. Voorts stelt de rechtbank vast dat de gemachtigde, hoewel daartoe nadrukkelijk in de gelegenheid gesteld, dit beroep niet intrekt en op geen enkele manier aangeeft waarom het beroep toch wordt gehandhaafd. De rechtbank heeft daarmee onnodig een beroep moeten beoordelen. De rechtbank heeft bovendien geconstateerd dat een soortgelijke situatie met deze gemachtigde zich eerder heeft voorgedaan. De rechtbank ziet thans nog geen aanleiding om de gemachtigde wegens kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht te veroordelen in de proceskosten, maar wijst de gemachtigde wel op het risico dat dit een volgende keer mogelijk in de rede ligt.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2014:10098:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Amsterdam</para>
      <para>
        <?linebreak?>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AWB 14/8865 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>V-nr: [nummer]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 29 april 2014 in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam],</bridgehead>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedag] 1979, van Surinaamse nationaliteit, eiser,</para>
      <para>(gemachtigde: mr. A.M.I. Spauwen) </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, </bridgehead>
    <para>verweerder.</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft op 11 april 2014 beroep ingesteld tegen het voortduren van de bewaring. Het beroep strekt tevens tot een verzoek om toekenning van schadevergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken aan eiser en aan de rechtbank toegezonden. Eiser is in de gelegenheid gesteld daarop te reageren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het vooronderzoek gesloten en op grond van artikel 96 van de Vw 2000 bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 11 april 2014 heeft eiser beroep ingesteld tegen het voortduren van de bewaring (vervolgberoep). De rechtbank constateert dat eiser al eerder een beroep had ingediend, op 5 april 2014 dat is geregistreerd onder Awb-nummer 14/8241. Aangezien op het vervolgberoep van 5 april 2014 op het moment van indienen van het onderhavige nieuwe vervolgberoep, nog geen uitspraak was gedaan, heeft de rechtbank op 14 april 2014 contact opgenomen met de gemachtigde. Bij die gelegenheid heeft de gemachtigde te kennen gegeven te onderkennen dat het vervolgberoep van 11 april 2014 prematuur was en toegezegd om dit vervolgberoep in te trekken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gemachtigde heeft het vervolgberoep echter niet ingetrokken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft vervolgens de op de zaak betrekking hebbende stukken aan de gemachtigde toegezonden. De gemachtigde is in de gelegenheid gesteld daarop te reageren. Gemachtigde heeft op die stukken inhoudelijk gereageerd. Hij heeft hierbij echter niet aangegeven waarom hij geen aanleiding zag het prematuur ingediende vervolgberoep in te trekken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat gemachtigde zelf onderkend heeft dat het beroep van 11 april 2014 prematuur is. Voorts stelt de rechtbank vast dat de gemachtigde, hoewel daartoe nadrukkelijk in de gelegenheid gesteld, dit beroep niet intrekt en op geen enkele manier aangeeft waarom het beroep toch wordt gehandhaafd. De rechtbank heeft daarmee onnodig een beroep moeten beoordelen. De rechtbank heeft bovendien geconstateerd dat een soortgelijke situatie met deze gemachtigde zich eerder heeft voorgedaan. De rechtbank ziet thans nog geen aanleiding om de gemachtigde wegens kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht te veroordelen in de proceskosten, maar wijst de gemachtigde wel op het risico dat dit een volgende keer mogelijk in de rede ligt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Thans volstaat de rechtbank met de volgende overweging. Zoals hiervoor al vermeld was er ten tijde van het beroep van 11 april 2014 nog geen uitspraak gedaan op het eerder, op 5 april 2014, ingestelde beroep van eiser tegen de maatregel van bewaring. Nu uit artikel 96, eerste lid, van de Vw 2000 volgt dat alleen een vervolgberoep kan worden ingediend als een eerder beroep tegen de oplegging van de maatregel van bewaring ongegrond is verklaard, zal het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard. Daarom kan geen schadevergoeding worden toegekend. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart het beroep niet ontvankelijk;</para>
    <para />
    <para>- wijst het verzoek om schadevergoeding af.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan op 29 april 2014 door mr. C.W.M. Giesen, rechter, in aanwezigheid van H.C. Hagen, griffier, en bekendgemaakt door verzending aan partijen op de hieronder vermelde datum. <?linebreak?><?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Conc.: HH</para>
      <para>Coll:</para>
      <para>D: B</para>
      <para>VK<?linebreak?><?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>