<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2014:10052</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T02:54:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-08-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-07-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C-09-459596 - JE RK 14-291</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2014:10052">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2014:10052</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-08-27T12:43:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-08-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2014:10052 Rechtbank Den Haag , 29-07-2014 / C-09-459596 - JE RK 14-291</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2014:10052:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Machtiging tot uithuisplaatsing; De moeder is op dit moment zwanger van haar derde kind en kampt nog steeds met een alchoholverslaving. De minderjarige wordt uit huis geplaatst omdat de minderjarige een veilige en stabiele leefomgeving nodig heeft terwijl moeder van haar alcoholverslaving af komt en de zorg op zich neemt van haar nog ongeboren kind.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2014:10052:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Kinderrechter</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Rekestnummer: JE RK 14-291</para>
    <para>Zaaknummer: C/09/459596</para>
    <para>Datum beschikking: 29 juli 2014	</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Machtiging tot uithuisplaatsing</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beschikking op het op 4 juli 2014 ingekomen verzoekschrift van:</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Haaglanden (verder: de Raad),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>met betrekking tot de minderjarige:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige]
        </emphasis>, geboren op [geboortedag] 2013 te[geboorteplaats] </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>kind van:</para>
      <para>
        [mevrouw A.]
      </para>
      <para>de moeder, </para>
      <para>wonende te [woonplaats], </para>
      <para>die het ouderlijk gezag alleen uitoefent.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In deze procedure worden eveneens als belanghebbenden aangemerkt:</para>
      <para>De heer <emphasis role="bold">[de heer B.]</emphasis>,</para>
      <para>de biologische vader,</para>
      <para>zonder bekende woon- of verblijfsplaats in Nederland of daarbuiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De minderjarige verblijft feitelijk bij grootmoeder moederszijde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Procedure</title>
    <parablock>
      <para>Bij beschikking d.d. 14 februari 2014 van de kinderrechter in deze rechtbank is voornoemde minderjarige uit huis geplaatst in een netwerkpleeggezin, te weten grootmoeder moederszijde, van 15 februari 2014 tot 4 augustus 2014 en het verzoek voor het overige aangehouden tot deze zitting.</para>
      <para>De kinderrechter heeft kennisgenomen van:</para>
    </parablock>
    <para>- voornoemde beschikking d.d. 14 februari 2014 waarvan de inhoud als hier overgenomen dient te worden beschouwd;</para>
    <para>- het verzoekschrift met bijlagen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 29 juli 2014 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank opnieuw met gesloten deuren behandeld. </para>
      <para>Hierbij zijn verschenen:</para>
    </parablock>
    <para>- de heer [mevrouw C.] namens de Raad;</para>
    <para>- mevrouw [mevrouw D.]namens Bureau Jeugdzorg;</para>
    <para>- de moeder;</para>
    <para>- de grootmoeder moederszijde;</para>
    <para>- De tolk van grootmoeder moederszijde mevrouw M.L. de Keizer. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feiten</title>
    <para>De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking d.d. 14 februari 2014 de minderjarige onder toezicht gesteld van 15 februari 2014 tot 4 februari 2015.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verzoek en verweer</title>
    <para>Het verzoek strekt tot machtiging de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De grond voor het verzoek van de Raad is, blijkens de overgelegde stukken, gelegen in het volgende. De moeder kampt met persoonlijke problematiek, waardoor de veiligheid van de minderjarige niet gewaarborgd kan worden bij de moeder. De moeder is zwanger van haar derde kind en kampt nog steeds met een alcoholverslaving. Zij is thans opgenomen in De Brijder en wordt daar behandeld. De minderjarige dient een veilige stabiele omgeving te hebben, die vindt hij op dit moment bij de grootmoeder moederszijde. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De moeder heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. De moeder heeft gesteld dat zij in staat wil worden gesteld om voor de minderjarige te zorgen. Zij zou graag willen dat de minderjarige bij haar in De Brijder zal verblijven.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <parablock>
      <para>De biologische vader is conform de wettelijke vereisten opgeroepen, doch niet </para>
      <para>verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter terechtzitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de in artikel 1:261, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor een machtiging tot uithuisplaatsing aanwezig zijn. Daarbij overweegt de kinderrechter in het bijzonder dat het belangrijk is dat de moeder zich concentreert op de zwangerschap en bevalling van haar derde kind. Zij zal na de bevalling moeten laten zien dat zij in staat is om voor haar derde kind te zorgen. Zij zal ook van haar alcoholverslaving moeten afkomen. Gedurende deze tijd verblijft de minderjarige in de veilige situatie bij de grootmoeder (mz). Het is in zijn belang dat deze situatie blijft voortduren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Derhalve zal als volgt worden beslist.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De kinderrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>machtigt de Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden, de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een netwerkpleeggezin, te weten grootmoeder moederszijde, van 4 augustus 2014 tot 4 februari 2015, zijnde de duur van de ondertoezichtstelling;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.<?linebreak?><?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para>Deze beschikking is gegeven door mr. M. van Loenhoud, kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 juli 2014 in tegenwoordigheid van D.A.H.J. van Leeuwen als griffier.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Van deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen <emphasis role="bold">drie maanden </emphasis>na de dag van de uitspraak door indiening van een beroepschrift bij de griffie van het Gerechtshof Den Haag..</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>